Praten met je baby

Natuurlijk kun je met een baby geen uitvoerige gesprekken houden zoals met oudere kinderen. Maar het is niet omdat baby's qua taalvaardigheid nog nergens lijken te staan, dat verbale communicatie met je kleintje niet hoeft. Wel integendeel: die verbale communicatie tussen jou en je baby wordt zelfs aangeraden. In dit artikel vind je een aantal tips die je kunnen helpen bij het spreken met je baby.

 

Door in de eerste maanden veel met je kind te praten, liedjes te zingen, te vertellen, leg je een goede basis voor latere taalvaardigheid. Je baby experimenteert met klanken en geluiden en heeft het ritmische en muzikale aspect van taal ontdekt.
Enkele manieren waarop je verbaal met je baby kunt communiceren:

Verhaaltjes lezen

Het is nooit te vroeg om hiermee te beginnen, ook al hebben de woorden voor je kind nog geen betekenis. Terwijl je een kinderboekje voorleest, kan je zelf uitleggen wat er op de prentjes te zien is. Indien je voor een keertje geen zin hebt in ‘kinderpraat’ en snakt naar een meer volwassen ontspanning, kan je desnoods eender wat voorlezen waar jij zin in hebt (gaande van een passage uit een stationsromannetje tot een artikel uit de Financieel Economische Tijd).

Speel verslaggever

Leg bij al wat je doet aan je kind uit waarmee je bezig bent. Beschrijf zorgvuldig hoe je zijn luier ververst, hoe je zijn haar wast, wat voor ingrediënten je allemaal door zijn papje mixt…Trek het je niet aan dat je kind geen flauw benul heeft van waarover jij het hebt. Door te luisteren naar jouw beschrijvingen zal hij na een aantal maanden wél gedeeltelijk kunnen volgen.

Het vraag- en antwoordspel

Uiteraard kan je baby nog niet op je vragen antwoorden. Toch kan je een heleboel vragen op hem afvuren zoals: “Doe je vandaag liefst je groene of je roze truitje aan?”, “Is het geen prima weer voor een zalige wandeling?”. Wacht even of je kind misschien als reactie wat op je vraag brabbelt en dan kan je gewoon zélf antwoorden: “Je groene truitje? Smaakvolle keuze!”.
Geef je kind de kans om met jou te ‘praten’
Door zelf niet voortdurend aan de praat te blijven, geef je je baby ook de kans om vrijuit te ‘vertellen’. Onderzoek heeft immers aangetoond dat kinderen die met hun ouders praten (lees: die de kans krijgen om te kirren en te brabbelen na een vraag of een verhaaltje van hun ouders) beduidend vroeger leren praten dan kinderen tegen wie er gepraat wordt. Geef dus je kind ruimte voor commentaar.

Hou het (soms) eenvoudig

Op zich doet het er in het begin niet veel toe wat je tegen je kind allemaal vertelt. Toch is het aangewezen dat je regelmatig eenvoudige woorden aanhaalt en herhaalt, die hij later het makkelijkst zélf zal kunnen uitspreken. Voorbeelden zijn: Da-ag, oortje en hond.