Coronatijden: “Over die keer dat iedereen in zijn kot bleef en wij richting Spoed vertrokken”

Door -
Van strikte quarantaine tot medische interventie in coronatijden: redactrice Charlotte onderging het van het ene op het andere moment.

Zin in burgerzin

Yes! Ik vink met enige trots ‘zelfisolatie dag acht’ af op onze corona-kalender. Als we nu niet ziek zijn of symptomen vertonen, dan zit het virus hoogstwaarschijnlijk niet in huis. Veilige bubbel gesloten: check!

Ondanks dat het telewerken in combinatie met kleine kinderen van pittig naar loodzwaar is gegaan, houden we ons strikt aan alle opgelegde regels en blijven we als voorbeeldige burgers roeien met de riemen die we hebben.

En als voorbeeldige burger en vooral voorbeeldige moeder betekent dat ook dagelijks mijn kinderen buiten laten om een frisse neus te halen. Maar niet voor mijn oudste de laatste aflevering van het nieuwe Ketnet-programma ‘Hoodie’ heeft uitgekeken. Een verhaal over een heldhaftige jongen met zwarte kaptrui uit Brussel die mee de misdaad helpt te bestrijden door op en van gebouwen te springen. ‘Parkour’ of ‘free running’ heet de discipline. “Woooow, mama, zo cool!” Ik had het moeten weten toen mijn zoon die dag enkel zijn kaptrui wilde aantrekken …

Mijn zoon kun je namelijk het best vergelijken met een klein aapje. Eens hij buiten is, klautert hij in ware ninjastijl op alles wat enige hoogte heeft. Dat is op dag 8 in quarantaine niet anders, integendeel.  “Dat hij zichzelf maar eens goed afmat”, denk ik nog.

Een ongeluk zit in een klein hekje, euh hoekje

Ik ben net terug binnen met een hongerige baby, en ik hoor plots wild geklop op de deur. Het is mijn man met een miserabel hoopje zoon over zijn schouder.

“Het is niet goed, het is niet goed! Bel 112!” Mijn zoon had die dag misschien wel de juiste kaptrui aangetrokken, zijn sportschoentjes zijn toch maar mooi blijven haperen aan het tuinhekje. Met een harde smak tegen de grond als gevolg.

Voor de eerste keer in mijn leven bel ik de hulpdiensten. Ik bazel dingen als “mijn zoon, dingen gebroken, kom vlug. Het is erg.”

“Mevrouw, probeer hem niet te bewegen.” Tja, is dat al even faliekant mislukt aangezien mijn man in volle paniek besliste hem over zijn schouder te zwieren. Het angstzweet breekt me uit: wat als we alles erger hebben gemaakt?

Vraag mij niet waarom, maar op automatische piloot bel ik ook mijn ouders die in hetzelfde dorp wonen. Een slecht idee, want ook daar zaai ik nutteloos grote onrust.

Dertien minuten later, al leek het wel een eeuwigheid, vindt er in mijn woonkamer een kruisbestuiving plaats van ambulanciers, een spoedarts, een verpleger, een huilende snotbaby, een verdwaasde kleuter, mijn man, ikzelf en …opa, die door mijn paniektelefoontje naar ons huis is gereden.

Daar staan we dan met ons allen, mondmaskerloos en intergenerationeel, in een cirkel van 1 diameter rond mijn jammerende mannetje.

Het ‘blijf in uw kot’-principe overboord

Zo snel gaat het dus, het doorprikken van die veilige bubbel. Op het moment zelf denk je er niet aan, maar wat als straks iemand door deze hele situatie besmet is geraakt en zo anderen gaat besmetten en een nieuwe ketting in gang zet? Ik mag er niet aan denken. Bij deze alvast een welgemeende sorry.

De ambulancier vraagt of we geen mondmaskers hebben voor in het ziekenhuis. Helaas liggen die niet standaard in onze voorraadkast. Dat ze wel eentje zouden kunnen missen daar ter plaatse is fout gedacht. Eens op de spoeddienst besef je pas hoe ernstig die hele corona-situatie is. In de grote hangar waar de ambulances toekomen, staan rijen ziekenhuisbedden klaar met beademingsapparatuur. Het ziekenhuis is duidelijk voorbereid op het ergste. Een geruststellend maar ook eng gevoel.

Ik neem afscheid van mijn zoon en mijn man gaat mee naar binnen. Er is een strikt eenouderbeleid waarbij het verboden is de kamer te verlaten en op de gang te komen. Zeker zonder mondmasker. Daar zitten mijn man en mijn zoon dan, in de ‘blijf in uw kot- spoedunit’. Ze komen mijn zoon halen; hij moet mee met de lift richting operatiekwartier. Diagnose: dubbele armbreuk. Hij moet onder narcose. Mijn man mag niet mee. Het wordt een eenzame rit naar boven voor zo’n kleintje met pijn.

Heldenwerk

Maar alles gaat verbazend vlot en de dokters en verpleegkundigen nemen alle tijd voor ons ‘kleine’ probleem. Alsof ze blij zijn dat ze nog eens iets luchtigs als een gebroken arm mogen behandelen. Graag gedaan, hoor! En ik geef ze trouwens gelijk. De laatste weken lopen ze op de toppen van hun tenen, wachtend op een grote uitbraak van een uiterst besmettelijk virus. Elke verpleger, dokter, ambulancier is iemands vader of moeder, iemands partner en iemands zoon of dochter. En ook zij willen het liefst een veilige, risicovrije cirkel voor hun geliefden creëren. Maar zij staan aan de vuurlinie en kunnen elke dag besmet worden. Mijn eeuwige respect!

En we zijn terug vertrokken

De operatie is zo gebeurd. Arm uit elkaar en terug in elkaar, gips tot onder de oksel en klaar! Na een nachtje in het ziekenhuis is mijn half ingepakte zoon terug thuis. Het duiveltje-doet-al is naar de zetel verbannen. De komende weken gaan van loodzwaar nog een beetje dieper in het rood. En ik? Ik kruis ‘zelfisolatie dag 1’ aan op onze nieuwe corona-kalender en schenk mij nog maar eens een glas wijn in.

Goeie moed, iedereen!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here