Opnieuw grenzen stellen na de vakantie: hoe doe je dat?

Grenzen stellen en je kind er op tijd en stond aan herinneren welk gedrag gewenst is, en welk gedrag net níét: het is enorm belangrijk. Toch kan het er in de vakantiemaanden al eens wat 'losser' aan toegaan. Hoe maak je je kind na twee maanden van ontspanning en plezier duidelijk dat de regeltjes vanaf september toch weer ietsje 'strakker' gevolgd moeten worden?

Opstaan doen we stipt om 6u30, ontbijten mag niet voor tv, graag zónder gsm aan tafel en ja de ijscokar is daar, maar nee, je mag nu geen ijsje meer, want dadelijk is het etenstijd … Klopt: je kroost altijd even strikt en consistent ‘de regels van het huis’ aanleren is niet makkelijk. Zéker niet als er net een iets meer ontspannen vakantieperiode met een wat lossere ‘regelgeving’ gepasseerd is.

Toch hebben kinderen wel degelijk baat bij duidelijke regels en grenzen. Waarom dat zo is, en hoe je die grenzen weer scherpstelt na de vakantie? We zochten het even voor je uit.

Grenzen stellen: waarom is het zo belangrijk?

Grenzen stellen en je kind duidelijk maken wat er precies van hem of haar verwacht wordt; het is niet alleen handig om thuis de lieve vrede te bewaren, het is ook erg belangrijk om je oogappel uiteindelijk tot een normaal functionerende volwassene – met besef van morele normen en waarden – te laten uitgroeien. “Grenzen zorgen (bij hoeveel drama en tegenstribbeling soms ook) immers voor een gevoel van veiligheid en structuur iets wat dan weer nodig is om je kind zich zo zorgeloos mogelijk te laten ontwikkelen tot een open, maar standvastige persoon mét zelfvertrouwen”, zo legt Ilse De Block van De Opvoedingslijn uit.

Als het voor je kind immers goed duidelijk is wat er zoal mag en wat niet, dan maakt dat zijn zoektocht naar zichzelf en ook zijn exploratie van de wereld een pak makkelijker: grenzen werken voor je kind dan als een soort van afbakende leidraad waarbinnen hij wél naar hartenlust kan spelen, ontdekken, proberen en experimenteren, want hij wéét immers waar de lijn ligt.

Wie zijn kind consequent met het hoofd uit de wolken haalt telkens er een regel of grens overschreden wordt, brengt hem bovendien ook de eerste vorm van zelfcontrole bij, want uiteindelijk zal hij de aangeleerde regels zelf moeten integreren en die ook moeten naleven zónder dat mama en papa op de uitkijk staan.

Tot slot helpen grenzen je kind ook bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden: grenzen laten hen immers zien dat hun eigen willetje niet het enige is waar ze rekening mee moeten houden in het leven; ook de noden en gevoelens van anderen zijn belangrijk!

Regel één: blijf vooral kalm

Waar ouders bij het aanleren van regels en het stellen van grenzen dan ook vooral op moeten letten? “Omdat je kind als volwassene nu eenmaal toch zal moeten meedraaien in de wereld waarin we leven – alle sociale conventies incluis – is het handig als je in je begrenzing zelf ook al een beetje de gebruikelijke samenlevingsnormen volgt“, legt De Block uit. “Al kan een beetje tegen de stroom indruisen natuurlijk ook nooit kwaad.”

“Daarnaast is er vrees ik geen vast stappenplan: ieder kind, en ook iedere ouder is anders: het ene kind vliegt bij wijze van spreken van het ene gevaarlijke stopcontact naar het andere, terwijl een ander gerust een uurtje rustig met de poppen kan spelen zonder een wijzend vingertje nodig te hebben.” Zelf aanvoelen wat je kind nodig heeft, je eigen waarden en normen niet verloochenen en vooral rustig blijven én niet panikeren als je kind even niet luistert – kinderen hebben nu eenmaal veel herhaling en trial-and-error nodig – zijn dan ook haar voornaamste punten van advies.

