Help, mijn kind is schoolmoe: onze experts geven tips voor ouders

Uit onderzoek van Onderwijsspiegel blijkt dat maar liefst 1 op de 3 jongeren met tegenzin naar school gaat. Vooral jongens hebben er last van en hoe ouder kinderen worden, hoe minder school hen interesseert. Als ouder voel je je vaak machteloos, maar toch zijn er een aantal dingen die je kunt doen als je merkt dat je kind schoolmoe is. Een dossier vol tips van experts.

Wat is schoolmoeheid?

Kinderpsychiater Lieve Swinnen: “We spreken van schoolmoeheid als een kind of jongere het nog moeilijk kan opbrengen om iedere dag naar school te gaan, bij te leren en zichzelf te ontwikkelen binnen de schoolstructuur. Vaak is er ook een grote weerstand naar school toe. Dit uit zich soms al ‘s avonds door niet te willen gaan slapen, maar soms gaat het zelfs gepaard met lichamelijke klachten, zoals buikpijn en hoofdpijn. ‘s Morgens geraakt een schoolmoe kind dan weer moeilijk uit bed. Bovendien is huiswerk een enorme klus. Kortom: alles wat met school te maken heeft, wordt een enorme berg voor een kind dat schoolmoe is. Vooral bij pubers kan dat resulteren in steeds slechtere schoolresultaten, spijbelen, neerslachtigheid, gedragsproblemen,… Tegenwoordig blijven ze vaker gewoon thuis, om te gamen, bijvoorbeeld. Ze vermijden het lastige en zoeken ontspanning.”

6x oorzaken van schoolmoeheid

Kinderpsychiater Lieve Swinnen: “Schoolmoeheid is een complex gegeven. Het is dan ook niet makkelijk om één oorzaak aan te duiden, want het is bij elk kind en in elke situatie anders. Schoolmoeheid komt uiteraard nooit uit het niets, er is altijd een onderliggende problematiek.”

Volgens Lieve Swinnen spelen een aantal factoren een rol:

  • Heel wat kinderen kampen met gedrags- en/of leerstoornissen, zoals dyslexie, dyscalculie, ADHD, ADD, … Voor die kinderen is het schoolse gebeuren een extra grote uitdaging. Maar ook voor hoogbegaafde kinderen kan het een moeizaam traject zijn.
  • Kinderen hebben soms ook last van faalangst, wat ervoor zorgt dat ze gaan overcompenseren. Als er dan weinig succeservaringen zijn, kan dat leiden tot schoolmoeheid.
  • Pestgedrag op school kan er ook voor zorgen dat je kind schoolmoe is.
  • Indien er thuis te weinig stimulans is voor school, of als er problemen zijn binnen het gezin, kan dit ook aan de basis liggen van schoolmoeheid.
  • Daarnaast kan het ook voorvallen dat kinderen (en dan vooral jongeren/pubers) zich nog maar weinig kunnen identificeren met de lessen of de manier waarop vakken worden overgebracht. Ze vinden het ‘saai‘.
  • Ook een omgeving waar regels primeren op waardering vormt een voedingsbodem voor schoolmoeheid. Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen regels of kader meer nodig zijn, integendeel. Maar er moet ook oog zijn voor de individuele sterktes van elk kind, zonder het op een voetstuk te plaatsen.

Jongens zijn vaker schoolmoe dan meisjes

Vooral jongens blijken last te hebben van schoolmoeheid: maar liefst tweederde van de jongeren die met tegenzin naar school gaan, zijn jongens. Hoe komt dat?

Lieve Swinnen: “Jongens zijn minder snel rijp dan meisjes, maar daarnaast blijkt ook uit onderzoek dat jongens veel sneller op de vingers getikt worden voor hetzelfde gedrag dan meisjes. Met het gemengde onderwijs is dat pijnlijk duidelijk geworden. Bovendien is ons onderwijssysteem nog altijd eerder gericht op de vlijtige meisjes.”

Opvallend: uit het onderzoek van Onderwijsspiegel blijkt dat schoolmoeheid aanzienlijk minder aanwezig is in het kunstonderwijs.

