ADHD of autisme: krijgen kinderen te snel een label?

Door -
label diagnose stoornis
Getty Images
Vorig jaar kregen bijna 19 000 kinderen een diagnose die leidt to extra ondersteuning op school. Dat is maar liefst twintig procent meer dan twee jaar geleden, zo blijkt uit cijfers van het CLB. Volgens het onderwijs krijgen kinderen te snel een label, maar is dat zo? We vroegen het aan dr. Julie De Ganck en dr. Kimberly Van Nieuwenhove van het Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek.

Het effect van een label

De cijfers uit het nieuwsbericht doen bij menig expert de wenkbrauwen fronsen. “We kunnen er ons niet over uitspreken of dit werkelijk zo is, maar mocht er een dergelijke dynamiek aan de gang zijn, is dat op zijn minst verontrustend”, vinden ook dr. Julie De Ganck en dr. Kimberly Van Nieuwenhove.

“We merken inderdaad dat steeds meer kinderen een psychiatrische diagnose krijgen en gelabeld worden met een psychische stoornis”, zegt Julie De Ganck. “Vanuit het Kwaliteitscentrum hechten we veel belang aan het inzetten op de kwaliteit van een diagnostisch proces. Binnen dat kader deden we onderzoek naar het effect van zo’n label op kinderen en hoe zij een dergelijk proces ervaren. Uit de resultaten van ons onderzoek en dat van anderen blijkt dat enige gereserveerdheid voor je overgaat naar zo’n label wel belangrijk is.”

“In de media hoor je dat er vaak labels nodig zijn om een bepaalde zorg te krijgen. Dan rijst de vraag of er overgediagnosticeerd wordt om aan die zorgnoden te voldoen of dat de labels echt nodig zijn om het kind of de jongere te helpen”, voegt Kimberly Van Nieuwenhove toe.

ADHD of gewoon lekker veel energie

Je hebt kinderen met ADHD en kinderen met veel energie. Net zoals je kinderen hebt die moeite hebben met sociale interacties en daarnaast degenen met een autismespectrumstoornis. De vraag is wanneer er sprake is van een stoornis.

“Er kunnen veel verklaringen zijn voor het feit dat je kind rusteloos is.”

“Dat is een zeer interessante vraag”, zegt Julie. “Diagnostiek gaat voor ons veel verder dan het toekennen van een label. Het is het in kaart brengen van wat er aan de hand is, meer dan enkel verengen tot het kind heeft ADHD.

“De laatste jaren kreeg mentale gezondheid veel aandacht en dat is goed. Maar doordat leerkrachten en ouders meer lezen en weten over bepaalde problematieken, bestaat het risico dat we vervallen in prelabeling. Vaak wordt de diagnose al geformuleerd voordat het kind bij een psycholoog, psychiater of bijvoorbeeld logopedist terechtkomt. Ouders beginnen dan het gesprek met ‘Mijn kind is vaak rusteloos dus volgens mij heeft hij ADHD’. Zelfs leerlingen beginnen elkaar diagnoses te geven. Ik hoorde onlangs een kind zeggen ‘Jij bent even onrustig als ik, jij hebt zeker ook ADHD’.

“Het is belangrijk na te gaan hoe we het feit dat een kind rusteloos is of zich moeilijk kan concentreren kunnen begrijpen binnen een bepaalde context. Er kunnen namelijk meerdere oorzaken zijn: het kind kan zich vervelen in de klas of thuis in een moeilijke situatie zitten. Er zijn heel veel verklaringen voor een gelijkaardig gedrag. Ga samen op zoek in plaats van het meteen te psychiatriseren of zelfs te problematiseren. Dat is voor ons heel belangrijk!”

Er is een probleem, maar voor wie?

