Pesten op school: zo herken je het en dit kun je als ouder doen

Door -
pesten op school
Getty Images.
Van 14 tot 21 februari loopt in Vlaanderen de Week tegen Pesten: één van een heel aantal anti-pest-initiatieven die er mee voor zorgden dat het aantal gepeste kinderen in ons land de laatste jaren fors daalde. Toch is er nog héél wat werk aan de winkel, zo klinkt het bij onderzoeksters Karlien Demol en Isabel ten Bokkel. Hoe je als ouder kan opmerken dat je kind gepest wordt? Waarom dat zo belangrijk is? En wat je er eventueel aan kan doen? Karlien en Isabel leggen uit.

Op de goede weg: minder kinderen pesten

De afgelopen tien jaar ontstond er een steeds grotere bewustwording rond de negatieve effecten van pesten op kinderen en jongeren. Om pesten actief aan te pakken werden er dan ook tal van anti-pest-campagnes in het leven geroepen: zo kwam Ketnet met een Move tegen Pesten en met de inmiddels bekende STIP-IT-actie en kondigde Vlaanderen eerst een dag tegen pesten en sinds 15 jaar een volledige Week tegen Pesten af. En met effect: uit een recent onderzoek van UGent bij Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar blijkt dat het aantal kinderen dat de afgelopen maanden het slachtoffer was van pesten daalde van 19,3 procent in 2014 naar 16,6 procent in 2018. Ook het aantal intensief gepeste kinderen nam af.

Een daling die Karlien Demol en Isabel ten Bokkel, twee doctoraatsstudenten aan de K.U. Leuven die onderzoek doen naar ‘pesten op school’ en op zoek zijn naar nieuwe manieren om dat pestgedrag aan banden te leggen, uiteraard gunstig stemt. “Dankzij dit soort initiatieven maar ook vooral dankzij de vele bekende televisie en kinder-cultfiguren die zich expliciet uitspreken tegen pesten is er de laatste jaren een belangrijke perceptie-verschuiving op gang gekomen: kinderen krijgen nu steeds vaker de boodschap dat de maatschappij pesten écht niet langer duldt en dat heeft duidelijk effect”, zo klinkt het.

Toch zijn we er nog lang niet: “Pesten is een erg complex probleem waar onze overheid, maar ook sommige scholen zelf nog altijd niet genoeg oog voor hebben”, zo zeggen beide onderzoeksters. “Zo is het voor een Vlaamse school bijvoorbeeld nog altijd niet verplicht om een anti-pestbeleid te hebben terwijl dat net een van de belangrijkste ankerpunten kan zijn om pesten op school te voorkomen of er efficiënter op in te grijpen”, zo legt Isabel uit. “In Nederland is zo’n beleid bijvoorbeeld wel al verplicht.”

Waarom ingrijpen zo moeilijk is

Waarom zo’n anti-pestbeleid zo essentieel is? Omdat pesten een erg complex groepsproces tussen kinderen onderling is, waar volwassenen soms maar moeilijk in tussen kunnen komen. “Pesten vertrekt altijd van een scheefgelopen verhouding in macht tussen een paar kinderen: een pester voelt de behoefte om zijn trapje in de sociale hiërarchie te bevestigen of te vergroten. Om dat te laten gebeuren kiest hij uit de groep een kind met minder macht om zichzelf dan op de kap van dat kind op de sociale ladder te laten stijgen.”

Om op dat proces tijdig te kunnen ingrijpen, is het voor scholen en leerkrachten erg belangrijk om de relaties binnen en tussen hun klasgroepen onderling goed in kaart te hebben: wie is vrienden met wie? Welke kinderen hebben weinig vrienden en dreigen uit de boot te vallen? En welke kinderen lopen eventueel zelfs risico om gepest te worden?

