Straffe mama: Lindsay verloor haar man toen ze 29 weken zwanger was

Andreas, de man van Lindsay (34) belandt in het ziekenhuis met een septische shock. Hij wordt overgebracht naar de dienst Intensieve Zorgen waar hij twee weken later overlijdt. Lindsay is op dat moment 29 weken zwanger. Samen met Andreas had ze al een zoontje van 2,5 jaar. Lees hier het ontroerende verhaal van deze straffe mama.

“Andreas en ik leerden elkaar in de zomer van 2005 kennen. Zes jaar later hebben we een huis gekocht en zijn we gaan samenwonen. Trouwen wilde ik nooit, dat sprak me niet aan en Andreas volgde me daarin. Toen we 10 jaar samen waren, kregen we onze zoon Kaspian. Hij was Andreas zijn alles. Andreas was een familiemens, hij was het liefst op zijn gemak thuis en met de komst van Kaspian werd dat nog meer het geval. Toen Kaspian 2 jaar was, vonden we het tijd om voor een tweede kindje te gaan. Ik werd meteen zwanger van Nanou. Deze zwangerschap verliep zoals de vorige prima, we keken allebei erg uit naar onze dochter.

Maar begin april 2018 voelde Andreas zich grieperig. De huisarts bevestigde dat hij de griep had. Uitzieken dus, maar in plaats van te verbeteren, verslechterde zijn toestand. Na vier dagen kwam hij in het ziekenhuis terecht met een septische shock. Op de spoedafdeling kreeg ik te horen dat hij het maar nipt overleefd had. Zijn griep bleek een ernstige longontsteking te zijn. De bacterie die de ontsteking veroorzaakte, was in zijn bloed terechtgekomen. Hij werd overgebracht naar de dienst ‘Intensieve Zorgen’, zijn toestand bleef kritiek. Toen we die avond op bezoek gingen, maakte Andreas nog grapjes. Toen ik onze zoon Kaspian in bed legde, stuurden we nog wat spraakberichtjes om elkaar een goede nacht te wensen. Dat was het laatste wat ik van hem hoorde.

“Na twee weken vol angst en hoop kreeg ik in de nacht van 29 april het gevreesde telefoontje ‘Het gaat niet goed hier, u kunt beter komen’.”

Diezelfde avond brachten ze hem in een kunstmatige coma. Zijn lichaam was erg verzwakt en ze wilden hem op die manier een paar dagen volledige rust geven. De dag erna wees het bloedonderzoek uit dat het om een vleesetende bacterie ging. De juiste antibiotica deed zijn werk, maar de bacterie had al zijn organen serieus aangetast, vooral zijn longen. Als zijn lichaam in staat was om de organen te herstellen, dan zou Andreas het overleven. Na twee weken vol angst en hoop kreeg ik in de nacht van 29 april het gevreesde telefoontje “Het gaat niet goed hier, u kunt beter komen”. Ze waren hem aan het reanimeren toen ik bij hem in het ziekenhuis aankwam, niet veel later is Andreas overleden. Op dat moment was ik 29 weken zwanger. Kaspian was 2 jaar en 8 maanden.

We logeerden bij mijn mama en haar vriend toen Andreas in het ziekenhuis lag. Toen ik die nacht het telefoontje van het ziekenhuis had gekregen, heb ik mijn mama uit bed geroepen. We zijn samen naar het ziekenhuis gereden. Ik kon niets anders dan de hele tijd in paniek roepen ‘Mijn kindjes, mijn arme kindjes, wat moet ik nu doen, mijn kindjes hebben geen papa meer’. De middag na het overlijden vertelde ik Kaspian dat zijn papa gestorven was. Hij kende ‘sterven’ nog niet, maar hij had meteen door dat het ernstig was en dat zijn papa nooit meer terug zou komen. Hij huilde samen met mij en ging daarna gewoon spelen. Op zijn leeftijd leven kinderen nog in het moment. Dat was op een of andere manier een grote hulp voor mij, hij leerde me om ook meer in het moment te leven. Niet constant bang te zijn voor wat de toekomst zou brengen. Op school vertelde hij dat zijn papa gestorven was, gewoon als feit, zonder emoties. Langs de ene kant ben ik blij voor hem dat hij het immense verdriet niet moet voelen, langs de andere kant is het heel jammer dat hij nooit echte herinneringen aan zijn papa zal hebben.”

