Is jouw kind een beelddenker? Een paar tips op een rijtje

Door -
Getty Images
Doe eens de test. Denk jij bij een boom aan de letters van het woord b-o-o-m, of zie je het beeld van een mooie boom met een stevige stam en prachtige groene bladeren? Het laatste? Dan ben je een beelddenker.

Bij kinderen is het net zo. Sommigen denken in woorden en anderen in beelden. Nochtans wordt iedereen als beelddenker geboren. Baby’s kennen natuurlijk geen woorden en ook als peuter of kleuter denk je voornamelijk in beelden. Kijkt een kindje naar een bal of wijst hij het aan, dan voegen wij als ouder het woord b-a-l toe. Zo leert je kleintje dat klanken betekenis krijgen. Langzaamaan ontwikkelt het taalgevoel zich en verschuift het belang van beelden naar woorden.

Beelddenker op school

Onderzoek leert ons dat ongeveer 53 procent in beelden denkt. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, want bij meer dan de helft van deze kinderen kunnen de hersenen dit voldoende compenseren en doen ze het prima op school. Bij 20 procent is dat echter niet het geval en blijkt de rechter hersenhelft zo dominant dat dat voor problemen kan zorgen.

Bij het leren lezen in de klas merk je dat beelddenkers niet altijd lezen wat er staat, maar wat zij denken dat het is. Zo kunnen ze ‘papa’ zeggen, terwijl er eigenlijk ‘vader’ geschreven staat. Ze hebben vaak moeite om zich te concentreren en komen chaotisch over. Niet moeilijk, als je weet dat deze kinderen 32 beelden per seconde zien, terwijl de rest in dezelfde tijd slechts twee woorden ziet.

In het hoofd van de beelddenkers gebeurt dus veel. Ze zijn namelijk constant aan het associëren. Vertelt de juf of meester iets over een auto, moeten zij bijvoorbeeld denken aan de nieuwe auto die oma onlangs kocht. Ze moeten trouwens dringend nog eens op bezoek bij oma, want ze zou de volgende keer pannenkoeken bakken. En hup, ze zijn helemaal de draad kwijt.

Beelddenker: van rechter- naar linker hersenhelft

Het antwoord vinden op een vraag duurt vaak wat langer bij beelddenkers. Hiervoor hebben ze namelijk hun linker hersenhelft nodig, waar de woorden zitten. Zij gebruiken eerst hun rechter hersenhelft, waar de beelden zitten. Die informatie moet dan nog vertaald worden naar woorden. Ook merk je dat beelddenkers moeite hebben met opdrachten die uit verschillende delen bestaan. Je zegt al gauw tegen je kind ‘ga naar boven, doe je pyjama aan, poets je tanden en kruip in bed’. Te veel informatie ineens kan heel verwarrend zijn en de kans is groot dat ze maar een opdracht uitvoeren. Dat is geen slechte wil, maar ze kunnen het gewoon niet. Geef je kind korte opdrachten en kijk hem of haar aan terwijl je praat. Iets wat je tussendoor zegt hebben ze vaak niet begrepen.

Denkt je kind in beelden? Deze tips zijn nuttig:

  • Beelddenkers zien eerst het geheel. Moeten ze bepaalde letters leren? Laat hen dan het alfabet zien en waar de letters zich bevinden.
  • Mindmaps of tekeningen helpen hen om dingen te onthouden.
  • Geef korte opdrachten, maak oogcontact en vraag hen om de opdracht te herhalen.
  • Is rekenen moeilijk? Laat hen gebruik maken van koekjes of speel winkeltje om het te visualiseren.

Bron: oudersvannu.nl, beeldenbrein.nl, mamalove.nl

Dit wil je vast ook lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here