Erfelijkheid: alles wat je wilt weten

Door -
erfelijkheid
©GettyImages
Erfelijkheid is de wijze waarop de natuur ervoor zorgt dat al het levende blijft voortbestaan. Zo erft je zoon misschien wel de bruine kijkers van z'n vader, of heeft je dochter jouw slanke lichaamsbouw.

Vanaf de conceptie

Bij de mens begint de erfelijkheid vanaf de conceptie: als een zaadcel met een eicel versmelt. In tegenstelling tot andere lichaamscellen bevatten zij maar 23 chromosomen. Na de bevruchting is weer een cel ontstaan met 46 chromosomen. Hiervan is dus de ene helft van de erfelijke kenmerken afkomstig van de moeder en de andere helft van de vader. De combinatie van deze kenmerken bepaalt de uiteindelijke kenmerken van het kind. Na de samensmelting ontstaat een ‘begincel’, die zygote wordt genoemd. Uit deze cel zullen miljarden cellen ontstaan, die vorm geven aan het lichaam.

Erfelijkheidsmateriaal: chromosomen, genen, DNA

Onze genen kun je het best omschrijven als de ‘blauwdruk’ of de ‘identiteitskaart’ van ons lichaam. Deze identiteitskaart bestaat op haar beurt uit verschillende onderdelen. Je hebt de:

  • chromosomen, die bestaan uit DNA,
  • en de genen, die een bom aan informatie in zich dragen.

Chromosomen

Chromosomen zijn lange, dunne draadjes, opgebouwd uit DNA. Er zijn 23 paren in de kern van elke lichaamscel, behalve in de eicel en in de zaadcel: zij bevatten telkens 22 chromosomen (en dus niet chromosoomparen), met daarbij een X-of een Y-chromosoom.

Deze chromosomen bevatten reeds de informatie die de groei en de ontwikkeling van het lichaam regelt. Chromosomen zijn opgebouwd uit de complexe stof die we DNA noemen.

Genen

Een stuk DNA dat de code bevat voor het aanmaken van een eiwit, noemen we een gen en kunnen we ons best voorstellen als kralen aan een draad. Iedere cel maakt een geheel eigen repertoire aan stoffen die de vorm en functie regelen van die cel. Die stoffen zijn eiwitten. De informatie voor het maken van eiwitten komt uit de celkern.

Genen liggen naast de chromosomen, maar zijn echter niet zichtbaar. Een gen is een minieme hoeveelheid erfelijk materiaal, die het patroon voor groei, voortbestaan en mogelijk ook veroudering en sterven van ieder levend wezen bepaalt.

Een baby: sprankelende genetische ‘mix’ van papa’s en mama’s genen

Elke eicel en elke zaadcel bevat een unieke combinatie van de genen van de ouders. Zo erft ieder kind een unieke selectie van genetische informatie, die verschilt van alle andere levende wezens (ook van broers en zussen). De overgrote meerderheid van onze genen vermengt zich tot een nieuw resultaat bij onze kinderen. Sommige genen zijn echter dominant (ze hebben het overwicht) ten opzichte van recessieve genen. Zo heeft het dominante kenmerk ‘bruine ogen’ de overhand op de recessieve kenmerk ‘blauwe ogen’.

Toch is het mogelijk dat door de unieke mix, toch net het recessieve gen uiteindelijk tot uiting komt, en kunnen ouders van wie een van de twee blauwe ogen heeft en de andere bruine, een baby krijgen met staalblauwe kijkers.

Jongen of meisje?

Of een bevruchte eicel tot een jongen of een meisje uitgroeit, hangt af van het 23ste chromosomenpaar in de bevruchte eicel. Dat zijn de geslachtschromosomen. Dit paar is bij mannen en vrouwen verschillend:

  • Een vrouw heeft twee X-chromosomen meegekregen, een van haar vader en een van haar moeder.
  • Een man heeft echter een X-chromosoom afkomstig van zijn moeder en een Y-chromosoom afkomstig van zijn vader.

Geeft de vader de Y-chromosoom, dan vormt dit XY en wordt het een jongetje. Is de zaadcel van de toekomstige papa echter vrouwelijk, dan mag hij zich aan een dochtertje verwachten. Je ziet het, erfelijkheid bepaalt het nieuwe leven vanaf het prille begin!

Ook interessant:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here