Kinderwens bij holebi’s: als kinderen niet zo vanzelfsprekend zijn

Door -
kinderwens bij holebi's
Getty Images.
Huisje, tuintje, boompje, kindje: de meeste koppels beginnen gewoon aan kinderen als ze daar klaar voor zijn. Voor holebi-koppels is een kinderwens in vervulling laten gaan niet zo simpel. Wat voor hen in ons land precies de mogelijkheden zijn? En welke hindernissen bij dat proces zoal komen kijken? Shanti Van Genechten van Kinderwens vzw geeft tekst en uitleg.

Twee mama’s

Shanti: “Twee vrouwen met een kinderwens worden geconfronteerd met extra beslissingen die ze vooraf bespreekbaar moeten maken. Maar de weg naar het vervullen van hun kinderwens is nog altijd iets uitgebreider dan voor twee mannen:

  • Via ivf of kunstmatige inseminatie hebben ze de optie om met een eigen – genetisch ten minste aan een van beiden verwant – kindje hun kinderwens te vervullen. Bij deze optie komen wel wat extra keuzeprocessen kijken, waarover de vrouwen op voorhand al moeten reflecteren, bijvoorbeeld: kiezen we voor een anonieme of een bekende donor? Wat zijn de implicaties van onze keuzes?
  • Anderzijds kunnen ze ook andere vormen van ouderschap overwegen waaronder adoptie of pleegouderschap.

Onderzoek wijst trouwens uit dat kinderen die opgroeien in lesbische gezinnen in alle levensfases een erg stabiele en normale ontwikkeling kennen. Belangrijk is dat beide vrouwen de rol die ze in het gezin willen opnemen duidelijk hebben voor zichzelf en voor de andere.”

IVF

“De eicel van een van beide moeders wordt via ivf bevrucht en in de baarmoeder van één van beide vrouwen geplaatst. De vrouw die het eitje afstaat, hoeft niet noodzakelijk ook de vrouw te zijn die het kind zal baren. Volgens de wet is de vrouw die bevalt van het kind de wettelijke moeder.

  • Ben je als lesbisch koppel getrouwd, dan zijn beide moeders automatisch juridische ouder.
  • Ben je niet gehuwd, dan kan de meemoeder het kindje erkennen bij de burgerlijke stand.

ADOPTIE OF PLEEGOUDERSCHAP

Shanti: “Overweegt een lesbisch koppel andere vormen van ouderschap, dan is het belangrijk dat ze voor zichzelf uitmaken of ze ‘zorgen voor een kind’ belangrijker vinden dan genetisch verwantschap. Want dát is en blijft een andere vorm van ‘zorgen voor’. Zo worden deze koppels dus vaak al vóór de conceptie van hun kind geconfronteerd met de fundamentele vraag: Wat betekent ouderschap voor jou?”

Medische screening en psychologische test

“Dat de kinderwens voor een lesbisch koppel, door een biologisch voordeel, op zich nog relatief makkelijk in vervulling kan gaan, wil natuurlijk niet zeggen dat er bij het proces geen extra hindernissen komen kijken:

  • zo worden deze koppels vanaf hun aanmelding voor ivf grondig medisch gescreend
  • en worden ze beproefd tijdens een gesprek met een psycholoog, waar ze hun kinderwens grondig moeten motiveren.

Hoewel de therapeutische gesprekken een goede aanleiding vormen om na te denken over belangrijke zaken waar ook andere koppels die aan kinderen willen beginnen misschien best al even over denken, kan de medische omkadering er bij sommige koppels wel voor zorgen dat ze zich een beetje ‘uitgekleed’ voelen: waarom immers moeten zij hun kinderwens zo fundamenteel verantwoorden en kunnen hetero-koppels hier wel gewoon in alle intimiteit aan beginnen?”

VRAGEN TIJDENS PROCEDURE

Vragen waar het koppel tijdens de procedure onder meer voor komt te staan, zijn bijvoorbeeld:

  • Waarom willen we een kind?
  • Wie zal het kind dragen?
  • Kiezen we voor een anonieme of bekende donor?
  • Wat betekent ouderschap voor ons: is dat vooral het doorgeven van genetisch materiaal, of eerder het overdragen van normen en waarden of nog iets anders?
  • Hoe zullen we de taken en rollen binnen ons gezin verdelen?
  • Hoe kunnen we eventueel buiten de structuur van ons gezin om toch zorgen voor een soort van ‘vaderfiguur’ in het leven van ons kind? En hoe gaan we die rol waarmaken?
  • Hoe zullen we elkaar noemen in ons gezin?
  • Welke familienaam krijgt het kind?