Mijn kind heeft een hekel aan school: ouders getuigen

Ann, mama van Victor: “Van mijn drie kinderen heeft Victor het hoogste IQ en de meeste sociale vaardigheden, maar net hij kampt(e) met zware schoolmoeheid. Tot en met de lagere school verliep alles nog prima: hij moest amper iets doen, er waren veel activiteiten en hij had plezier. Omdat alles zo vlot ging, zou hij in het midddelbaar dan ook Latijn gaan doen, maar dat viel enorm tegen. Victor bleek totaal geen studeervaardigheden te hebben, en daarnaast kon hij niet aarden in een structuur met veel regeltjes en deadlines. Hoe meer hij daarop werd afgestraft, hoe meer hij zijn interesse verloor. Heel wat moeilijke jaren volgden mekaar op, ondanks hulp van school, thuis en een psychologe. Het was een zeer moeizaam proces, met veel stress en frustraties. Als ouder sta je op den duur machteloos toe te kijken, omdat je al het mogelijke geprobeerd hebt. Nu probeert Victor alsnog zijn diploma via de middenjury te behalen, op eigen initiatief, zonder ondersteuning, maar op zijn eigen tempo. Omdat hij gemerkt heeft dat je zonder diploma secundair onderwijs niet aan een deftige job geraakt.”

Elisabeth, mama van Matteo: “Het zit hem soms in de kleine dingen, denk ik. Mijn zoon kreeg op een bepaald moment een rapport, waarop van de 12 vakken er eentje niet goed was, maar in de commentaar eronder ging het énkel en alleen over dat ene slechte vak. Terwijl hij voor de andere 11 wel goede resultaten haalde, en voor sommige zelfs een sprong vooruit had gemaakt. Het brak mijn hart toen ik zijn teleurgestelde gezicht zag bij het lezen van die opmerking. Oké, het mag en moet gezegd worden natuurlijk, maar waarom zijn die ‘kleine schouderklopjes’ zo moeilijk binnen het evaluatiesysteem op school? Ze zouden een wereld van verschil kunnen maken.”

Leen, mama van Emma: “Mijn dochter ging graag naar school, maar vanaf de derde kleuterklas niet meer. Ze zat in een enorm grote klas, daar had ze het moeilijk mee. En de juf lag haar ook niet goed. We hebben dan beslist om haar vanaf het eerste leerjaar naar een kleinere school te laten gaan. Dat was geen makkelijke beslissing, want ze moest haar vriendjes achterlaten. Maar het bleek wel de beste ooit, want ze heeft zich nadien volledig herpakt.”

Christine, mama van Nathan: “Mijn zoon had in het secundair onderwijs heel wat periodes dat hij schoolmoe was. Volgens mij kwam dat doordat hij voor heel wat vakken echt geen interesse kon opbrengen. Nu zit hij op de hogeschool, heeft hij zijn eigen keuzes gemaakt en is er van die schoolmoeheid niets meer te merken. Het was, zowel voor hem als voor ons, een moeilijke fase in het secundair onderwijs. Maar mits de juiste keuzes denk ik wel dat het kan goedkomen.”

Kinderen en schoolmoeheid: leerkrachten getuigen

Mieke, mama en leerkracht: “Elke leerkracht doet zijn best om elk kind zich te laten ontplooien, ook in een klas van 25. Grote klassen zijn volgens mij niet de reden van schoolmoeheid. Wel het systeem waarbinnen we moeten werken, met alle opgelegde regelgeving. Ik probeer zeer veel speels te leren met mijn leerlingen. Elke week organiseer ik een doe-dag op vrijdag, liefst in de buitenlucht. Ik schuim websites af, op zoek naar methodes om het leren leuk te houden. Dat kost tijd en energie, maar dat heb ik ervoor over.”

Inge Casters, leerkracht in de Sint-Martinusscholen Campus Ursula in Herk-de-Stad en kindercoach bij Voel & Anker: “Ik geef al 20 jaar les en elk jaar zie ik leerlingen met een zware rugzak en lood in de schoenen de klas binnenkomen. De oorzaken zijn heel uiteenlopend en raken me iedere keer opnieuw. Als leerkracht probeer ik dan altijd op zoek te gaan naar wat er onder dit gedrag schuilt. Emotionele intelligentie in deze job is heel belangrijk. Maar soms sta je als school machteloos, ondanks alle inspanningen. Dan is de verslagenheid groot, want niemand wil een kind onderuit zien gaan. De leerlingenbegeleiders komen dan ook handen tekort om elke situatie op te vangen. Er wordt veel overlegd, gepraat, met ouders in gesprek gegaan, actieplannen opgesteld,… om de leerling toch maar op de schoolbanken te krijgen of te houden.”