Ingrijpen op het groepsproces: ‘omstanders’ en ‘bekrachtigers’

Zo’n overzicht van sociale relaties van je klasgroep hebben is extra belangrijk nu dat uit recent onderzoek is gebleken dat om pesten aan te pakken, je niet alleen moet ingrijpen op de band tussen de ‘gepeste’ en de ‘pester’ zelf. Bij voorkeur wordt een verschuiving tot stand gebracht in het geheel van relaties om tot duurzame verandering te komen. “Elk lid binnen de klasgroep speelt namelijk zijn eigen specifieke rol bij het tot stand komen én het oplossen van pesten.” Uit onderzoek komen de volgende rollen naar voren:

  • “Naast pesters heb je zo bijvoorbeeld ‘assistenten’ van de pesters, zij laten zich door de pesters aanzetten om de gepeste kinderen ook te bespotten.
  • Daarnaast heb je dan de ‘bekrachtigers’: die pesten niet mee maar lachen wel met de gepeste kinderen waardoor ze het pesten ook mee ondersteunen.
  • In een vrij ‘neutrale positie’ heb je de omstanders: die doen niets, ze lachen niet, maar helpen ook niet waardoor ze de gepeste kinderen wel het gevoel geven er alleen voor te staan.
  • Tot slot bestaat er – gelukkig voor de gepeste kinderen – ook een groep van ‘verdedigers’: zij helpen de gepeste kinderen wel door het actief voor hen op te nemen of door bijvoorbeeld naar een leerkracht te stappen.

Isabel en Karlien wijzen er bij het in kaart brengen van deze rollen wel op dat het belangrijk is dat je kinderen niet gaat stigmatiseren: “Je moet het gedrag dat een kind stelt altijd loskoppelen van ‘wie het kind is’. Een kind is nooit zomaar ‘een pester’, maar wel een kind dat in een bepaalde situatie, binnen een bepaalde context en groep blijkbaar een kind wordt dat pest.

Pesten efficiënt aanpakken: visie en beleid

“Wie pesten efficiënt wil aanpakken, gaat dan ook best systematisch aan de slag met de verschillende verhoudingen binnen de klasgroep. Soms kan werken aan de band tussen pester en gepeste de sleutel zijn, maar soms komt het er ook net op neer om een aantal ‘omstanders’ bewust te maken van de negatieve effecten van pesten om hen ertoe te bewegen het ook niet langer zomaar te dulden en het misschien ook voor de gepeste kinderen te gaan opnemen”, legt Karlien uit.

Een sluitende blauwdruk om alle pestsituaties aan te pakken is er dus niet. Wel is het belangrijk dat scholen er een visie en een beleid rond ontwikkelen en zorgen voor een efficiënt systeem om op terug te vallen als pesten in hun school een risico blijkt. Die aanpak werkt best – over de verschillende klasgroepen heen – met de hele school als geheel in het achterhoofd.

Help, mijn kind wordt gepest: wat kan ik als ouder doen?

Naast een efficiënt anti-pestbeleid is er nog een belangrijke factor waarvan uit onderzoek blijkt dat die erg zinvol is in de bestrijding en preventie van pesten: en dat is het betrekken van ouders.

“Ook voor ouders is het moeilijk om in te grijpen als hun kind gepest wordt, maar een goed contact tussen de ouders en de leerkrachten onderling en een anti-pestbeleid waarin ouders zelf actief betrokken worden, kan wel enorm helpend zijn. Zeker in gevallen van cyberpesten – waarbij pesterijen door kunnen gaan tot buiten de schoolmuren – is het belangrijk om elkaar goed op de hoogte te houden en samen duidelijke afspraken te maken.”

Waarom opmerken dat je kind gepest wordt zó belangrijk is

“De moeilijke herkenning en opsporing van pesten is tot op de dag van vandaag nog steeds een groot probleem: nog té vaak blijft pesten maanden-  tot zelfs jarenlang onder de radar, wat erg grote gevolgen kan hebben voor het gepeste kind in kwestie”, zegt Karlien.

Niet alleen kunnen kinderen erg grote emotionele of fysieke schade oplopen door pestgedrag:

  • zo kan hun zelfvertrouwen een ernstige deuk krijgen;
  • kunnen ze zich erg eenzaam gaan voelen;
  • kunnen ze depressieve klachten ontwikkelen;
  • of een ernstig minderwaardigheidscomplex;
  • of kunnen ze het gevoel krijgen niet goed genoeg te zijn om vrienden te maken, waardoor ook contact leggen in hun latere leven moeilijker kan verlopen.