Kinderwenshuizen

Doordat een lesbisch koppel biologisch gezien alles in huis heeft om een kind te baren en spermadonatie in België relatief makkelijk loopt én goed wettelijk geregeld is, duurt het voor een lesbisch koppel met een kinderwens niet zolang vooraleer ze ook daadwerkelijk aan kinderen kunnen beginnen.

Om lesbische koppels wel voldoende te ondersteunen bij alle keuzes die ze voor de zwangerschap moeten maken, opende de Vlaams overheid in 2016 verschillende Kinderwenshuizen waar zij met al hun vragen en twijfels terecht kunnen.

Twee papa’s

“Voor twee mannen met een kinderwens ligt de situatie in ons land jammer genoeg nog altijd veel moeilijker”, zegt Shanti. Ook voor een homokoppel zijn er verschillende opties, maar die zijn telkens wel iets omslachtiger dan de eenvoudigere eerste keuze bij vrouwen:

  • of ze kunnen gaan voor binnenlandse adoptie of pleegouderschap
  • of ze kiezen ervoor om op zoek te gaan naar een draagmoeder in hun nabije omgeving

In theorie is er – zowel voor mannen als voor vrouwen trouwens – ook nog een optie: buitenlandse adoptie.

In de praktijk blijft die keuze echter onmogelijk: in de meeste landen waarmee België een adoptie-overeenkomst heeft, kennen holebi’s met een kinderwens absoluut nog niet dezelfde rechten als in ons land en in veel van de landen is adoptie door holebi’s zelfs nog bij wet verboden. Enkel kinderen uit de VS en Canada zouden wél in aanmerking komen, maar die zijn er relatief weinig.

DRAAGMOEDER

Ook draagmoederschap blijft een gecontesteerde optie: “In de afgelopen dertig jaar zijn er in België maar zo’n 150 à 200 draagmoederschappen geweest. Ter vergelijking: per jaar worden er in België wel ongeveer zo’n 20.000 ivf-cycli afgerond”, duidt Shanti.

De redenen waarom zo weinig homokoppels uiteindelijk voor een draagmoeder kiezen? “Het mag voor twee mannen dan wel de enige manier zijn om een kind dat genetisch aan hen gerelateerd is op de wereld te zetten, maar de medische en psychosociale randvoorwaarden die bij draagmoederschap komen kijken, maken dat de procedure aanvatten alleen al erg moeilijk is. Concreet betekent het dat:

  • het homokoppel zélf een draagmoeder moet vinden. Er bestaan in ons land geen instanties die de koppels helpen bij het vinden van een draagmoeder en ook het fertiliteitscentrum zelf komt niet tussen. Meestal is een draagmoeder dan ook iemand die erg dicht bij het koppel zelf staat, zoals een zus, een goede vriendin of zelfs een moeder van een van beide. Uiteraard is een beslissing tot draagmoederschap een erg intense beslissing en wordt het over het algemeen gezien als een ‘grote daad van solidariteit’ die niet alleen veel vraagt van de draagmoeder zelf, maar ook van de relatie met háár partner en van die met het homokoppel in kwestie.
  • het homokoppel ook zelf voor een eiceldonor moet zorgen.
  • alle partijen in het fertiliteitscentrum grondig gescreend worden: bij alle betrokkenen worden veel medische zaken gecheckt, maar ook psychologische en zelfs sociale factoren worden meegewogen. Bijvoorbeeld: waarom geeft de draagmoeder zich op als draagmoeder? Hoe is haar relatie met het homokoppel? Heeft ze zelf al kinderen? Hoe is de medische voorgeschiedenis van alle betrokken partijen, enz.”

DRAAGMOEDERSCHAP: WETTELIJK KADER ONTBREEKT

Shanti: “Het grootste probleem met draagmoederschap in ons land is dat elk wettelijk kader om de praktijk in goede banen te leiden voorlopig nog ontbreekt, en dat schrikt veel wensouders uiteraard af.

