Groeten uit Zweden: “Met de kinderen en het Zweeds komt het goed. Mama moet wat meer moeite doen.”

Door -
Zweden
In een ander land opnieuw beginnen met je hele gezin: we dromen er misschien allemaal weleens van, maar Sara dééd het gewoon. Hier lees je elke week haar column over het leven met kinderen zoals het is in Zweden.

Wie is Sara? Bijna 40, getrouwd met Phil en mama van 2 kids met karakter, Elias (11) en Stina (8). Vorige zomer ruilden ze hun stadswoning in Hasselt in voor het lagom leven in Småland, Zweden.

Jullie praten thuis ook Zweeds, toch?

Of we thuis ook Zweeds praten, die vraag krijgen we geregeld. Met een beetje schaamrood op de wangen antwoord ik dan ontkennend en voel de drang me meteen te verantwoorden. Het is toch ook belangrijk dat de kinderen hun moedertaal niet vergeten? En tenslotte zitten ze een groot deel van de dag op school waar het allemaal in het Zweeds te doen is. Of zie ik het verkeerd?

Het is alleszins een moeilijk evenwicht, eentje waarvan ik op voorhand misschien geen problemen had verwacht. In een ver verleden studeerde ik taalkunde. Ik ken bijgevolg de theorieën achter taalverwerving en weet dat kinderen op dat vlak echte sponsen zijn, flexibeler dan we denken. Ik wist dat het bij Stina – gezien haar jonge leeftijd – sneller zou gaan dan bij Elias, maar ik had er bij allebei vertrouwen in. Op dat vlak loopt alles volgens het voorziene plan. Héérlijk, zeker voor iemand die de controle liever stevig in handen houdt.

Liefde voor het Nederlands

Maar dat andere dingetje dat maakte dat ik naar de universiteit ging, die liefde voor de Nederlandse taal, voelt zich soms wat in de steek gelaten en manifesteert zich weleens. Op het moment dat bovenstaande vraag zich stelt bijvoorbeeld. We praten Nederlands thuis. Ik reik de kinderen op regelmatige basis een boek in hun moedertaal aan. Ja, we kijken zelfs geregeld naar de Belgische televisie. Ik schrijf deze column in het Nederlands en ook m’n ander werk speelt zich voornamelijk af in de taal waarmee ik ben opgegroeid en waarvan ik zoveel houd.

“Ik heb gemengde gevoelens als ik Zweedse woorden tussen de Nederlandse zinnen van de kinderen hoor”

Verschrikkelijk zou ik het vinden, moest de dag ooit komen dat Elias en Stina moeite zouden hebben om een normaal gesprek te voeren met de familie in België. ‘Zo snel gaat dat toch niet’, hoor ik jullie denken. ‘Jullie zijn er pas een jaar…’ En toch heb ik gemengde gevoelens als ik Zweedse woorden tussen de Nederlandse zinnen van de kinderen hoor. “Mama, kan je dat op een lapje voor me schrijven”, zegt Stina dan (waarbij ze met ‘en lapp’ een briefje of een papiertje bedoelt). Of als Elias honderduit vertelt over wat hij die dag op school geleerd heeft, vallen er begrippen die hij enkel in het Zweeds kent.

Een geheugen met gaten

Met de kinderen en het Zweeds komt het goed. Maar als ik kijk naar de vorderingen van de ouders, dan begrijp ik waar die vraag ‘Jullie praten thuis ook Zweeds, toch?’ vandaan komt. Het gaat namelijk helemaal niet om de kids, maar om ons! In ons hoofd op leeftijd zit er helaas geen spons, maar iets in rust, dat af en toe terug in gang getrokken moet worden. Iets met veel gaten in ook, wat maakt dat je een woord niet tien, maar honderd keer moet herhalen voor het effectief blijft hangen.

“wil je echt integreren, dan kom je er niet met kaneelbollen eten of je huis op de Zweedse manier inrichten.”

Triestig, bedroevend, schaamtelijk, als ik in de winkel m’n beste Zweeds bovenhaal en de kinderen opeens een meter verder gaan staan of eens met hun ogen rollen. Om dan – eens terug in de auto – een preek af te steken. “Zo zeg je dat niet, hé, mama, het is wel zo, hé”. “Help me dan”, hoor ik mezelf smeken. Ik besef dat ik nog veel van hen kan leren. Want wil je echt integreren, dan kom je er niet met kaneelbollen eten of je huis op de Zweedse manier inrichten. Het gaat om deel uitmaken van de maatschappij, met mensen kunnen praten.

Ook al vindt m’n juf in de Zweedse les dat ik na amper een jaar in de klas erg goed bezig ben, zolang de kinderen met hun ogen draaien, is er werk aan de winkel… Ik neem me voor om wat minder naar ‘Het Journaal’ te kijken en wat meer naar ‘Bonde söker fru’ (het Zweedse ‘Boer zoekt vrouw’), m’n notitieboekje met woorden die ik steeds vergeet wat vaker in de hand te nemen en misschien, zoals de kapster onlangs voorstelde, één Zweedse dag per week in te voeren. Op vrijdag bijvoorbeeld. Dan doen we vanaf nu van fredagsmys – maak het gezellig thuis met het gezin en kies een makkelijk te bereiden maaltijd – en praten we Zweeds.

Wordt vervolgd 😉

Kram (een Zweedse knuffel), Sara

NOG MEER COLUMNS VAN SARA:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here