“Het is vooral ook belangrijk om te zien wanneer een bepaald gedrag of kenmerk als een probleem wordt ervaren en/of wijst op een onderliggend probleem of stoornis”, voegt Kimberly toe. “Stel je eens voor dat een kind dat heel erg wild is, opgroeit in een rustig gezin. Net omdat het kind opvalt wordt er soms snel vanuit gegaan dat dit gedrag een probleem vormt en er sprake kan zijn van een stoornis. Groeit hetzelfde kind op in een eerder chaotisch gezin, dan valt dit onrustig gedrag waarschijnlijk helemaal niet op en wordt het minder snel ervaren als een probleem.

Andersom krijg je een gelijkaardig verhaal. Als een rustig kind opgroeit in het chaotisch gezin, wordt het gedrag al makkelijker in vraag gesteld dan wanneer dat kind opgroeit in een rustig gezin.

Belangrijke vragen waar we ook voldoende moeten bij stilstaan zijn: ervaart het kind het eigen gedrag of bepaalde kenmerken ook als een probleem, of wil het kind ons iets duidelijk maken met een bepaald gedrag of kenmerk?

Daarnaast gebeurt het wel eens dat ouders of opvoeders de stap naar diagnostiek of hulpverlening zetten zonder het kind hierin op voorhand te betrekken. Inzetten op participatie van het kind is belangrijk.

“In ons onderzoek van enkele jaren geleden deed één van de kinderen een bijzondere uitspraak”, zegt Julie. “Wij hebben een stoor-nis, wij storen anderen”, zei hij. Ik wil hier niemand met de vinger wijzen. Als je in een klassieke klascontext zit en een bepaald kind past hier niet in, dan is dat geen eenvoudige situatie. Het zijn uitdagende tijden voor leerkrachten. Ik kan makkelijk zeggen dat er voor elk kind een individuele oplossing of aanpak moet komen, maar dat is natuurlijk geen evidentie als je 25 leerlingen in je klas hebt.”

“Een label is geen antwoord of een verklaring”

“Men denkt helaas te vaak dat het label het antwoord is of een verklaring biedt voor een bepaald gedrag of kenmerk”, voegt Kimberly toe. “’Hij is onrustig, want hij heeft ADHD’. ADHD beschrijft een aantal gedragspatronen, maar het biedt geen verklaring. Die labels worden nu al te vaak gebruikt als een verklaring en een oplossing voor bepaalde (gedrags)kenmerken. Terwijl de zoektocht naar de oorzaak van dat gedrag en mogelijke oplossingen op dat moment pas begint. Daarom zeggen wij dat diagnostiek veel ruimer gaat dan enkel het toekennen van een label.”

Is een label echt nodig?

Dat elk kind de ondersteuning moet krijgen die het nodig heeft, daar lijkt iedereen het over eens. De vraag is dan of zo’n label altijd nodig is.

“Dat is een heel terechte vraag”, aldus Julie. “Het is begrijpelijk dat ouders soms naar een hulpverlener of diagnosticus stappen met de verwachting dat er een classificerende diagnose of een label volgt, omdat dit een zekere rust brengt.”

“Ga je mee in de vraag naar het label of begin je bij het begin en luister je naar het kind?”

Kimberly begrijpt dat die vraag van ouders komt. “Ze horen erover praten op school en in de media en merken dan bepaalde dingen op bij hun kind. Hier is het opnieuw hetzelfde probleem. Ga je als hulpverlener of diagnosticus mee in de vraag naar het label of begin je bij het begin en laat je ouders en het kind vertellen wat het probleem precies is? In welke context ze de problemen ervaren bijvoorbeeld, dat is heel erg belangrijk. In plaats van enkel te kijken of er sprake is van ADHD of autisme raden we aan om het breder te trekken.”

Signalen vanuit de school

Het is niet eenvoudig voor ouders om het juiste pad te bewandelen. Stel, er komt een signaal uit de school: je kind heeft moeite om zich te concentreren en we vermoeden dat er sprake is van ADHD. Wat doe je dan?

