Mijn verhaal: Mieke probeerde negen jaar lang zwanger te worden

Door -
©GettyImages
Mieke (42) is getrouwd met Markus. Ze probeerden negen jaar lang zwanger te worden. Tevergeefs...

“Natuurlijk wist ik dat niet iedereen zomaar zwanger wordt. Maar dat het mij zou overkomen, had ik nooit verwacht. Mijn mama kreeg vijf kinderen, mijn zus was zelfs twee keer ongepland zwanger. ‘Naar ons moet je maar kijken, en we zijn in verwachting’, zei mijn moeder altijd. Zo zou het bij mij ook gaan. Niet meteen, want ik wilde eerst mijn studies afmaken, en daarna wilde ik me goed inwerken in het bedrijf waar ik had gesolliciteerd, en Markus en ik moesten natuurlijk ook nog reizen, en genieten…

En toen was ik dertig en helemaal klaar voor een kindje. ‘Als het meevalt, gaan we snel voor een tweede’, zei ik blinkend van trots tegen mijn mama. Ze was de enige aan wie ik vertelde dat we ervoor gingen. Al de rest van de familie was me veel te nieuwsgierig. Op élk feestje kreeg ik de vraag: ‘Wanneer beginnen jullie aan kinderen? Er zijn toch geen problemen zeker?’

ik zag overal kinderwagens, gelukkige koppels met baby’s en vrouwen met bolle buikjes. En elke maand opnieuw was ik verdrietig omdat ik niet zo gelukkig mocht rondlopen met een baby in mijn buik…

Markus en ik zouden pas iets vertellen wanneer ik drie maanden zwanger was, beslisten we. ‘Want je weet nooit, het kan altijd misgaan’. Wist ik veel dat we daar zelfs nooit zouden komen…

De eerste maand ging voorbij, bij iedere vrijpartij dacht ik: ‘Nu hebben we een kindje gemaakt.’ Maar na die maand werd ik gewoon ongesteld. Natuurlijk was ik een beetje teleurgesteld, maar zorgen maakte ik me nog niet. Dat begon pas na drie, vier maanden. Ik was bij onze huisarts en vroeg terloops of ik me niet moest laten testen. ‘Pas na een jaar, anderhalf jaar’, zei die. ‘Geef het wat tijd, je bent niet meer van de jongsten.’ En daarmee kon ik vertrekken. Elke maand begon ik meer en meer op te kijken tegen de periode dat ik ongesteld zou worden. Want elke maand groeide mijn hoop én teleurstelling. Ik praatte er weleens over met Markus, maar hij zei dat ik er niet zo over moest stressen. Het zou wel komen, daar was hij zeker van. Maar ik was intussen overtuigd dat het niet zou lukken. Ik droomde over kinderen, ik zag overal kinderwagens, gelukkige koppels met baby’s en vrouwen met bolle buikjes. En elke maand opnieuw was ik verdrietig omdat ik niet zo gelukkig mocht rondlopen met een baby in mijn buik…

In de medische mallemolen

Een jaar lang hebben we geprobeerd, ik was bijna opgelucht toen die periode voorbij was en we eindelijk onderzoeken konden laten doen. Nu zou het goedkomen, nu zou ik eindelijk zwanger worden. Het zaad van Markus werd getest, ik werd doorgelicht. Maar er werd niets gevonden. Geen endometriose, geen zwak zaad. ‘Gewoon nog even blijven proberen’, zei de fertiliteitsarts. Na een halfjaar mochten we terugkomen, zei hij, maar het zou dan zeker al wel zijn gelukt.

Een halfjaar later stonden we terug bij hem. Er was helemaal niets gelukt.

En dan kom je in de molen van nog meer onderzoeken, van hormonen, van vruchtbaarheidsbehandelingen… Ik zat in een emotionele rollercoaster, er was met mij geen huis te houden. Ik voelde me vaak miserabel, ik slingerde van euforie naar wanhoop. Markus wist niet wat hij met me aan moest, hij probeerde me zo lief mogelijk te steunen, maar ik zag hem vaak met zijn handen in het haar zitten. Iedere keer weer zei ik hem dat het me speet, na een impulsieve boze bui, of een hysterische huilbui. ‘Ik vind het zelf verschrikkelijk, maar als we straks met ons kindje naar huis kunnen, is het allemaal de moeite waard geweest.’ Wat was ik daar zeker van… Bij de eerste ivf-poging was het raak. Ik was zwanger! Ik wilde het liefst een nieuwsuitzending over het fantastische bericht, maar Markus en ik zwegen. Vooral omdat hij het wilde, eigenlijk, want ik kon het wel van de daken schreeuwen: ik was zwanger, eindelijk!