“De begrafenis leek net een film, ik stond daar met mijn dikke buik en een kleuter aan mijn hand. Die situatie was zo absurd dat het heel onwerkelijk voelde.”

“Het voelde heel onwerkelijk om mensen te laten weten dat Andreas overleden was. Het leek alsof ik iets vertelde dat niet echt was. Iedereen leefde mee, ik werd overspoeld met berichtjes, telefoontjes en bezoekjes. De begrafenis leek net een film, ik stond daar met mijn dikke buik en een kleuter aan mijn hand. Die situatie was zo absurd dat het heel onwerkelijk voelde. Er waren heel veel mensen op de begrafenis, vriendinnen van de andere kant van het land waren speciaal gekomen. Mensen keken naar ons met tranen in hun ogen en het enige wat ik dacht was ‘Dit maak ik toch niet echt mee?’ We werden heel goed opgevangen. Mijn mama stelde voor om een tijd bij ons in te trekken, zodat ik er niet meteen alleen voor zou staan. Dat was een hele geruststelling, ik vond het doodeng om aan de toekomst te denken. Andreas en ik waren een goed team, hij was een betrokken papa en ook als partner was hij super. Ik had geen idee hoe ik verder moest in mijn eentje met de kinderen.

Lindsay en Leonie

Niet alleen mijn mama en haar vriend waren er voor ons, maar ook mijn zus en haar vriend, mijn papa en zijn vriendin en mijn schoonouders. Ik kon en kan elk moment op hun rekenen. Mijn vriendinnen en collega’s zijn er ook altijd voor me geweest. Ik hoefde nooit echt alleen te zijn, alleen op de momenten dat ik er behoefte aan had. Via Facebook kwam ik in een lotgenotengroep terecht. Daar leerde ik Leonie kennen die net als ik in april onverwacht haar vriend verloor. Ook zij bleef zwanger met een kleuter achter. We wonen ver van elkaar, maar hebben dagelijks contact. Ik heb heel veel aan Leonie: we begrijpen elkaar, we delen ons verdriet maar ook de dagdagelijkse dingen. Het maakt het emotioneel minder eenzaam!

“Ik wil dat de kinderen hem leren kennen en weten wie hun papa was.”

Er gaat geen dag voorbij dat Andreas niet ter sprake komt, we halen veel herinneringen op, kleine en grote (bv. papa at heel graag frietjes, papa huilde van geluk toen Kaspian geboren werd,…). Ik wil dat de kinderen hem leren kennen en weten wie hun papa was. We kijken ook vaak naar foto’s en filmpjes van Andreas. Zijn urne staat thuis op de kast, dicht bij ons, waar Andreas het gelukkigst was. Nu na een jaar ben ik meestal gewend aan het feit dat Andreas er niet meer is en dat hij echt niet terug zal komen. We hebben onze draai al een beetje gevonden met ons drie.  Ik had en heb wel nog steeds het gevoel dat ik mijn thuis kwijt ben, Andreas en ik hoorden na al die tijd echt samen. Maar ik begin stilaan te geloven dat de toekomst voor ons nog wel ok kan worden.

Er zijn natuurlijk regelmatig momenten dat het verdriet me overvalt of momenten waarop ik heel boos ben op alles, omdat ik het zo oneerlijk vind dat we dit moesten meemaken, maar ik kan ook weer genieten van dingen. Ook het gevoel van onwerkelijkheid overvalt me nog af en toe, dan lijkt het alsof hij elk moment naar huis kan komen. Ik mis Andreas het meest als er iets is met Kaspian of Nanou. Als ze iets nieuws leren, of als ze ziek zijn, … De dingen die je wil delen met de enige persoon die hetzelfde voor de kinderen voelt.

Niet zo lang geleden bracht een vriendin me in contact met een man die zijn vrouw vorig jaar verloor. Ook hij begreep me meteen helemaal, dus we werden al snel een klankbord voor elkaar. Hij woont met zijn twee kleuters in de buurt, wat afspreken gemakkelijker maakt dan met Leonie. Ondertussen hebben we al een goede band opgebouwd, het klikt tussen ons en onze kinderen. We kijken van dag tot dag en zien wel wat de toekomst brengt, maar ik ben heel blij dat we elkaar leerden kennen.”

Beeld: ©Tjorven Boucher

LEES OOK:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

 

 

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here