Dyslexie: wat is het en hoe kun je je kind helpen?

Door -
Getty Images.
Heeft je kind het moeilijk met lezen en haalt het de lettergrepen van woorden blijvend door elkaar? Dan is er misschien wel dyslexie in het spel. Maar wat is dyslexie eigenlijk? Hoe komt de leer- en leesstoornis tot stand? En vooral: wat kan je doen om een kind met dyslexie te helpen?

Wat is dyslexie?

Dyslexie is een leerstoornis die tot uiting komt bij het lezen en schrijven. Kinderen die aan de stoornis lijden hebben erg veel moeite om letters en klanken tot correcte woorden samen te stellen en ook de herkenning van woorden (als dragers van een bepaalde betekenis) verloopt niet altijd even vlot. Dyslexie is dan ook echt een technische leesstoornis die al begint bij een fonologische tekortkoming – die te maken heeft met het niet vlot kunnen koppelen van klanken aan letters en woorden – eerder dan met het niet begrijpend kunnen lezen.

Omdat hun hersenen zoveel moeite hebben met het leggen van het verband tussen wat ze horen en wat er geschreven staat, verloopt lezen en schrijven bij kinderen met dyslexie niet van een leien dakje. Leren lezen gaat vaak traag, hardop lezen gaat met veel stotteren en haperen gepaard en schrijven met veel spelfouten of het misplaatsen van volledige lettergrepen.

De vormen waarin dyslexie kan voorkomen zijn echter veelvuldig: sommige kinderen zien letters en lettergrepen verspringen bij het lezen, andere hebben erg veel moeite met het zelf opbouwen van woorden en nog andere kunnen de abstracte spellingregels dan weer niet onder de knie krijgen of klagen over duizeligheid en misselijkheid bij het lezen. Één ding is zeker: woorden en zinnen zien er voor een persoon mét dyslexie niet hetzelfde uit als voor de gemiddelde ‘normale’ lezer.

De oorzaak

Dat kinderen met dyslexie vaak niet automatisch de juiste link kunnen leggen tussen een gesproken klank en de letter die daarbij hoort – of op een groter niveau een gesproken woord en de manier waarop dat geschreven wordt – heeft te maken met een scheefgetrokken verhouding in hun hersenen. Die scheefgetrokken verhouding zorgt ervoor dat deze kinderen – veel meer dan andere kinderen – moeite hebben om hun hersenen de weg te laten vinden van het abstract beeld dat een letter is naar de klank waarvoor die symbool staat.

Het is dus niet zo dat de hersenen van kinderen met dyslexie intrinsiek anders in elkaar zitten, zodat het onmogelijk wordt voor deze kinderen om ooit op een ‘normale’ manier te kunnen leren lezen of schrijven. Het is wél zo dat er biologisch bepaalde elementen in hun hersenen aanwezig zijn, die maken dat het herkenningsproces tussen leesteken, betekenis en klank, moeilijker verloopt dan bij andere kinderen. Een moeilijkheid die volgens bepaalde wetenschappelijke stromingen bovendien zou zijn opgelost als we de manier waarop we leren lezen aanpassen.

Als we ons ‘leren lezen’ immers niet langer laten vertrekken vanuit het abstracte letterpatroon (a-e-i-o-u etc.) om vervolgens naar de – reeds natuurlijk ingebakken – klanken toe te werken maar wel andersom – vanuit de klanken de weg naar het schrift zouden leggen – dan zou de discrepantie die hierdoor in het hoofd van dyslectici ontstaat tussen dat abstracte tekensysteem en de gesproken taal als betekenaar in de eerste plaats gewoon niet ontstaan.

Meer weten over deze ‘nieuwe manier van lezen’ of over de neurologiche mechanismen achter de manier waarop we ons een geschreven taal eigen maken? Lees dan zeker volgend artikel: ‘De Alfabetcode: leren lezen en schrijven zonder dyslexie’. 