“ADHD en autisme zijn weldegelijk psychiatrische labels. Er wordt tegenwoordig zo licht over gegaan”

“Het is zo gewoon geworden dat als een kind wat onrustig is of moeite heeft om zich te concentreren, er snel gedacht wordt om het kind te laten testen op bijvoorbeeld ADHD”, stelt Kimberly. “We moeten ons de vraag blijven stellen wanneer je een mogelijk probleem kan verhelpen door aanpassingen in de context (in de klasomgeving bijvoorbeeld) en wanneer er werkelijk sprake is van een psychiatrisch probleem of een ontwikkelingsstoornis.  Vandaag de dag wordt er heel licht over gegaan, maar ADHD en autisme zijn weldegelijk psychiatrische labels die een enorme impact kunnen hebben op het kind of de jongere.”

Identificatie met label

“We zien vaak dat kinderen en jongeren zich met dat label gaan identificeren“, zegt Julie. Er was bijvoorbeeld een jongen die gedumpt werd door zijn vriendinnetje. Hij reageerde erg heftig en stak het feit dat hij zich niet onder controle had meteen op zijn ADHD. Terwijl dat een heel normale reactie was in een dergelijke situatie. Het was misschien niet de meest elegante reactie om eens goed tegen de bank te schoppen van woede en verdriet, maar het was wel zeer menselijk. Het is net door bepaald gedrag, bepaalde kenmerken of bepaalde reacties binnen een context te plaatsen, dat we er betekenis aan kunnen geven en er ook mee aan de slag kunnen gaan.”

“We moeten er ook voor opletten dat het krijgen van het label niet wordt gezien als dé verklaring voor een bepaald gedrag”, legt Kimberly uit. “Het neemt soms kansen weg om op zoek te gaan naar oplossingen.”

“We zijn niet tegen een diagnose, maar het moet verder gaan.”

“We zijn absoluut niet tegen een categoriale diagnose”, voegt Julie toe. “Met ons centrum zetten we ook in op hoe dit kwaliteitsvol kan gebeuren. Maar het moet verder gaan, want je kunt niet aan de slag met enkel een label. Daarom moet je kritisch durven zijn en je de vraag durven stellen of het label daadwerkelijk nodig is.”

Een maatschappelijk probleem

“Eigenlijk zou de hele maatschappij op dat vlak wat creatiever mogen zijn”, zegt Kimberly. “We zitten met de tendens dat we snel naar labels grijpen, maar er is meer nodig om die te kunnen doorbreken. Een label staat niet op zich, maar moet begrepen worden binnen een context. De boodschap mag niet zijn: laat je kind testen en dan zijn we er.”

“We zijn absoluut voor diagnostiek”, dat wil ook Kimberly nogmaals benadrukken. “Maar kinderen labels geven kan niet de oplossing zijn voor een maatschappelijk probleem. We mogen niet ontkennen dat er een probleem kan zijn, maar je kunt perfect aan diagnostiek doen zonder meteen aan labels te denken.”

“Laat ons niet vergeten dat dromerig zijn of veel energie hebben ook heel positief kan zijn”

“Of zonder te snel te psychiatriseren”, voegt Julie toe. “Diagnostiek komt van het Grieks en betekent eigenlijk ‘door en door leren kennen’. Dat is fundamenteel, om telkens opnieuw op zoek te gaan met dat specifieke kind en zijn gezin en opvoeders wat er precies aan de hand is. Hoe kunnen we bepaalde kenmerken of gedrag begrijpen? Door samen op zoek te gaan, is het vaak mogelijk dynamiek te brengen in de situatie en samen individuele, creatieve oplossingen te ontwikkelen die hen persoonlijk helpen. De ene kan zijn energie kwijt op de voetbaltraining en de ander gaat helemaal op in fotografie. En er zijn zeker ook kinderen en jongeren die gebaat zijn met een wekelijks gesprek met een psycholoog. Wat helpt is voor iedereen anders.”

Meer lezen?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!