  • Juridisch gezien hebben de wensouders gedurende de hele zwangerschap en zelfs een heel tijdje na de geboorte van het kind weinig tot geen rechten. Ook al heeft de draagmoeder soms geen enkele genetische band met het kind, toch wordt die door de Belgische wet als de ‘wettelijke moeder’ aangeduid, simpelweg omdat zij het kind op de wereld zet.
  • Daardoor loopt een homokoppel in dit scenario erg lang het risico dat de draagmoeder zich bedenkt en het kind alsnog wil houden. Maar ook andersom geldt dit.”
  • Bovendien moeten er ook over de levensstijl van de zwangere vrouw afspraken gemaakt worden: waaraan willen de wensouders dat de draagmoeder zich in het belang van ongeboren kind houdt? Welke eet-, leef-, of sportgewoontes houdt ze erop na? Het kan aanleiding tot wrevel en spanning veroorzaken. En ook hier hebben de wensouders in principe juridisch niets in de pap te brokken.
  • Het wettelijk ouderschap blijft tot twee maanden na de geboorte bij de draagmoeder liggen. Pas dan kan de adoptieprocedure in gang gezet worden, die meestal ook nog eens zo’n anderhalf jaar aansleept. Pas als alle papieren daar in orde zijn, en de rechter heeft zijn oordeel geveld, is het kind officieel van de wensouders en kan daar niet meer op teruggekomen worden.”

BINNENLANDSE ADOPTIE

In de praktijk kiezen de meeste homokoppels met een kinderwens dan ook voor binnenlandse adoptie. Maar ook die loopt niet zomaar van een leien dakje.

“In ons land worden er per jaar gemiddeld zo’n 20-tal kinderen voor adoptie opgegeven. Op de wachtlijst staan wel permanent zo’n 300 tot 500 koppels”, zegt Shanti. “Daardoor durven de wachttijden voor mannen die een kind willen dus al eens oplopen van zo’n 8 tot 10 jaar.”

Twee mannen die zich door deze lange wachttijd niet lieten ontmoedigen, waren MNM-presentator Tom De Cock en zijn man Maarten: “Onze kinderwens was zó uitgesproken aanwezig, dat het erg duidelijk was dat we dit gewoon móésten doen. Duurde het wachten soms lang en waren er soms emotioneel zware momenten? Zéker, maar dat wisten we toen we eraan begonnen en het eindresultaat – onze dochter Jasmijn die nu 5 jaar bij ons is – maakte dat alles het absoluut waard. Bovendien werden we in onze hele zoektocht naar een zoon of dochter érg goed begeleid: de personen bij de adoptiedienst zijn stuk voor stuk mensen die zo overtuigd zijn van hun missie en zo betrokken bij je persoonlijk verhaal, dat ze aan het einde van de rit echt vrienden geworden zijn.”

Meer lezen over het persoonlijke adoptie-verhaal van Tom De Cock zijn man Maarten en hun half Belgische-half Aziatische dochter Jasmijn (5). Lees dan morgen op Libelle Mama: “Alle taken die ouders normaal vervelend vinden? Ik doe ze met plezier”.  

Alleenstaande homo’s

Toch komt het volgens Shanti Van Genechten niet voor alle holebi-koppels – en vooral voor alleenstaande homo-mannen dan – ooit zover, omdat ze ondanks de openheid van onze westerse samenleving en de relatief goede omstandigheden voor holebi’s in ons land, nog steeds geplaagd worden door bepaalde vooroordelen, of althans: zo vrezen ze. “Vooral alleenstaande homo-mannen ervaren nog veel moeite met het toelaten én met het uitdrukken van een kinderwens. Zij blijven vaak zitten met het gevoel hier maatschappelijk toch uit de boot te vallen: alsof zij met hun wens nergens terechtkunnen of er zelfs geen recht op hebben.”

Om holebi’s met een (al dan niet vervulde) kinderwens toch alvast met élkaar in contact te brengen, een organiseerde vzw Kinderwens een paar maanden geleden voor het eerst dan ook een ontmoetingsavond over het thema in het holebihuis in Leuven en zijn ze vast van plan nog meer van dit soort initiatieven op touw te zetten.

Zelf holebi met een prangende, maar onvervulde kinderwens? Lees dan zeker het boek dat Shanti Van Genechten en Lode Godderis (KU Leuven) over het onderwerp samenstelden: ‘Als je kinderwens onvervuld blijft’, (Lannoo). Op zoek naar hulp? Surf naar www.kinderwens.org

Meer lezen over holebi’s of andere vormen van ouderschap:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here