Pesten kan zelfs een impact hebben op hoe de persoonlijkheid van een kind zich verder ontwikkelt:

  • “Voor kinderen die langdurig gepest worden, of bij wie één pestactie een extreem grote indruk heeft nagelaten, kan pesten werken als een traumatische ervaring, die ervoor kan zorgen dat ze veel gebeurtenissen in hun latere leven nog steeds gaan lezen in het licht van die ingesleten pestervaring.”
  • “Door een soort van automatische stress-respons kunnen deze kinderen zich sneller dan normaal aangevallen voelen, zelfs in situaties die helemaal niet zo bedreigend zijn, en kan hun systeem toeklappen als een gevolg daarvan. Een kind dat een open en spontaan karakter had voor het pesten, zou zo kunnen uitgroeien tot iemand die helemaal niet meer spontaan kan zijn en nog maar moeilijk contact kan leggen of vrienden kan maken.”

Welke signalen erop kunnen wijzen dat je kind gepest wordt?

Een aantal signalen die er mogelijk op wijzen dat een kind gepest wordt, zijn:

  • directe fysieke klachten, zoals blauwe plekken of schrammen;
  • indirecte fysieke klachten: zoals buikpijn, weinig eetlust, stress op de darmen;
  • kinderen die ‘s morgens treuzelen of plots niet meer naar school willen;
  • kinderen die vragen om van school te veranderen;
  • spullen die verdwijnen: pennenzak, boekentas, smartphone, …;
  • veranderingen in karakter, bijvoorbeeld een vrolijk kind dat plots erg teruggetrokken of stil wordt;
  • schoolresultaten die achteruitgaan of kinderen die plots veel minder gemotiveerd zijn om nog voor school te werken;
  • het concentratievermogen van je kind dat er plots op achteruitgaat;
  • pestbedreigingen op de tablet of smartphone van je kind;
  • je kind krijgt maar weinig uitnodigingen om naar een verjaardagsfeestje of speelpartijtje te gaan en ook bij jou thuis komen maar weinig vrienden over de vloer.

Wat ouders thuis het best voor hun gepeste kind kunnen doen

Hoewel pesten een complex groepsproces tussen kinderen is, zijn er wel degelijk een heel aantal dingen die ouders voor hun gepeste kind kunnen doen. Thuis is een bewuste aanpak van groot belang.

