Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

“Het gaat zo snel!” en 9 andere clichés over het moederschap

Ja, ze worden snel groot. En ja, je krijgt er heel veel voor terug. O nee ... alle clichés blijken stuk voor stuk héél erg waar!

1. Je bent het zó weer vergeten

Vergeten is een groot woord, maar de dag na de bevalling – de ergste pijn ever, zeg maar – hoor je jezelf al zeggen dat je het je eigenlijk al niet meer zo goed kunt herinneren. Of zelfs: dat het wel meeviel. En dat terwijl je gisteren nog de weeën, de pijn en zelfs je man luidkeels hebt vervloekt. Misschien heb je ook verkondigd dat je niét van plan bent ooit nog te bevallen. Dan maar geen broertje of zusje voor je kind!

Maar ach, nu de pijn verdwenen is  – die van weeën althans, die van hechtingen blijft nog even hangen – weet je vreemd genoeg al niet meer hoe het precies voelde.

Klopt ook! Want een mens heeft nu eenmaal geen geheugen voor pijn. Dat betekent dat je het daadwerkelijke gevoel niet meer kunt terughalen. Vast een slimmigheidje van Moeder Natuur om te voorkomen dat de menselijke soort uitsterft.

2. Je vindt je eigen kind altijd mooi

Natuurlijk verkondigde je bij iedere baby die in je omgeving werd geboren dat hij ‘zo mooi’ was, maar eerlijk gezegd: je vroeg je weleens af of de kersverse moeder in kwestie zelf ook zag dat de pas gebaarde baby best wel op haar zeventigjarige schoonvader leek. Zelf zou je, hormonaal of niet, echt wat meer realiteitszin hebben.

Tot je eigen kind geboren wordt, je huilend van geluk vaststelt dat het echt hét-knapste-kind-ooit is, en pas drie jaar later bij het ordenen van de foto’s ziet dat die mini-you drie onderkinnen en een terugwijkende haarlijn had.

3. Je krijgt er zoveel voor terug

Klopt! Om te beginnen: meer kilo’s, extra veel wakkere uren in een dag, lekkende borsten en tal van hechtingen. Maar ook: een snel slinkende bankrekening, busladingen lelijk plastic speelgoed in je huis en tuin en zo’n gigantische gezinswagen met dakkoffer. En o ja, een overdosis liefde over en weer, dat natuurlijk ook.

4. Ik weet niet waar ik het vroeger druk mee had

Je had het echt druk, ooit, toen je nog geen kinderen had. Althans, dat vond je toen. Waarmee is een raadsel, want de 18 uur per dag die je nu in je kinderen stopt, had je toen in principe vrij voor andere dingen. Maar goed, toen was je ook bij met Netflix en las je nog weleens de krant.

5. Uiteindelijk ga je als je moeder klinken

“En niet zonder jas naar buiten, want dan word je ziek!” Het stomme is: je wéét dat het niet waar is – iets met verkoudheden en virussen – en toch hoor je het jezelf tegen je peuter zeggen. En ook nog op precies dezelfde toon als je moeder vroeger tegen jou praatte. Weer een voornemen gesneuveld.

6. Luiers van je eigen kind zijn niet vies

Voor je zelf kinderen had, begreep je gewoon niet hoe ouders dat deden: de meest vreselijke volle luiers verschonen en dat zonder te kotsen. Zelfs niet een klein beetje. Als je ernaar vroeg, beweerden ze ook nog eens dat de kaka van hun eigen kind niet vies was. Jij verklaarde hen voor gek.

Inmiddels sta je zelf tientallen kaka-pampers per week te verschonen en is je dat altijd al zonder kokhalzen gelukt. Dat de uitwerpselen van je eigen kind niet vies zijn, zul je niet snel beweren, maar het is wél te doen.

7. Als je kind naar je lacht, is alles onbelangrijk

Kijk, er bestaan vreselijke dingen als oorlog en ziekte en die zijn nog steeds heel belangrijk en erg, al lacht je kind zich de longen uit z’n lijf. Maar onbelangrijke, doch zeer irritante, zaken als – we noemen maar wat – iemand die voordringt in de rij aan de kassa of een chagrijnige opmerking van je collega verdwijnen snel uit je hoofd als je kind in een schaterbui belandt omdat jij je neus snuit of zoiets.

Bovendien is het zelfs wetenschappelijk aangetoond dat je hiervan een blijer mens wordt. Onderzoekers aan de universiteit van Uppsala stelden vast dat het vrijwel onmogelijk is om niet mee te doen als iemand naar je lacht. Wist je dat demeeste kindjes zo’n vierhonderd keer per dag lachen, wat twintig keer meer is dan de gemiddelde volwassene?

8. Het gaat zo snel

Wanneer is dit gebeurd, vraag je je vertwijfeld af als je een ‘hoera 1 jaar’-taart bestelt, terwijl het nog gisteren lijkt dat je de verkreukelde minibaby voor het eerst in je armen hield. Oké, er waren momenten dat de tijd tergend traag ging (drie maanden tot die ellendige krampjes voorbij waren, drié maanden), maar wow, waar is dat jaar gebleven?!

9. Als de kinderen een fijne vakantie hebben, hebben wij een fijne vakantie

Dat begreep je eerlijk gezegd niet goed als mensen dat zeiden. Vroeger beschouwde je een vakantie immers pas geslaagd als je de Kilimanjaro had beklommen of het licht had uitgedaan in een Spaanse bar.

En toen kwam het moment dat je – een of twee kinderen verder – onder het mom ‘wij worden niet zo’ toch gewoon die natuurcamping in Italië boekte, met in de wijde omtrek kilometers wijngaard, maar nul kinderentertainment. Want hé, jouw kind zou zich natuurlijk wel kunnen vermaken met een bultje zand en een stokje. Toch?

Drie weken later zit je in de auto op weg naar huis alweer te googelen naar campings met veel pierenbadjes en ander kindervermaak voor volgend jaar. In gedachten moest je al die vrienden, die je voorgingen en je toen voor gek verklaarden, overschot van gelijk geven.

10. Het is het allemaal waard

Ook met je gillende, appelsmijtende peuter op de supermarktvloer, 21 maanden niet doorslapen, een chronisch gebrek aan me-time, zes hardnekkige zwangerschapskilo’s, en ja, zelfs die 14 uren weeën … het ís het waard. Punt.

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!