Hoe het komt dat de hersenen van sommige kinderen de weg van het abstracte letterteken naar de natuurlijke klank, moeilijker kunnen leggen dan andere? Daarvoor duiden sommige onderzoeken dan weer wel op een ‘hard’ neurologisch anders zijn in de hersenen. Zo zouden mensen die aan dyslexie lijden een afwijking hebben op gen DYXC1, ook wel eens ‘het dyslexie-gen’ genoemd. Die afwijking zorgt ervoor dat er een teveel aan zenuwcellen in de hersenen is, waardoor prikkels (auditieve en visuele) niet vlot van de ene hersenhelft naar de andere kunnen doorstromen en waardoor kinderen met dyslexie dus niet even automatisch als andere kinderen het verband kunnen leggen tussen een woord en z’n schrijfwijze.

Over de harde wetenschappelijke relevantie van deze ‘genetische ontdekking’ bestaat vooralsnog wel héél wat controverse. Volgens sommige wetenschappers zou de studie pas relevant zijn, als er zwart op wit kan worden aangetoond dat álle kinderen met dyslexie (alle kinderen in elk type) deze genafwijking vertonen én als ook geen enkel kind zónder dyslexie dat doet.

Ook over hoe de zogenaamd ‘dyslectische kinderen’ dan precies aan die gen-afwijking komen bestaat een veelvoud aan wetenschappelijke speculaties. Dat het in elk geval íets met erfelijkheid te maken moet hebben lijkt duidelijk: is immers één van je beide ouders dyslectisch, dan is de kans dan je het zelf ook bent zo’n 35 tot 45 procent.

Hoe werkt dyslexie precies?

Zoals gezegd is dyslexie een lees- en leerstoornis die maakt dat kinderen veel moeite hebben met leren lezen en schrijven. Eigenlijk bestaat de stoornis dan ook uit twee componenten. Ten eerste is er een probleem met het fonologisch bewustzijn: een kind met dyslexie heeft geen inzicht in de klankstructuur van onze taal en kan op basis van de gehoorde klanken erg moeilijk besluiten uit welke bestanddelen een woord is opgebouwd om een betekenisvol geheel te bekomen.

Daarnaast loopt er ook iets fout in de automatisering van het lees- en herkenningsproces: het is alsof een woordbeeld zich niet opslaat in de hersenen van een kind met dyslexie, waardoor elk gelezen woord hen voorkomt als is het de eerste keer dat ze het lezen. Om het woord te begrijpen, moet het kind dan ook elke keer weer het woord weer helemaal ontleden in de verschillende betekenishoudende delen waaruit het is opgebouwd. Iets wat normale lezers enkel de allereerste keer dat ze het woord tegenkomen moeten doen, of bijvoorbeeld bij nieuwe complexe woorden zoals die in een wetenschappelijke vaktaal.

Als je in je achterhoofd houdt dat kinderen met dyslexie dit ‘nieuwe woorden’-proces keer op keer weer opnieuw moeten doorlopen, begrijp je wellicht waarom lezen en schrijven voor hen veel trager verloopt.

Dyslexie herkennen: de kenmerken en symptomen

Hoewel dyslexie dus eigenlijk pas echt tot uiting zal komen bij aanvang van het lees- en leerproces, zijn er toch ook op peuter- en kleuterleeftijd al symptomen die je in de richting van dyslexie kunnen wijzen.

  • Leren lopen en praten verloopt iets trager dan verwacht.
  • Je kind heeft moeite met het onthouden van namen.
  • Je kind heeft moeite met het onthouden van bepaalde vaste reeksen zoals de maanden van het jaar, de dagen van de week enz.
  • Je kind heeft moeilijkheden met de uitspraak van woorden.
  • Je kind houdt niet van rijmpjes of snapt niet dat woorden met dezelfde klank kunnen beginnen.
  • Je kind heeft moeite om mee te klappen of stappen op het ritme van een liedje.
  • Je kind heeft veel moeite met het aanleren van de woorden uit liedjes en versjes.
  • Je kind spreekt in erg korte zinnen en beschikt over een beperkte woordenschat.
  • Je kind krijgt heel moeilijk iets uitgelegd en hapert vaak in zijn of haar uitleg.
  • Je kind heeft het moeilijk om aanwijzingen of instructies op te volgen.