Toen het twee weken later misging en ik een miskraam kreeg, heb ik een heel erge opdoffer gekregen. Ik had nooit verwacht dat zwanger worden moeizaam zou gaan, maar toen ik het eenmaal was, leek het zo oneerlijk dat het me wéér werd afgepakt. Had ik niet alles gedaan voor een kindje? Waaraan had ik dit verdiend? Waarom wilde mijn lichaam niet helpen? Ik was boos op alle zwangere vrouwen, alle vrouwen met kinderen. Op de hele wereld eigenlijk. En het erge was dat ik er met niemand over kon praten – of dat gevoel had ik toch. Niemand wist dat we zwanger waren geweest, hoe kon ik dan nu vertellen wat er was gebeurd? Ik heb het geprobeerd, maar ik kreeg de woorden gewoon niet uit mijn mond. Want het meest van al was ik boos op mezelf. Dit kwam door mij, er was iets mis met mij waardoor er geen baby in mijn buik kon blijven zitten. Boos en teleurgesteld zei ik dat ik ermee stopte. Ik wilde geen kinderen meer, ik had het helemaal gehad. Maar twee maanden later zaten we toch weer bij de specialist. De droom was te groot, het verlangen te sterk.

“Na jaren stil verdriet wilde ik eindelijk een vriendin in vertrouwen nemen. Net die avond vertelde ze me dat ze zwanger was”

Nooit mama…

Uiteindelijk hebben we zes ivf-pogingen gehad – het maximum. Soms snel na elkaar, soms met een halfjaar of jaar ertussen. En nog altijd was ik kinderloos. Markus stelde voor om voor adoptie te gaan, maar dat wilde ik niet. Het was ons kindje of geen kindje. Ik weet het, het kan egoïstisch klinken, maar ik heb een nichtje gehad dat geadopteerd was en het zo moeilijk had met haar identiteit dat ze op haar achttiende uit het leven stapte. Dat heeft er diep ingehakt bij mij.

Uiteindelijk was ik negenendertig en moest ik accepteren dat ik nooit mama zou worden. Het is de moeilijkste taak die ik ooit heb gekregen… En ik heb die strijd alleen moeten strijden. Het taboe is te groot. Misschien niet voor mijn vrienden, maar wel voor mij. Ik wilde een vriendin vertellen over mijn kinderwens, acht jaar geleden. Net die avond vertelde ze me dat ze zwanger was. Ik was zo blij voor haar, hoe kon ik dan beginnen over mijn verdriet? Zo ben ik me, door toeval en door schaamte, meer en meer gaan opsluiten in mezelf. Weet je, je bent de hele dag door bezig met dat krijgen van een kindje. Je moet een hele behandeling door, je moet van de ene afspraak naar de andere, je moet dagen wachten, hopen… Ik had gewoon geen zin om er nóg eens mee bezig te zijn als ik dan een keer afsprak met vriendinnen. Het waren mijn ‘vrije’ momentjes. Even geen zorgen of verdriet, maar gewoon plezier maken zoals vroeger. Het deed me deugd.

“Mijn man en ik praten er amper over. Wat moet je nog vertellen? Hoe erg het is? Hoe graag je het zou willen? Hoe boos je bent? Alles is al gezegd”

Met mijn bazin kon ik er af en toe wel over praten. Zij wist het omdat ik geregeld weg moest voor mijn behandeling. Maar haar goedbedoelde advies vond ik soms nog erger dan het slechte nieuws dat ik weer eens had gekregen… Dus zweeg ik, steeds vaker. Zelfs tegen Markus. Als je negen jaar bezig bent om een kindje te krijgen, is alles wel gezegd. Wat moet je elkaar nog vertellen? Hoe erg je het vindt? Hoe graag je het zou willen? Hoe boos je bent? Hoe verdrietig? We weten het van elkaar. We proberen elkaar te troosten, te ontzien. Ik ben in therapie sinds een jaar, om het een plaats te geven. Ik begin het te vertellen nu, op aanraden van mijn therapeut. Vrienden vallen uit de lucht, sommigen zijn boos omdat ik het nooit heb gedeeld met hen. Ik begrijp hen wel, maar ik ben ergens ook wel blij dat ik toen heb gezwegen: ik had mijn hoofd en hart al zo vol met alle teleurstelling en verdriet, daar kon ik niets meer bij verdragen, zelfs niet de goedbedoelde opmerkingen van vrienden. ‘Kinderen zorgen uiteindelijk ook voor heel veel last hoor’ is misschien heel lief bedoeld, maar het snijdt als een mes in mijn ziel. Je wil niet weten hoeveel ik er voor over zou hebben om zo’n ‘bundeltje last’ in mijn armen te mogen houden…

Tekst: Frauke Joossen

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here