Papa-talk: “Het kan elke richting uit. Maar als het van mij afhangt? Omlaag!”

Door -
skiën
ThomasDetombe
Thomas Detombe (35) is journalist, Libelle Mama-columnist en papa van Lucas (3) en baby Theo. Wat het jonge vaderschap met hem en zijn leven doet, schrijft hij voor jullie openhartig en onverbloemd neer.

Op het moment dat je deze column leest, glijdt Lucas hopelijk zijn eerste skipiste af. Slalommend tussen de bomen, in volle vaart richting een mini-schans waar hij een perfecte 360 uitvoert. Applaus van zijn fiere papa!

Zo’n vaart zal het vermoedelijk niet lopen. Misschien vindt hij skiën maar niets. Het is afzien hoor, papa, zeker voor beginners. Ja jongen, ik heb ook gezwoegd toen ik het leerde. Dat lompe materiaal, die stokken die je telkens weer uit de handen glippen, geen drie meter kunnen glijden zonder frontaal op je donder te gaan. Sneeuwgewenning betekent leergeld betalen. Een afremmende ‘tipi’ (of ‘ploeg’) maken op zo’n overbevolkte groene piste, vlak bij die lelijke Franse hoogbouw in de bergen? Nee, echt gezellig was het niet.

“Dat lompe materiaal, die stokken die je telkens weer uit de handen glippen, geen drie meter kunnen glijden zonder frontaal op je donder te gaan.”

Voor mij begon het plezier pas later; toen ik wat meer techniek had. Toen ik bijvoorbeeld oud genoeg was om een schijnbaar eindeloze pannenkoekenlift tot 3000 meter hoogte te nemen. Half zittend, half hangend schuif je langzaam door een muisstil wit wonderland. Jezelf vervolgens succesvol van de lift loskoppelen en je ski’s over de rand van de afzink leggen. Liefst aan het begin van de dag, als de pistes er nog maagdelijk bij liggen en je als eerste sporen kunt trekken. Jouw persoonlijke handtekening op de berg.

De (voorlopig) laatste keer dat Lucas echte sneeuw proefde was op de Baraque Fraiture, begin vorig jaar. Het was koud, er lag een kraakvers pak sneeuw van zo’n dertig centimeter. Heerlijk, dacht ik. We haalden de slee uit onze auto en zochten een goeie helling. Daar liep het al snel fout. Tijdens een ietwat overmoedige glijpartij vloog hij met slee en al uit de bocht. Poef! Gezicht vol in de diepsneeuw. De voorzichtige glimlach van eerst maakte plaats voor verontwaardiging en groot verdriet. Hoe durfde die slee eigenlijk? ‘Ik wil niet meer papa, dit is niet leuk’, schreeuwde hij. Ik pakte hem vast en wreef zijn beijzelde gezicht warm. ‘We zijn hier nog maar 10 minuten, jongen. Zullen we nog eens samen proberen glijden? Ik zal je goed vasthouden.’

“In het beste geval schijnt de zon en vindt hij snel glijplezier op de latten.”

Daar was geen sprake van. In de auto wachtte warme soep in een thermos, en dat wist hij. Dus waarom dus nog één minuut langer op dit verraderlijke weiland doorbrengen? Lucas zag er het nut niet van in. Kort daarna slurpten we aan onze bekers onder het gezoem van verwarmingsroosters. De motor bleek zelfs nog niet koud te zijn.

Die recente geschiedenis maakt onze trip naar de bergen hoogst onvoorspelbaar. In het beste geval schijnt de zon en vindt hij snel glijplezier op de latten. In het slechtste geval striemt de sneeuw hem langs alle kanten om de oren: vanuit de lucht, vanuit de piste, door een dolenthousiaste sneeuwballengooier. Dat laatste scenario zal vermoedelijk uitmonden in een troostende croque monsieur en de belofte dat we die dag (die week?) niet meer zullen skiën.

Het kan elke richting uit. Maar als het van mij afhangt? Omlaag!

MEER COLUMNS VAN THOMAS:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!