Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Opvoeden bij autisme: 10x tips voor ouders

Kinderen met autisme ervaren de wereld heel anders dan andere kinderen: ze krijgen de prikkels die de buitenwereld op hen afvuurt, niet altijd verwerkt en zijn vaak ook sociaal minder vlot. Omdat autisme zoveel gezichten heeft, is het voor ouders niet altijd makkelijk om in te schatten wat jouw kind met autisme precies nodig heeft. Leen Honings, thuisbegeleidster bij Het Raster, geeft enkele handvaten.

1. Informeren, informeren, informeren

Leen Honings, vroegthuisbegeleidster bij Het Raster: “De eerste belangrijke stap voor ouders die te horen krijgen dat hun kind autisme heeft, is zich grondig informeren over de spectrumstoornis, op alle domeinen. Wat is autisme? Waar kan ik hulp krijgen? Hoe kan ik mijn kind het best helpen? En vooral ook: wat betekent het gedrag dat ik zie?”

Een goede eerste stap is om online enkele betrouwbare bronnen op te zoeken: bezoek bijvoorbeeld de website van Liga Autisme Vlaanderen eens of klop aan bij een professionele instantie zoals vzw Het Raster

Autisme is een ontwikkelingsstoornis die ervoor zorgt dat de hersenen van kinderen met autisme prikkels minder goed verwerkt krijgen. De wereld zit helaas nu eenmaal vol prikkels en dat maakt het voor ouders bijzonder moeilijk om te begrijpen waaróm een kind met autisme soms even helemaal tiltslaat. Het is bij zo’n voorval erg belangrijk om altijd in het achterhoofd te houden dat het moeilijke gedrag van je kind een oorzaak heeft. Zoek uit wat hem of haar op dat moment overprikkelt of verrast en probeer daar dan op in te spelen.

Misschien minder voor de hand liggend, maar zeker ook belangrijk: ga als ouder op zoek naar jouw rechten en die van je kind. Hebben jullie bijvoorbeeld recht op zorgtoeslag of een verhoogde kinderbijslag? En voor welke vormen van hulp komen jullie nog allemaal in aanmerking?

2. Zoek hulp en aangepaste begeleiding

Besef als ouder van een kind met autisme: je staat er niet alleen voor. Er zijn in ons land tal van initiatieven en diensten die ouders begeleiden om je kind en het begrip ‘autisme’ beter te begrijpen. Ook op school zijn er verschillende mogelijkheden om een kind met autisme aangepaste ondersteuning te geven.

Een erg belangrijke bron van hulp is thuisbegeleiding. Omdat geen enkel kind met autisme hetzelfde is (vergelijk het met zebra’s: de hoofdkenmerken zijn wel hetzelfde, maar toch lopen de strepen bij elk individu weer een beetje anders) is het van het grootste belang om als ouder inzicht te krijgen in hoe het autisme voor jouw kind precies werkt. Thuisbegeleiding is perfect om je daarbij te helpen: het is een langdurig en persoonlijk traject op maat. De professionele begeleiders hebben niet alleen aandacht voor je kind en het autisme, maar ook voor alle moeilijkheden errond en voor je gezinssituatie.

3. Bied structuur aan en organiseer je activiteiten

Doordat kinderen met autisme alle prikkels uit de buitenwereld in hun hoofd moeilijk geordend krijgen, is die buitenwereld vaak erg overdonderend en chaotisch voor hen. Om je kind te helpen vat te krijgen op de wereld rondom hem, zorg je zelf best voor een erg duidelijke en vaste structuur. Door te werken met dagplanningen, menu’s, vaste routines en stappenplannen, weet je kind precies wat van hem verwacht wordt. Dat geeft rust in het hoofd. Voorspelbaarheid geeft kinderen met autisme een veilig gevoel.

Door dat veilige en voorspelbare gevoel te creëren, geef je je kind bovendien de kans om zelf net flexibeler te gaan denken en doen. Omdat het zich geen zorgen meer hoeft te maken om de dingen die niet verduidelijkt zijn, kan je kind zich meer ontspannen. Wanneer een kind met autisme verstart en erg zelfbepalend reageert, dan wil dat meestal zeggen dat de context voor hem niet duidelijk is. Werken rond verheldering en precieze verwachtingen is dan de boodschap.

4. Wees duidelijk: pas je taal aan

Kinderen met autisme hebben het moeilijk om taal te begrijpen in een contextueel verband. Ze nemen alles wat je zegt of schrijft erg letterlijk en kunnen op al te abstract geformuleerde informatie geen betekenis plakken. Ook figuurlijk taalgebruik of non-verbale signalen, zoals gezichtsuitdrukkingen of gebaren, begrijpen ze vaak moeilijk.

Wees daarom zo duidelijk mogelijk in je taalgebruik. Zeg precies wat je bedoelt, en liefst zo letterlijk mogelijk. Dat laatste is vaak lastiger dan je denkt, omdat je het als ouder zelf wel gewoon bent dat je brein uit eerder vaag taalgebruik kan afleiden wat er precies bedoeld wordt. Vraag een kind met autisme bijvoorbeeld beter niet ‘Wil je de deur eens opendoen?’ of ‘Bel me maar als er iets is’. Want, ‘eens’, wanneer is dat? En hoe moet het kind ‘als er iets is’ opvatten? Beide opdrachten zijn veel te dubbelzinnig voor een kind met autisme.