Wat kun je (als ouder) doen om je kind te motiveren voor school?

Lieve Swinnen, kinderpsychiater:

“Het heeft geen zin om je kind verwijten te maken. Negatieve boodschappen, zoals ‘je bent lui’ of ‘je doet je best niet’ missen meestal hun doel en zetten kinderen niet op het juiste spoor. Boodschappen moeten sporen met het ABC van de motivatie, een efficiënt instrument dat ontwikkeld werd door Maarten Vansteenkiste, professor motivatiepsychologie:

  • A van Autonomie: kinderen moeten zelf achter beslissingen staan. Als ze tegen hun zin in een richting geduwd worden, gaat het gegarandeerd fout.
  • B van Verbinding: ze moeten zich goed voelen op school en in de klas.
  • C van Competentie: ze moeten de capaciteit hebben om het leerproces aan te kunnen. En hier wringt vaak het schoentje, want hoe vaak worden kinderen in een richting geduwd die eigenlijk niet strookt met hun vaardigheden? Denk maar aan de leerling die met zijn handen wil werken, maar in een theoretische richting gedwongen wordt. Kijk als ouder dus naar de talenten, competenties en interesses van je kind en maak op basis daarvan een studiekeuze. Dan volgt de rest meestal vanzelf.

Deze tool kan door ouders én leerkrachten gebruikt worden. Als je door die ABC-bril kijkt, zie je vaak snel waar het probleem zit.”

Inge Casters, leerkracht en kindercoach:

“Een schoolmoe kind ziet en voelt geen uitdagingen, ziet geen kansen in nieuwe leermomenten. Als je dit op jonge leeftijd kunt bufferen, leert je kind enorm veel over het leven. Komt de schoolmoeheid pas op tienerleeftijd naar boven, dan komt dit vaak ergens vanuit een emotionele laag die lang geleden werd gevormd. Deze naar boven halen en wegwerken tijdens coachings, geeft je kind een lichter gevoel.

11 gouden tips voor ouders:

  • Zorg dat je kind een school uitkiest waar hij zich goed voelt. Zet hierbij je eigen wensen opzij. Ga samen naar verschillende scholen, bekijk de methodes en kijk naar de talenten van je kind.
  • Thuisonderwijs kan in sommige gevallen een optie zijn, maar is niet evident en zeker niet altijd een haalbare kaart.
  • Maak tijd voor je kind: kijk samen in zijn agenda en vraag of je met iets kunt helpen. Help je kind eventueel met organiseren of plannen, maar doe het niet in zijn plaats.
  • Merk je veranderingen in gedrag op, zowel verbaal als non-verbaal, praat er dan met je kind over.
  • Blijf niet zitten met twijfels of angsten, maar neem contact op met de school en bespreek de situatie van je kind. Samen sta je sterker.
  • Geef aan de klastitularis door welke dagen/lessen extra moeilijk zijn voor je kind. Zo krijgen de leerkrachten een beter zicht op de situatie en op wat er eventueel aan gedaan kan worden.
  • Stel je eens in de plaats van je kind: wat deed jij vroeger als je het even beu was? Deel je verhaal met je kind, zodat hij weet dat het normaal is om even niet te kunnen of willen leren. Met andere woorden: laat het even los. Er eens niet ‘bovenop’ zitten, kan ook wat ademruimte geven.
  • Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’: laat je kind in de kleutertijd kleine ‘faalervaringen’ doormaken die het zelf kan ombuigen. Reik je kind mogelijkheden aan en laat voelen dat er steeds oplossingen zijn. Zo versterk je z’n zelfvertrouwen en ontplooi je het creatief denken. Een creatieve mindset ziet steeds mogelijkheden in de gewone, saaie, dagdagelijkse dingen.
  • Laat je kind aan een talentenspel meedoen. Zelf ontdekken en voelen welke kansen er zijn, geeft nieuwe energie.
  • Overleg en kom samen met je kind tot enkele kleine, haalbare doelen. Beloon je kind naar zijn inzet, niet naar de resultaten.
  • Luister naar de steeds terugkerende zinnetjes van je kind als het over school gaat. Noteer ze en kijk na enkele weken of er een bepaald patroon in zit. Misschien legt de turnles op woensdag wel net zoveel druk op je kind, waardoor het op maandag en dinsdag moeilijk gaat.”

Meer interessant nieuws:

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here