Verlatingsangst bij baby’s: zo pak je het aan

Door -
verlatingsangst
GettyImages
Wanneer je baby ongeveer 8 maanden oud is, kan verlatingsangst weleens de kop opsteken. Je voordien geduldige baby zet nu plots zijn keel open wanneer jij even uit het zicht verdwijnt. Wat kun je doen tegen verlatingsangst?

Tussen 8 en 18 maanden

Verlatingsangst bij baby’s is een gekend fenomeen in de ontwikkelingsfase. Plots raakt je baby van slag wanneer je hem even ‘alleen’ laat. Die angst is meestal het hevigst tussen 8 en 18 maanden. Op deze leeftijd gaan kinderen beseffen dat ze een apart individu zijn: een apart persoontje dat niet samenvalt met zijn ouders. Dat hij niet samenvalt met z’n ouders, betekent ook dat die hem in principe kunnen verlaten en dat boezemt kinderen angst in.

Je kind begrijpt ook nog niet dat de afstand tussen mensen kan vergroten en verkleinen. Maar stilaan realiseert hij zich dat afstanden kunnen veranderen en dat mama dus ook even wat verder weg kan zijn. Ook het feit dat die afstand groter kan worden en hij daar zelf weinig over te zeggen heeft, kan je baby bang maken. Want je baby realiseert zich ook dat hij jou wel nodig heeft. Kortom: hij komt stilaan tot het besef dat de meeste dingen die hij wil doen of hebben, dingen zijn die hij niet alleen kan, zoals eten, genegenheid ontvangen, een verse luier krijgen. Wanneer je de kamer verlaat, weet je baby bovendien niet wanneer en of je nog ooit terugkomt. Dat kan soms hevige reacties teweegbrengen.

Gehechtheid en eenkennigheid

Dat je baby angstig wordt wanneer je uit het zicht verdwijnt, betekent trouwens ook dat hij zich na die eerste maanden samen helemaal aan jou gehecht heeft. Hij herkent jou en je partner (of andere verzorgers) nu als de mensen die voor hem zorgen. Jullie zijn de belangrijkste mensen in zijn leven: de gedachte dat jullie hem zouden achterlaten, roept angst op. Daarom ontwikkelt een baby samen met verlatingsangst, meestal ook een soort van ‘eenkennigheid’: hij wil enkel nog bij jou en je partner zijn, en alle andere mensen herkent hij als ‘vreemd’.

Hij weet intussen dat deze vreemden niet zijn ‘mama en papa’ zijn en vertrouwt hen ook niet zoals hij jullie vertrouwt. Veel baby’s worden in deze ontwikkelingsfase dan ook een beetje ‘vreemd’: ze kunnen zich erg verlegen of angstig opstellen naar nieuwe of andere mensen toe. En willen plots vaak niet meer een paar uurtjes bij oma of opa achterblijven.

Van voorbijgaande aard

Verlatingsangst, ook wel scheidingsangst genoemd, komt bij ieder kind voor. Het ene kind kan angstiger reageren dan het andere. Die angst is een voorbijgaande fase in de ontwikkeling. Bij het ene kind duurt het langer dan bij het andere kind.

verlatingsangst

Verlatingsangst bij het slapengaan

Een baby waarbij verlatingsangst de kop op begint te steken, kan plots moeite krijgen met slapen. Want bij het slapengaan wordt de nieuwe angst van je baby wel danig op de proef gesteld: jullie leggen hem in z’n bedje en verdwijnen uit het zicht. Sommige kinderen die eerst prima insliepen, kunnen in deze fase dan ook weer een iets moeilijker slaappatroon ontwikkelen.

De verlatingsangst kan ervoor zorgen dat je baby veel moeilijker inslaapt: plots is hij in paniek als je hem in z’n eentje achterlaat voor de nacht. Daarnaast kan het ook dat je baby door de spanning en de angst ‘s nachts wat vaker wakker wordt. De kunst hier is vooral om je baby gerust te stellen dat je er nog bent. Wordt je kind vaak wakker ‘s nachts? Ga dan zeker eens kijken en laat hem zien dat je er bent. Zo leert je kind gaandeweg dat ‘mama en papa niet zien’ niet per se betekent dat ze niet meer bestaan en vooral: dat ze altijd ook weer terugkomen.

Ook belangrijk hier: maak je nachtelijke bezoekjes niet te lang. Want op die manier zou je de afhankelijkheid van je baby kunnen stimuleren en ontwikkelt zich misschien een patroon waarin hij enkel nog kan inslapen als jij in de buurt bent.

5 tips tegen verlatingsangst

  1. Speel regelmatig ‘kiekeboe’. Verdwijn heel even uit het zicht van je baby en kom steeds tevoorschijn terwijl je ‘Kiekeboe!’ roept. Zo leert je baby dat je altijd terugkomt, ook al ziet hij je even niet.
  2. Wanneer je even in een andere kamer iets gaat doen, zet je baby dan veilig afgesloten in de box en blijf tegen hem praten of voor hem zingen. Zo leert hij dat hij niet alleen is.
  3. Vertel je baby ook steeds dat je even weggaat, wat je gaat doen en dat je terugkomt. Ga dus nooit stiekem weg.
  4. Wanneer je je kind ergens weer gaat ophalen, begroet hem dan extra enthousiast.
  5. Neem altijd afscheid met dezelfde rituelen. Doe op de crèche, bijvoorbeeld als je binnenkomt, altijd alles in dezelfde volgorde. Geef je kind tot slot een dikke knuffel of kus, zeg dat je hem straks weer komt ophalen en ga dan resoluut weg. Verdwijn nooit heel plots.

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!