Pesten bij kinderen: “Om het te stoppen, moet je de relaties binnen de hele groep aanpakken”

Door -
Pesten bij kinderen
Getty Images.
Als je kind gepest wordt, is dat ook voor jou als ouder een zware domper. Zeker omdat er in eerste instantie maar weinig lijkt dat jij kan doen. Waarom dat soms zo kan voelen? En hoe je het complexe proces dat pesten is, eventueel toch kan stoppen? Karlien Demol, onderzoekster naar pesten bij kinderen legt uit.

Waarom ingrijpen bij pesten zo moeilijk is

Pesten is een erg complex groepsproces tussen kinderen onderling. Daardoor is het voor volwassenen soms erg moeilijk om tussen te komen. Toch kán het wel degelijk: alleen is daarvoor een goed inzicht in het proces én een grondige aanpak nodig.

Hoe het complexe pestproces dan precies in elkaar zit? Karlien Demol, doctoraatsstudente aan de KU Leuven doet onderzoek doet naar pesten op school en legt uit: “Pesten vertrekt altijd van een scheefgelopen verhouding in macht tussen een paar kinderen: een pester voelt de behoefte om zijn trapje in de sociale hiërarchie te bevestigen of te vergroten. Om dat te laten gebeuren, kiest hij uit de groep een kind met minder macht om zichzelf op de kap van dat kind op de sociale ladder te laten stijgen.”

Om pesten te stoppen, is het niet voldoende de pester aan te spreken op zijn gedrag of het gepeste kind te troosten of te helpen: je moet aan de slag met de onderhuidse dynamiek die zich ontwikkeld heeft. Begrijpen waarom sommige kinderen gepest worden, en begrijpen waarom een kind dat anderen pest de behoefte voelt om zich zo te profileren, maar genoeg is het niet. Want: ook de dynamiek met de rest van de klasgroep speelt een rol.

Ingrijpen op het groepsproces: ‘omstanders’ en ‘bekrachtigers’

Karlien: “Om pestgedrag te voorkomen of te stoppen, volstaat ingrijpen op de band tussen de ‘gepeste’ en de ‘pester’ niet. De relatie tussen die twee wordt immers ingebed in een complex geheel van andere relaties binnen de groep. Wil je de scheefgetrokken machtsverhouding tussen ‘pester’ en ‘gepeste’ laten verschuiven, dan zul je dus ook het omliggende web dat die machtsverhouding mee in stand houdt, moeten veranderen. Anders is ‘beweging’ bijna niet mogelijk en al zeker niet duurzaam.”

Karlien: “Elk lid binnen de klasgroep speelt zijn eigen specifieke rol bij het tot stand komen én het oplossen van pesten.” Uit onderzoek komen de volgende rollen naar voren:

  • “Naast pesters heb je zo bijvoorbeeld ‘assistenten’ van de pesters, zij laten zich door de pesters aanzetten om de gepeste kinderen ook te bespotten.
  • Daarnaast heb je dan de ‘bekrachtigers’: die pesten niet mee, maar lachen wel met de gepeste kinderen waardoor ze het pesten ook mee ondersteunen.
  • In een vrij ‘neutrale positie’ heb je de omstanders: die doen niets, ze lachen niet, maar helpen ook niet waardoor ze de gepeste kinderen wel het gevoel geven er alleen voor te staan.
  • Tot slot bestaat er – gelukkig voor de gepeste kinderen – ook een groep van ‘verdedigers’: zij helpen de gepeste kinderen wel door het actief voor hen op te nemen of door bijvoorbeeld naar een leerkracht te stappen.”

Karlien: “Om pesten op voorhand in de kiem te kunnen smoren – of om het te laten stoppen als het toch uit de hand loopt – is het voor scholen en leerkrachten dan ook erg belangrijk om de relaties binnen en tussen hun klasgroepen onderling goed in kaart te hebben: wie is vrienden met wie? Welke kinderen hebben weinig vrienden en dreigen uit de boot te vallen? En welke kinderen lopen eventueel zelfs risico om gepest te worden?”

DUURZAME VERANDERING: WISSEL VAN DE MACHT

Als blijkt dat er ongezonde dynamieken aan het werk zijn, kunnen leerkrachten proberen om een verschuiving tot stand te brengen in het geheel van relaties. Bijvoorbeeld: kunnen ze ‘assistenten’ aanzetten om pesters niet meer te helpen? En kunnen ze de ‘neutrale kinderen’ eventueel overhalen om wel actie te ondernemen tégen pesten in plaats van het stilzwijgend te gedogen? Op die manier verschuift de dynamiek, waardoor het klimaat minder gunstig wordt voor pestgedrag.

Karlien: “Soms kan werken aan de band tussen pester en gepeste de sleutel zijn, maar soms komt het er ook net op neer om een aantal ‘omstanders’ bewust te maken van de negatieve effecten van pesten om de dynamiek te doorbreken.”

Karlien: “Let er bij het in kaart brengen van alle verschillende rollen in een groep trouwens wel op dat je kinderen niet gaat stigmatiseren: je moet het gedrag dat een kind stelt altijd loskoppelen van ‘wie het kind is’. Een kind is nooit zomaar ‘een pester’, maar wel een kind dat in een bepaalde situatie, binnen een bepaalde context en groep blijkbaar een kind wordt dat pest. Ook achter dat gedrag zit immers weer een reden: eentje waar je beter constructief mee aan de slag gaat, dan dat je het kind afkeurt op basis van z’n gedrag.”

Pesten efficiënt aanpakken: beleid en visie

Karlien: “Wil je pesten écht efficiënt aanpakken, ga je dus best systematisch aan de slag met de verhoudingen binnen de klasgroep. Een sluitende blauwdruk om alle pestsituaties aan te pakken is er daardoor helaas niet. Want elke situatie en ook elke klasgroep is anders.

Wel is het belangrijk dat scholen er een visie en een beleid rond ontwikkelen en zorgen voor een efficiënt systeem om op terug te vallen als pesten in hun school een risico blijkt. Die aanpak werkt best – over de verschillende klasgroepen heen – met de hele school als geheel in het achterhoofd.

Hoe je je kind weerbaarder kunt maken tegen pesten en hoe je met een groep aan de slag gaat om pestgedrag weg te werken? Dat legt specialiste psychosociale ontwikkeling en weerbaarheid Jooske Kool je graag uit.

Wat je als ouder kunt doen om je gepeste kind te helpen lees je hier: “Pesten bij kinderen: zo herken je het en dit kun je als ouder doen”

Meer lezen over pesten bij kinderen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here