Eens je kind in de lagere school zit, zullen de kenmerken van dyslexie zich echter hardnekkiger tonen:

  • Je kind heeft grote problemen met het aanleren van het alfabet: d.w.z. met het aanleren van de link tussen een gesproken klank en de letter die daarbij hoort.
  • Je kind heeft veel problemen bij het lezen: het leest erg traag en haperend en haalt klanken en letters door elkaar.
  • Je kind ziet letters dansen en haalt daardoor woorden door elkaar bv. ‘drop’ vs. ‘dorp’.
  • Je kind klaagt over misselijkheid of duizeligheid bij het lezen.
  • Je kind kan het tempo van de klas niet bijhouden.
  • Je kind behaalt niet het leesniveau van leeftijdsgenootjes.
  • Je kind heeft moeite met het tellen van lettergrepen in een woord.
  • Je kind leest vaak het verkeerde woord op de verkeerde plaats (radend lezen).
  • Je kind hakkelt bij het lezen van langere woorden.
  • Je kind maakt veel spelfouten bij het schrijven.
  • Je kind heeft een rommelig of slecht handschrift.
  • Je kind heeft moeite met het opschrijven van ideeën.
  • Het nalezen van een eigen tekst gaat moeizaam.
  • Begrippen als ‘links’ en ‘rechts’ zijn moeilijk.

Ook in de verdere schoolloopbaan zullen de gevolgen van dyslexie je kind blijven hinderen in zijn of haar voortgang:

  • Spellen en lezen blijft moeilijk; je kind zal fouten maken die niet meer bij het taalniveau van die leeftijd horen.
  • Je kind is intelligent en toch blijven de schoolresultaten mager.
  • Je kind presteert niet goed onder druk: vooral de afwisseling tussen luistertoetsen (op tijd) en schrijftaken zullen moeilijk zijn.
  • Je kind heeft moeite met het tegelijk doen van dingen: bijvoorbeeld én les volgen én schrijven.
  • Je kind kan zich moeilijk focussen in een omgeving waar veel prikkels zijn.
  • Je kind kan moeilijk een gesprek voeren met meerdere mensen tegelijk.
  • Je kind heeft moeite met het organiseren en plannen van activiteiten.
  • Er kan een grote weerstand tegen lezen en schrijven ontstaan.

Hoe pak je het aan?

Wie op basis van het spreek- en leesgedrag van zijn kind het vermoeden heeft dat het wel eens aan dyslexie zou kunnen lijden, neemt best contact op met de school: de leerkrachten van je kind kunnen vast nog een aanvulling geven op de dingen die jij als ouder al opmerkte. Komen jullie tot de conclusie dat er inderdaad weleens een probleem zou kunnen zijn, ga dan te rade bij een centrum dat zich specialiseert in dyslexie: daar kan men je kind aan speciale lees- en taaltesten onderwerpen om de precieze vorm van dyslexie scherp te krijgen.

Belangrijk om weten is dat dyslexie niet te ‘genezen’ is: doordat het gaat om een neurologisch mankement in de hersenen is het probleem nooit volledig weg te werken. De behandeling van dyslexie focust zich dan ook vooral op het bedenken van tools en methodes die je kind kunnen helpen om beter met de taalbeperking om te gaan.