Opnieuw grenzen stellen: zo pak je het aan!

Voor wie toch een beetje extra houvast wil – of voor al wie in de vakantie een beetje te fel is afgeweken van zijn normale regelgeving – hieronder toch nog een paar concrete tips om je kinderen tegen 1 september weer zo optimaal mogelijk in het ‘iets strakkere’ gareel te krijgen.

1. Bereid je kind goed voor

Een goede voorbereiding is alles. Kinderen zijn immers gebaat bij structuur en duidelijkheid. Begin een paar weken – ongeveer nu dus – voor het einde vakantie dan ook al eens met het aangeven van het nakende einde van de zomervakantie. Herhaal dat regelmatig zodat je kind er consequent aan herinnerd wordt dat hij binnenkort weer op tijd z’n bed in moet, stipt moet opstaan en eventueel ook eens op school moet blijven eten, bijvoorbeeld.

2. Wees duidelijk en geef het goede voorbeeld

Maak je regels zo concreet mogelijk, zodat je kind ook heel goed begrijpt wat er nu precies van hem of haar verwacht wordt. Belangrijk hierbij is dat je de regels liefst zo positief mogelijk verwoordt: focus op het gedrag dat je wél van je uk wil zien, in plaats van hem voortdurend alleen maar te vertellen wat hij zeker niet mag doen.

Bovendien leren kinderen, en vooral jonge dan, nog het meest door imitatie: geef dus zelf consequent het goede voorbeeld.

3. Trek aan hetzelfde zeel

Ook belangrijk is dat je qua grenzen en regels op één lijn zit met je partner: niets zo verwarrend voor een kind als mama die wil dat de schoenen uitgaan aan de voordeur en papa die dat niet per se nodig vindt. De manier waarop je je kind precies aanpakt, kan natuurlijk wat verschillen, maar de grote lijnen komen toch best overeen.

Ook beter te vermijden: het gezag van de andere ouder zichtbaar ondermijnen.

4. Word niet boos

Doet je kind iets wat niet door de beugel kan, spreek hem daar dan uiteraard op aan. Let er goed op dat je kind aandachtig is en luistert naar wat je zegt: leg hem duidelijk uit wáárom wat hij deed niet oké is, en welk gedrag je daar wél voor in de plaats zou willen zien.

Vraag je kind eventueel of hij kan herhalen waarom wat hij deed ongepast was, zodat je zeker bent dat hij ook een morele norm of een soort van ‘schuldbesef’ aan die acties vast kan hangen. Zelfs al mondt dit bij je kind uit in een driftbui, word zelf niet kwaad, want daar is niemand bij gebaat.

5. Wees consequent

Blijven volhouden dat er níét in de koekjeskast gegrabbeld mag worden wanneer daar dan een afgrijselijke huilbui van een halfuur en vijftig minuten zeuren op volgt: simpel is het niet. Toch hebben jij en kind er baat bij dat je ook in zo’n geval wel degelijk voet bij stuk houdt: als je toegeeft, leer je je kind immers dat zijn vervelende gedrag effect heeft en dat de dingen voor hem wél gaan meezitten als hij maar lang genoeg zeurt; een boodschap die je natuurlijk liever niet wil geven.

6. Toon ook begrip voor de gevoelens van je kind

Je kind wil dingen leren en zelfstandig worden: in die ‘ego-gecenterde’ drang wordt hij tijdens het groter worden en ‘regels leren’ voor de eerste keer gehinderd. En dat kan soms voor wat frustratie of verdriet zorgen. Probeer je dan ook in te leven in het standpunt van je kind en diens gevoelens te erkennen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik snap dat het niet leuk is dat je binnen moet blijven omdat het regent, maar het kan nu niet anders.”