  • Het meest essentiële dat ouders hun gepeste kind kunnen aanbieden, is een veilige en warme thuisomgeving. “Kinderen die op school gepest worden, moeten al de hele dag overleven in een omgeving die hen voortdurend afwijst en uitstoot. Dat net zij kunnen thuiskomen in een warme omgeving waar ze voelen dat ze graag gezien worden, is erg belangrijk. Op die manier kan thuis voor hen een belangrijk rustpunt vormen, waar ze na een zware schooldag naar terug kunnen keren om de batterijen op te laden.”
  • Werk aan een fijne thuissfeer: probeer in je gezin zoveel mogelijk fijne en warme dingen te doen die de onderlinge band tussen de leden van je gezin bevorderen. Net omdat je kind die contacten op school moet ontberen, zal hij of zij er extra deugd van hebben.
  • Neem je kind altijd ernstig en luister naar hem of haar. “Soms kan iets dat op volwassenen vrij onbenullig overkomt, bij een kind toch erg hard binnenkomen. Onze boodschap is dan ook: als het voor een kind als pesten aanvoelt, dan is het nodig om hulp te bieden.” Elk kind verdient het om in dat gekwetste gevoel gehoord te worden, getroost te worden en er (indien nodig) mee verder geholpen te worden.
  • Maak veilig melden mogelijk: heb je ontdekt dat je kind gepest wordt of is je kind het komen vertellen, praat er dan ook eerst met hem of haar over en onderneem niets zonder dat je kind ervan op de hoogte is. Doe je dingen achter zijn of haar rug, hoe goedbedoeld ook, dan kan je het vertrouwen van je kind beschamen en riskeer je dat het je bij een volgend pestincident helemaal niets meer komt vertellen.
  • Bevraag je kind: wat is precies er gebeurd? Bijvoorbeeld: wie waren erbij betrokken? Op welke manier is er gepest? Is dit de eerste keer of is het jou al vaker overkomen? Wat heb je gedaan toen dit gebeurde? Heb je nog iemand hierover verteld? Door de situatie in kaart te brengen, kan je als ouder geïnformeerd verdere stappen zetten.
  • Gaat het ook over cyberpesten, spreek dan af hoe jij en je kind voortaan gaan omgaan met online media en het gebruik van smartphones. Wat kan en wat niet? Wanneer mag je kind online gaan? En wat moet het zeker komen melden?
  • Vraag je kind in geval van cyberpesten ook zeker om bewijsmateriaal te verzamelen en elke keer de hulp van ouders of leerkrachten in te roepen als er zich nieuwe incidenten voordoen.
  • Stimuleer een weerbare houding bij je kind: pesters teren op effect. Door je kind te leren om op een weerbare manier met pesten om te gaan – zonder de situatie te ontkennen, maar ook zonder al te angstig, onderdanig, hulpeloos of wraakzuchtig te reageren – zal hij of zij pesters een deel van hun succes ontnemen en er hopelijk zelf al voor zorgen dat het pesten sneller gestopt wordt.
  • Breng je kind eigenwaarde en zelfvertrouwen bij en leer het die eigenschappen ook te communiceren: leer je kind dat het waard is om graag gezien te worden en leer het om vanuit die houding in contact te gaan staan met anderen. Oefen indien nodig heel bewust met een lichaamstaal aan die eigenwaarde toont: een stevige houding, oogcontact, spreken met duidelijke en klare stem enzovoort.
  • Vertel je kind duidelijk dat het geen enkele schuld treft, en dat het de pesters zijn die verantwoordelijk zijn voor hun onaanvaardbare gedrag. Verzeker je kind dat er niets mis is met hem of haar en dat hij graag gezien wordt.
  • Maak duidelijk dat de behoeften van je kind altijd voorgaan op die van jou en dat – zelfs al doet het pesten jou als ouder ook pijn – je altijd klaarstaat om je kind te helpen. Laat weten dat je kind altijd bij jou terecht kan, wat er ook gebeurt.
  • Maak liefst geen beloften die je niet kan waarmaken: zeg niet zomaar dat ‘het allemaal wel goedkomt’ of dat je het aan ‘niemand zal vertellen’ want dat weet je niet. Zeg wel dat dingen altijd kunnen veranderen en dat er hoop is.
  • Vraag je kind wat jij of zij van jou verwacht en denk samen een plan uit.
  • Ga samen stap voor stap te werk in de uitwerking van het plan. Zet je kind altijd op de eerste plaats. Blijf dicht bij de situatie, en hou, ook nog een tijd na mogelijke incidenten, liefst een vinger aan de pols.

Wat ouders en leerkrachten best voor een gepest kind kunnen doen

“Krijg je als ouder de indruk dat je kind wel eens gepest zou kunnen worden, aarzel dan niet om contact op te nemen met de school“, zo klinkt het bij Isabel en Karlien.

  • Praten met de leerkracht van je kind, en eventueel met de directie is een eerste stap. Op school zijn er ook tal van zorgende instanties zoals het CLB die specifiek met welzijn en anti-pestregels bezig zijn. Ook zij kunnen als bemiddelende instantie optreden, of je kind eventueel via individuele trajecten verder helpen.
  • In overleg met jou als ouder en met het gepeste kind in kwestie, kan de leerkracht dan verder met de klasgroep aan de slag: Hoe liggen de verhoudingen binnen de klas? Welke activiteiten kunnen er gedaan worden om de sfeer in de groep te bevorderen en het pesten tegen te gaan?
  • Ook belangrijk: wat is de houding van de leerkracht zelf naar zijn klasgroep en naar pesten toe? Hoe een leerkracht voor de klas staat en hoe hij of zij omgaat met z’n leerlingen bepaalt immers in grote mate hoe de leerlingen met elkaar omgaan.
  • Heeft een leerkracht het moeilijk om de sociale verhoudingen binnen een klas onder controle te houden, dan kan hij te rade gaan bij collega’s. Ook de band tussen leerkrachten en directie onderling blijkt belangrijk voor de sfeer op school en voor de sfeer in klassen.
  • In onderling overleg met het slachtoffer kunnen ouders en leerkrachten beslissen om contact te hebben met de ouders van de ‘pesters’. Nooit iets doen zonder het gepeste kind zelf erbij te betrekken is hier de duidelijke boodschap!

Meer weten over pesten bij kinderen of meer concrete tips nodig rond wat je als ouder voor je gepeste kind kan doen? Neem dan zeker eens een kijkje in deze infobrochure

Meer lezen over pesten bij kinderen en wat je ertegen kunt doen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here