Is je kind nog jong, dan kan er aan de slag gegaan worden met remediëren en compenseren: onder begeleiding van een speciaal daarvoor opgeleide therapeut, logopediste of orthodidact gaat je kind oefenen met extra lezen en schrijven om de technische kant daarvan zo snel mogelijk op hetzelfde niveau te krijgen als dat van andere kinderen van die leeftijd. Daarna kan er met behulp van dezelfde experten erg individueel op zoek gegaan worden naar ezelsbruggetjes en technieken die jouw kind kunnen helpen om de automatisering en herkenning van woorden vlotter te laten verlopen en om de regels van taal- en spelling onder de knie te krijgen. Omdat elk kind met dyslexie anders is, zal elke behandeling dat ook zijn.

Dyslexie op school: extra hulpmiddelen

Ook belangrijk: ook op school zelf kunnen (moeten) kinderen met dyslexie ondersteuning krijgen omwille van hun ‘beperking’. Zo mogen deze kinderen vanaf een vijfde of zesde leerjaar de lessen volgen op een laptop met daarop speciale compenserende software die hen ondersteuning biedt bij het lezen, schrijven, begrijpen en studeren. Daarnaast krijgen ze extra tijd voor bepaalde toetsen en zullen ook sommige taken aan hun dyslexie moeten worden aangepast.

Om kinderen met dyslexie makkelijker te leren lezen, gaan er sinds een aantal jaren bovendien dus een aantal stemmen op om ze niet langer op de traditionele manier te leren lezen, maar ons ‘lezen leren’-systeem te vervangen door dat van ‘de alfabetcode’: een leesmethode die de moeilijkheden van kinderen met dyslexie zou moeten kunnen uitbannen. Hoe die precies werkt, en waarom dat beter zou zijn? Lees er alles over in dit artikel! 

Dyslexie en intelligentie?

Tot slot, vooral niet vergeten: dyslexie heeft niets met intelligentie te maken. Integendeel zelfs, de meeste kinderen met dyslexie zijn mentaal erg sterk, het is enkel hun onvermogen om taal te coderen en decoderen dat hun voortgang belemmert. Wordt die belemmering op een goede manier gecompenseerd, dan valt ook de achterstand die een kind met dyslexie op schoolvlak in eerste instantie oploopt, weer weggewerkt.

Omdat je kind lijdt aan een leer- en leesstoornis die zijn resultaten op sommige vlakken echter al eens naar beneden kan halen, is het als ouder erg belangrijk het kind regelmatig positief te bevestigen in dingen die wel goed lukken (of gewoon voor de inspanningen die geleverd worden).

Bovendien zijn er aan dyslexie ook een aantal positieve punten verbonden.

  • Omdat kinderen met dyslexie het op verbaal vlak moeilijker hebben, zijn hun ruimtelijke, visuele en analytische vaardigheden vaak wél heel goed.
  • Kinderen met dyslexie zijn vaak erg creatief: ze denken heel beeldend of net heel logisch na.
  • Kinderen met dyslexie kunnen vaak goed overzicht bewaren: ze verliezen zich niet in details, maar gaan voor het totaalbeeld.
  • Ze slaan nieuwe kennis vaak veel beter op: wat ze leren blijft vaak veel beter hangen.
  • Kinderen met dyslexie zijn vaak erg praktisch en pragmatisch ingesteld.
  • Ze zijn vaak erg opmerkzaam: ze hebben een goed en gevoelig oog voor hun omgeving.

Dyslexie per se als een ‘beperking’ zien is dus helemaal net nodig. Great minds die het mét dyslexie in hun branche desalniettemin erg ver hebben geschopt? Albert Einstein, Leonardo Da Vinci, Mozart, Matisse, Pablo Picasso, John Lennon, Hans Christiaan Andersen, Walt Disney en Jamie Oliver.

Meer weten over dyslexie of vragen over de mogelijk dyslectische aanleg van je kind? Neem dan zeker eens een kijkje op de website van Het Expertisecentrum Dyslexie of op dyslexie.be

Lees ook:

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here