Mijn verhaal: Griets zoontje Arthur heeft diabetes type 1

Door -
Diabetes type 1
© Thierry Vermeire / Hippo & Friends
Vandaag is het Werelddiabetesdag. Haast elke dag krijgt een kind in ons land de diagnose diabetes type 1. Wat dat met een gezin doet, daar weet Griet al twee jaar alles van.

Griet (37): “’Zal ik de lakens strijken?’, vroeg mijn schoonmoeder me op een druilerige zondag in november, nu twee jaar geleden. ‘Dat is lief, maar het heeft toch geen zin’, vertelde ik haar. ‘Arthur plast weer elke nacht in bed, morgen zitten ze alweer in de wasmachine.’ Arthur was op dat moment vier en zat al een tijdje niet goed in z’n vel. Hij was lastiger dan anders en hij weende om het minste. De kleuterpuberteit, dacht ik nog. En dat bedplassen… Soms dronk hij tot wel twee liter water op een dag. Niet zo gek dat hij het ’s nachts niet droog hield, toch? Maar mijn schoonmoeder met haar medische achtergrond wist wel beter. Voorzichtig liet ze vallen dat het bedplassen, het vele drinken en de vermoeidheid typische kenmerken van suikerziekte zijn. Mijn kind ziek? Dan kon toch niet waar zijn?

De volgende dag al werd het vermoeden van mijn schoonmoeder beaamd door de huisarts: ‘Ik heb geen goed nieuws. Je zoon heeft diabetes.’ Hij deed nog een vingerprik maar ook daaruit bleek dat Arthur suikerziek is, én dat zijn toestand kritiek was. Er zat zoveel suiker in zijn bloed, dat de dokter haast niet kon geloven dat Arthur zich eigenlijk nog best goed voelde. Nog geen uur later stonden we al op de spoeddienst. De huisarts wilde geen enkel risico nemen, en stuurde ons meteen naar het ziekenhuis.”

‘Ik wil geen prikjes meer’

“Uiteindelijk heeft Arthur een week in het ziekenhuis gelegen. Daar leerden we koolhydraten tellen, bloed prikken en insuline spuiten om zijn ziekte zelf goed te kunnen opvolgen. Of Arthur besefte wat er aan de hand was? Ik denk het niet. Samen met de psychologen en de verpleegkundigen hebben we hem wel verteld dat hij ziek is, maar hoe moet een kind van vier dat in godsnaam begrijpen? Hij zag natuurlijk wel dat papa, en vooral mama, veel verdriet hadden. Elke keer als de tranen over mijn wangen rolden, deed hij er alles aan om me op te vrolijken. En dat terwijl de rollen eigenlijk omgekeerd hadden moeten zijn. Ik had hém moeten opvrolijken, ík had in dat ziekenhuisbed moeten liggen en ík had vier keer op een dag in mijn vinger moeten prikken…

De eerste maanden na de diagnose liet Arthur het niet aan zijn hart komen en liet hij zich zonder morren prikken. Maar na enkele maanden was het genoeg geweest. ‘Ik wil geen prikjes meer. Ik wil geen suikerziekte.’ Begrijpelijk natuurlijk, want de onbezorgdheid en de spontaniteit was helemaal verdwenen. Ging hij naar het verjaardagsfeestje van zijn beste vriendje, dan ging ik mee. Kwam Sinterklaas naar het dorp, dan moesten we vaak ‘nee’ zeggen als hij de snoepjes in z’n mond wilde steken.”

Onzichtbare ziekte

“Intussen zijn we twee jaar verder en is het rekenen en anticiperen een deel van ons leven geworden. Sinds een jaar heeft Arthur trouwens een insulinepompje, die regelmatig een kleine hoeveelheid insuline afgeeft. Gedaan met de vele prikjes! Het heeft ons leven en dat van Arthur een stuk makkelijker gemaakt. We moeten wel nog steeds alles afwegen, maar bolussen (de insulinepomp bedienen, red.) kan hij helemaal zelf. Daar ben ik alle hulpverleners zo dankbaar voor. Van psychologen en endocrinologen tot de sociale dienst en de verpleegkundigen: in het ziekenhuis staan ze zelfs na twee jaar nog altijd paraat om ons te helpen. Net als de Diabetesliga trouwens! Elk jaar gaan we met hen op weekend, zodat Arthur kan zien dat hij niet de enige is die diabetes heeft.

Wat moeilijk blijft, is dat diabetes een onzichtbare ziekte is. Mensen zeggen weleens dat Arthur helemaal niet ziek lijkt, maar dat is het ‘m net: het gevaar zit verborgen in dat kleine lichaampje. Door een suikerval kan hij het bewustzijn verliezen, en een te veel aan suiker kan dan later weer zijn ogen en zijn nieren aantasten. Al een geluk dat vrienden en familie beseffen dat het een ernstige ziekte is, en dat ze er alles aan doen zodat Arthur zich geen buitenbeetje voelt. Als er een feestje op de agenda staat, vragen ze voordien al of Arthur mee pannenkoeken mag eten. En niemand die moeilijk doet om de waslijst aan instructies die ik meegeef, als Arthur komt spelen. Dat is een fijne gedachte, maar geef toe: als mama ben je nooit helemaal gerust, toch?”

14 november = Werelddiabetesdag

In België wordt bijna elke dag een kind gediagnosticeerd met diabetes type 1. Een chronische ziekte die, zeker voor kinderen, moeilijk te begrijpen is. Het Hippo & Friends type 1 diabetesfonds van de KU Leuven zet zich in om meer aandacht te vragen voor diabetes bij kinderen en jongvolwassenen. Samen met AKA De Mensen en Volstok creëerde Hippo & Friends de prachtige animatievideo ‘Hey Hippo’, die kinderen uitlegt hoe ze met de ziekte kunnen omgaan.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Wil jij Hippo & Friends type 1 diabetesfonds steunen? Koop dan hun gloednieuwe fotokalender en maak kennis met veertien kinderen die diabetes type 1 hebben!

MEER AANGRIJPENDE VERHALEN LEZEN?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!