Papa-talk: “‘Ik vlieg, ik vlieg!’ schreeuwt hij, en ik zie hem sprongetjes maken”

Door -
Thomas Detombe (34) is journalist, Libelle Mama-columnist en papa van Lucas (3) en baby Theo. Wat het jonge vaderschap met hem en zijn gevoelsleven doet, schrijft hij voor jullie openhartig en onverbloemd neer.

Grote jongens aan de hemel

‘Da’s een grote jongen, hé’, kraait Lucas. Hij zit achterop de fiets en wijst naar de hemel. Daar klieft een vliegtuig naar de dichtstbijzijnde landingsbaan. Het geluid is bijna oorverdovend. Lucas roept iets onhoorbaars. Ik kijk om en zie hem enthousiast zwaaien naar het vliegtuig.

Misschien heeft hij een onderonsje met de piloot. Zwaait die brave man of vrouw enthousiast terug. Of geeft de luchtkapitein een manhaftige tik tegen de pet, bij wijze van begroeting. Zo’n stuurknuppel hoef je niet met twee handen vast te houden, toch?

Een fietstocht naar de landingsbaan is altijd een succes. Soms zien we amper vliegtuigen, soms kunnen we de tel niet bijhouden. Maar altijd is er die belofte: we gaan naar de grote jongens en meisjes van ons luchtruim kijken, spannend!

We zijn net te laat om de mastodont van zonet te zien landen. Maar niet getreurd, een vriendelijke vliegtuigspotter vertelt ons dat er binnen 12 minuten nog eentje aankomt. Een Airbus A350 uit Dubai. Hij zal landen op baan 25L, vlak voor onze neus. Lucas registreert de info en antwoordt de man: ‘Die kunnen nogal eens vliegen, hé. Ze komen uit Amerika.’ De man lacht vertederd. ‘Vandaag komen ze vooral uit Azië, eigenlijk.’ Lucas, onverstoorbaar: ‘Uit Amerika. Da’s wel ver, hé?’

In de verte zien we een sportvliegtuigje landen, die had spottermans gemist. ‘Da’s een grote jongen, hé’, kirt Lucas nogmaals. Het lijkt niet veel uit te maken wat er precies vliegt of landt, voor hem zijn het allemaal grote jongens.

“Een fietstocht naar de landingsbaan is altijd een succes. Soms zien we amper vliegtuigen, soms kunnen we de tel niet bijhouden.”

In de coronaperiode bezochten Lucas en ik regelmatig een spottersplek met fabuleus uitzicht over het hele tarmac. De luchthaven lag er telkens doods en verlaten bij. Je zag geparkeerde toestellen stof vangen en ongeduldig wachten op een nieuw begin.

Vanop de eerste rij zien hoe onze kolkende wereld helemaal stilvalt, dat doet iets met een mens. Het gaf me op een vreemde manier rust. Hoogmoed maakte even plaats voor nederigheid. Nee, wij zijn niet het benijdenswaardige middelpunt waarrond alles draait. Nooit geweest, trouwens.

Tijdens die mijmerende vergezichten leefde Lucas zich uit op een hindernissenparcours vlakbij. Handig, zo kunnen de meest gepassioneerde spotters hun hobby ook met hun jonge kroost blijven uitoefenen. Op de plek prijkt ook een beklimbare mini-verkeerstoren omgeven door drie korte kunststoffen landingsbanen.

“In de coronaperiode bezochten Lucas en ik regelmatig een spottersplek, met fabuleus uitzicht over het hele tarmac. De luchthaven lag er telkens doods en verlaten bij.”

Daar stijgen we samen op. Lucas staat voor me, armen gespreid, niets dan vrije baan voor ons uit. Ik grommel luid zoals alleen een vliegtuig dat kan. Als het gegrom me op de adem trapt, kondig ik hijgend aan dat het toestel ready for take off is. Lucas spreidt z’n armen nog ietsje wijder en begint te rennen. Ik zit hem op de hielen en roep dat we méér gas moeten geven om te kunnen opstijgen. ‘Ik vlieg, ik vlieg!’ schreeuwt hij, en ik zie hem sprongetjes maken.

‘Ik ook’, antwoord ik. Op dat moment grijp ik hem vast en gaat hij echt de lucht in. Als een adelaar scheert hij boven m’n hoofd. Dat manoeuvre hou ik nooit langer dan enkele seconden vol, maar hij geniet.

Wat een grote jongen aan de hemel.

MEER COLUMNS VAN THOMAS:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here