Zelfs als je kind ook bij jezelf voor wat onrust of opwinding zorgt (denk bijvoorbeeld: een driftbui in het midden van de supermarkt, gênant), probeer dan toch om jezelf níét door emotie te laten overmannen en rustig te blijven. Je kind zelf is immers al onrustig genoeg, en hij heeft jouw strikte, maar rustige aanpak nu nodig om terug bij zinnen te komen.

7. Laat je niet uit je lood slaan

Zorg er bij het aangeven van grenzen ook voor dat je zelf stevig in je schoenen staat: als je zelf onzeker bent over je aanpak, dan zal je kind dat aanvoelen en dan komen de regels niet over.

Geloof in de grenzen die jij gekozen hebt, en blijf achter dat standpunt staan. Laat je ook niet van je stuk brengen door eventuele drift- of huilbuien als gevolg. Als een kind de oprechte zorg (en ook de zelfzekerheid) van zijn ouder voelt, dan zal hij zich hij zich er veel sneller bij neerleggen en er ook vertrouwen in hebben.

8. Schakel visuele hulpmiddelen in

‘Als de kleine wijzer op acht staat, en de grote bovenaan, dan is het bedtijd, maar eerst poetsen we de tanden, doen we onze pyjama aan en mogen we samen nog één boekje lezen.’ Het dagelijkse ritme van een kind heeft eigenlijk heel wat onderdelen. Je kroost die complexe opeenvolging van regels – en vooral ook de juiste opeenvolging ervan – aanleren, wordt voor hen misschien makkelijker met een paar visuele hulpmiddelen.

Hang aan de wastafel bijvoorbeeld een magneetbord met voor elke ‘volbrachte’ activiteit een figuurtje dat hij of zij kan verplaatsen. Heeft je kind alles mooi volgens de regels gedaan: bravo! Beloon hem eventueel met een sticker of iets anders kleins.

9. Durf te negeren

Last van peuterpuberteit of gewoon van een eigengereide kleuter met een occasionele driftbui hier en daar? Durf het onacceptabele gedrag dan ook eens af en toe gewoon te negeren: heb je je uk moeten wijzen op iets dat niet mocht of hem even in zijn activiteiten moeten hinderen wegens té gevaarlijk en begint hij daarop hysterisch te krijsen? Probeer dan de ‘als jij dit doet reageer ik niet’-methode eens. Wie weet wordt het krijsen om aandacht plots wel erg vermoeiend als het toch niet werkt.

10. Vergeet ook goed gedrag niet

Vaak worden kinderen er wél onmiddellijk op gewezen wanneer ze iets doen wat níét door de beugel kan, maar wanneer ze wel alles goed doen, durft dat al eens onder de radar blijven. Omdat kinderen als kleine sociale wezentjes echt wel baat hebben bij veel liefde, warmte én bevestiging van hun ouders, is het leuk om ook af en toe ook eens met wat lof te strooien voor dingen die je misschien anders als vanzelfsprekend zou beschouwen.

Natuurlijk hoeft de slinger ook niet té ver in de andere richting door te slaan: aan voortdurend te horen krijgen hoe ‘geweldig’ en ‘bijzonder’ ze wel niet zijn, hebben kinderen in het ‘échte leven’ ook niet veel.

11. Geef de controle ook eens uit handen

Kinderen overtreden meestal geen regels omdat ze ‘stout’ willen zijn, maar wel omdat ze zelfstandig dingen willen doen. Is je kind nog te klein om al veel regels zélf toe te passen of begint het net te rebelleren omdat het best zelf al wat kan? Dan kan het oplossing zijn om je kind wat meer beslissingsvrijheid te geven en hem de controle te laten nemen over een paar dingen die hij wel al kan.

Laat je peuter die altijd maar weer de lepel van je af wil nemen bij het eten dan maar eens zelf kliederen, of laat je achtjarige ‘s ochtends zelf maar kiezen wat hij aandoet. Niet alleen zullen je kinderen uit deze nieuwgewonnen zelfstandigheid heel wat voldoening halen, het maakt ook de rest van de ‘na te leven geboden’ toch weer wat minder zwaar.

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here