5. Corrigeer ‘fout’ gedrag niet alleen, maar leg uit wat je wel verwacht

Een tip die daar een beetje mee samenhangt: doet een kind met autisme iets wat niet mag, zeg dan niet enkel dat hij of zij dat nooit meer mag doen. Leg ook uit wat je dan wel van hem verwacht. Het brein van een kind met autisme werkt als een ‘sociale archiefkast’. Als hij in een voor hem verwarrende situatie terechtkomt, dan kan het zijn dat hij absoluut onwenselijk gedrag zal vertonen. Maar het is helemaal niet zijn bedoeling is om ‘stout’ te zijn. Het kind weet gewoon niet hoe het zich wel moet gedragen.

Wanneer je als ouder zegt dat hij of zij dat ‘niet meer mag doen’ en hem geen alternatief geeft, zal het kind een volgende keer nog steeds verward zijn en geheid opnieuw hetzelfde gedrag vertonen. Als je uitlegt wat voor jou wel wenselijk gedrag is, slaat je kind dat op in zijn ‘archiefkast’. Een volgende keer zal hij het scenario opdiepen uit zijn visueel erg sterke geheugen en zich vast wel ‘volgens jouw verwachting’ gedragen.

6. Geef houvast door visuele ondersteuning

Doordat je kind zich de betekenis achter abstracte informatie niet goed kan inbeelden en ook abstracte denkprocessen niet goed kan volgen, is het handig hem daarbij een handje te helpen en het hele gebeuren visueel voor te stellen. Ondersteun je communicatie  met tekeningen, foto’s en pictogrammen om alles zo bevattelijk mogelijk te maken.

7. Blijf vooral kalm

Vertoont je kind moeilijk gedrag dat voor jou absoluut niet door de beugel kan? Probeer je dan als ouder niet in het moment te laten meeslepen. Dat is geen sinecure als je kind een scène maakt in het midden van de winkel of het kind van je beste vrienden plots in de arm bijt. Maar toch zal je kind er meer baat bij hebben als je rustig blijft en hem op een gepaste en kalme manier laat weten dat dit gedrag niet oké is. Probeer ook voor jezelf rustig de ruimte te nemen om te overlopen wat gebeurde. Welke acties of handelingen die aan de uitbarsting voorafgingen hebben, maakten je kind zo overstuur? Kun je je hierin inleven? En kun je dingen bedenken die dit in de toekomst kunnen voorkomen? Autisme begrijpen is altijd een eerste, zo belangrijke stap.

Ook belangrijk tijdens een ‘meltdown‘: probeer alles eventjes los te laten en er gewoon te zijn voor je kind. Je kind heeft immers het recht om zijn emoties te tonen, hoe verwarrend die voor jou ook mogen zijn. De manier waarop die emoties tot uiting komen, zijn dan weer een ander verhaal waar je later mee aan de slag kunt, maar het boos zijn zelf is helemaal oké.

8. Durf aanpassingen te doen

Nee, veranderingen zijn voor je kind met autisme nooit leuk. Maar merk je dat een bepaalde aanpak niet werkt? Of dat de indeling van je dag toch niet optimaal is? Twijfel dan niet om aanpassingen door te voeren die het leven voor jullie allebei wat makkelijker maken. Als er iets verandert in de manier van opvoeden, in de regels of in de dagelijkse routine, probeer dat dan eerst met je kind te overleggen. Laat hem of haar weten waar hij zich aan kan verwachten. Dat zal je een hoop onbegrip en potentieel drama besparen.

9. Ga op zoek naar de talenten van je kind

Ja, autisme maakt het leven van jou en dat van je kind soms wat moeilijker, maar een kind met autisme heeft ook heel wat unieke gaven. Ze hebben vaak een erg fijn oog voor detail, uitmuntende visueel-ruimtelijke vaardigheden en een erg groot rechtvaardigheidsgevoel. Daarnaast zijn ze vaak heel perfectionistisch en hebben ze veel doorzettingsvermogen.

Doordat de wereld zo chaotisch is voor kinderen met autisme, ontwikkelen velen onder hen dan ook een erg diepgaande interesse in één welbepaalde discipline (bijvoorbeeld in antarctische dieren, treinen, sterrenkunde enz.) en weten ze daar werkelijk alles over. Door in te zoomen op wat je kind goed kan en wat hem of haar, net dankzij het autisme, zo uniek maakt, plaats je je kind in zijn sterkte. Je helpt hem of haar zich zo te ontwikkelen tot de volwassene die hij of zij kan zijn.

Net zoals bij iedereen, is ook bij kinderen met autisme een sterk en positief zelfbeeld het begin van alles. Een kind dat tevreden is met hoe hij is, is beter bestand tegen negatieve ervaringen en zal zich over het algemeen veel beter voelen én beter kunnen ontwikkelen.

10. Zorg voor jezelf

Een laatste tip voor ouders van kinderen met autisme: zorgen voor jezelf is zorgen voor je kind. Het leven met een kind met autisme kan soms erg verwarrend en uitputtend zijn. Genoeg ruimte maken voor jezelf is, meer nog dan voor andere jonge ouders, hier de boodschap. Pas wanneer je zelf over genoeg veerkracht beschikt, kun je er optimaal zijn voor je kind.

Zie het zoals de veiligheidsvoorschriften bij een noodtoestand in het vliegtuig. Wanneer de zuurstofmaskers naar beneden komen, moet je altijd eerst je eigen masker opzetten, vooraleer je je kind optimaal kunt helpen.

Met dank aan: Leen Honings, thuisbegeleidster van gezinnen met kinderen met autisme (tot +- 6 jaar) bij Het Raster.

Meer lezen over autisme bij kinderen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!