Voor het eerst mama: “Ze vonden het niet oké dat hij nog op m’n kamer lag, maar ik luisterde naar mijn moedergevoel”

Door -
kraamtijd
Mama-redactrice Celine werd in augustus 2019 voor het eerst moeder, van de überschattige Otis. Wat dat met haar deed en hoe zij nu als prille mama in het leven staat, deelt ze in deze column. Van herkenbare paniekaanvalletjes tot dolgelukkige mama-momenten vol verwondering: welkom in de wereld van Celine!

Hier had ik moeite mee tijdens de kraamtijd

“Een mens zou denken dat je gedurende de zwangerschap voldoende tijd hebt om te wennen aan het idee dat je verantwoordelijk zal zijn voor een piepklein wezentje. Levenslang! Toch overviel die gedachte me pas wanneer Otis voor het eerst mijn armen lag.

Mama worden is nu eenmaal overweldigend, en dan kan ongevraagd, doch goed bedoeld advies, een vervelende opmerking, vraag of daad er net té veel aan zijn.

Pottenkijkers

Daar stonden we dan met een glaasje cava in de hand, een maag vol chips, en een hart vol liefde, want mijn allerliefste metekindje was geboren. M’n eierstokken rammelden ervan. Ik beeldde me in hoe diezelfde familie en vrienden in mijn kamer zouden staan terwijl ik het kakelverse kuiken Lion King-gewijs zou laten zien.

Maar de eerlijkheid gebiedt me dat ik het na mijn bevalling liever anders had. De mensen met wie ik close ben, waren meer dan welkom. Dat wél. Maar een achternicht van de gootmoeder van de buur van de ouders van mijn vriend, zag ik liever niet in een snikhete ziekenhuiskamer staan, terwijl ik voor de derde keer een poging deed om mijn kind te voeden in een bezwete pyjama. Het kraambezoek vroeg zich af waarom mijn derrière nog zo dik leek. ‘Waren dat nog overtollige kilo’s of veel te dik kraamverband?’ hoorde ik ze in de gang fluisteren.

Dus hoe minder zielen, hoe meer vreugd, want het kuiken en ik moesten elkaar nog leren kennen. Al voelt het niet goed om dit te vertellen in volle coronapandemie, want ik kan me voorstellen dat fonkelnieuwe mama’s niets liever zouden willen dan zich nu te omringen door al wie ze liefhebben.

“Ik beeldde me in hoe familie en vrienden in mijn kamer zouden staan terwijl ik het kakelverse kuiken Lion King-gewijs zou laten zien.”

Slaapt hij al door?

Otis was een drietal weken oud toen ik voor het eerst alleen met hem naar de slager ging. Een hele prestatie vond ik dat. Want zowel m’n bekken als mijn energiepeil hadden me tot dan een beetje in de steek gelaten.

De hele wachtrij lachte me vriendelijk toe — want wanneer je met een kinderwagen binnenwandelt, gebeurt dat sneller. Vooral de vrouw achter mij was all smiles en ik voelde dat ze me wou aanspreken: ‘Slaapt hij al door?’ Lastige vraag dit, want hij dronk zo’n tien keer per dag aan de borst, dus een hele nacht soezen zat er niet in. ‘Mijn kleinzoon slaapt al in blokken van zeven uur sinds z’n geboorte, goed hè?’ Ze was duidelijk niet nieuwsgierig naar het doen en laten van mijn zoon, maar wou vooral dat laatste verkondigen.

Ze deed me wat denken aan de primus in de lagere school die opschepperig deed over de tien die ze behaalde op de luistertoets. Weer zo’n (groot)moeder die er maar al te graag een concurrentiestrijd van maakte.

Hij heeft honger!

Wanneer een baby een vuistje in z’n mond stopt of plots schreeuwt en huilt, gaan mensen er meteen van uit dat die trek heeft. En pas op, dat kan ook. Maar dat een plasincident of vermoeidheid ook de reden tot dit niet te missen schouwspel zou kunnen zijn, schiet hen niet te binnen.

Ik blijf het trouwens bizar vinden dat dit waakzame publiek veronderstelt dat zijn bloedeigen moeder de hongersignalen niet zou opmerken. Dus bedankt voor de bekommernis, maar mijn zoon dronk toen zo vaak aan de borst, dat ik soms dacht er secondelijm op zijn lippen kleefde. Melk, zweet en tranen heeft het me gekost.

Ligt hij nog bij jou op de kamer?

Of ik nog zin had in een glaasje fruitsap. ‘Ja graag, even relaxen nu hij slaapt’. Wat mis ik toch die eerste weken, toen we in die heerlijke bubbel zaten, en mijn lief me alles op een plateautje bracht, omdat de baby voortdurend op me lag. Enfin, overdag op mij, en ‘s nachts naast me in de co-sleeper. Stiekem mee in bed was soms ook een optie. Geen haan die ernaar kraaide.

Maar plots (na hoeveel tijd weet ik niet meer precies) vonden bepaalde individuen het niet meer aanvaardbaar dat ons bloedeigen kind bij me op de kamer lag. ‘Je verwent hem te veel!’ En dat terwijl ik gewoon naar mijn moedergevoel luisterde.

Maar hé, zolang O’tje die brede glimlach met twee prijkende tandjes laat zien, als blijk van geluk, lap ik die commentaren met plezier aan mijn laars.”

Ook de moeite om te lezen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here