Mijn verhaal: “Zwanger zijn na verlies, ik wist niet dat het zo moeilijk was”

Door -
regenboogbaby
©GettyImages
In 2016 verliezen Karolien en Jonas hun zoontje Idas op het einde van de zwangerschap. Zijn hartje is gewoon gestopt met kloppen. Wanneer Karolien een jaar later opnieuw in verwachting is, gaat er zoveel door haar heen...  

Opnieuw zwanger na verlies: het aangrijpende dagboek van Karolien

1 mei 2017: Weer geluk, naast het verdriet

We weten het zeker nu: we zijn opnieuw zwanger. Voor de derde keer zullen we mama en papa worden. Jonas heeft als eerste de zwangerschapstest bekeken; bij Orson en Idas was ik het. Het voelt vreemd. We zijn verbaasd, verwonderd en blij. We hoopten het al een tijdje, en het doet deugd om naast verdriet ook weer geluk te voelen. Al in het ziekenhuis, na de geboorte van Idas, was het voor ons duidelijk dat we voor een nieuwe zwangerschap wilden gaan. Ons geduld is niet lang op de proef gesteld. Ook Orson, ons zoontje van drie, is ontzettend goedgezind, alsof er een last van zijn schouders is gevallen. Hij weet nog van niets, maar hij lijkt iets te voelen. Voor het eerst sinds lang neemt hij zonder tranen afscheid van ons op school.

“Je moet niet doemdenken, zeggen ze. Maar een kind verliezen is voor mij geen doemdenken, het is de realiteit? Ik heb het meegemaakt. Mág ik bang zijn, alsjeblieft?”

7 mei 2017: ‘s Nachts komt de angst

Zeven dagen is het me gelukt om hoop te voelen en blij te zijn. Ik vind dat ik dat móét zijn. We kennen genoeg mensen die graag zwanger willen worden, maar bij wie het niet lukt. Ik besef hoe fantastisch het is dat we opnieuw een kans krijgen. Maar over die blijdschap hangt een donkere waas. Hoe positief ik overdag ook kan zijn, ’s nachts sluipt de angst binnen. Het klinkt hard, maar dat blindelingse vertrouwen dat ik zie bij zwangere vrouwen, maakt me nog misselijker dan ik al ben. Ik kan me dat gevoel amper nog voorstellen. Ik omzeil zwangere vrouwen, blijf het liefst op een afstand. Ik weet te goed dat zwanger zijn niet per se betekent dat je je kind over enkele maanden in je armen zult houden. Sinds de dood van Idas lukt het me niet meer om in de toekomst te kijken. We kennen zoveel verhalen van lotgenoten, zoveel zwangerschappen met een bitter einde. Koppels die zelfs voor de tweede keer een kindje verliezen… We kunnen en willen ons dat niet voorstellen. De natuur kan verschrikkelijk oneerlijk zijn. Ik probeer zaadjes van hoop te planten, maar het kost ontzettend veel moeite. De lucht kleurt grijs en gaat overal met me mee.

28 mei 2017: Ik wil Idas terug

We zijn nog maar zeven weken ver, maar het voelt nu al als een wandeltocht waarin ik niet meer kan. Ik wil ‘stop’ zeggen, ‘ik wil niet meer verder’. Gisteren vroeg ik aan Jonas of hij me over negen maanden wakker zou willen maken. Ik wil gewoon even niets voelen van deze zwangerschap, wakker worden van onze huilende baby en er dan tegenaan gaan. Ik ben bang voor de reacties op deze nieuwe zwangerschap. Bang dat mensen overenthousiast zullen reageren en ik daar niet tegen zal kunnen. Ik erger me nu al aan iedereen die zijn hoofd scheef zal houden bij het zien van mijn groeiende buik, met bijhorende ooh’s en aah’s. Wie zegt dat het deze keer wél goed zal komen? Wie kan zeggen dat we deze keer wel bij de goede kant van de statistieken gerekend zullen worden? We denken vaak aan Idas de laatste dagen. Deze nieuwe zwangerschap maakt herinneringen wakker. Het doet me denken aan de dagen met Idas in mijn buik. Ik wil hem terug. En dat zal ik waarschijnlijk mijn hele leven denken.

13 juli 2017: Geen toeters, geen bellen

Vandaag hebben we onze familie gezegd dat we opnieuw zwanger zijn. Het was een droge mededeling, zonder veel toeters of bellen. We hadden geen zin om er een speciaal moment van te maken. In de familie zijn we met vier tegelijk zwanger. Ook mijn zus verwacht een nieuwe baby, we zijn uitgerekend voor dezelfde maand. In hun gezelschap doe ik mijn best om positief te zijn. Vrouwen hebben gelijk dat ze op een roze wolk gaan zitten tijdens hun zwangerschap, maar ik kan het niet meer. Ik durf het niet. Ik denk vaak terug aan de periode dat ik zwanger was van Orson. Geen enkel moment heb ik toen gedacht dat het mis kon lopen. Alles was nieuw en leuk. Ergens ben ik blij dat ik mijn eerste zwangerschap zo heb mogen beleven, zonder enige twijfel of ongerustheid. Nu wil ik mijn buik liefst verstoppen, zodat mensen me er niet op aanspreken. Op de school waar ik lesgeef, vroeg de directrice of ze het nieuws bekend mocht maken op de maandelijkse vergadering. Liever niet, heb ik gezegd. Ik weet dat iedereen blij zal zijn voor ons, maar die extra aandacht hoeft niet. Bij Orson en Idas was de aankondiging fijn nieuws. Nu is het een razendspannend verhaal waarvan we alleen maar kunnen hopen dat het goed zal aflopen.

Dertig weken kost het me, voor ik de eerste foto met dikke buik durf te posten. Fingers crossed voor baby drie, schrijf ik. Fingers crossed, tot het pijn doet

22 juli 2017: Confronterende vragen

Gisteren hebben we Orson verteld dat hij een zusje zou krijgen. Hij was verdrietig: hij wil liever een broer. We begrijpen zijn reactie. Sinds het overlijden van Idas heeft hij ons de hele tijd horen praten over zijn broertje dat er niet is. Nu komt er plots een zusje aan. Gelukkig is zijn teleurstelling snel over, en kijkt hij net als wij uit naar die nieuwe baby. De voorbije weken hebben enkele mensen ons proficiat gewenst met ons tweede kindje op komst. Meestal gevolgd door schaamte en excuses wanneer we antwoorden dat dit voor ons het derde kind is. De erkenning voor een kind dat er niet meer is, zal altijd een gevecht zijn. Volgens de wet is Idas enkel gestorven, nooit geboren. Officieel zijn we geen moeder en zoon. Soms zou ik willen uitschreeuwen naar mijn omgeving, naar de maatschappij, dat ik twee zonen heb. “Als dit kindje ook sterft, ga je dan nog eens zwanger worden?” vragen mijn jongste leerlingen. Het zijn confronterende vragen die ik van volwassenen niet zou kunnen verdragen, maar bij kinderen waardeer ik de ongeremdheid waarmee ze over de dood praten. Ik antwoord dat ik daar liever niet aan denk, en kruis mijn vingers.

Soms lukt het me om blij te zijn. Als ik ons kindje voel bewegen. Als ik denk aan Orson die met zijn zusje zal spelen. Vertrouwen hebben: we moeten het weer leren

28 juli 2017: Soms lukt het om blij te zijn

Als ik ons kindje voel bewegen in mijn buik. Als ik denk aan Orson die met zijn kleine zus zal spelen. Als het geluk héél even groter is dan de happen angst die we inademen. Blij durven zijn en vertrouwen hebben, het is iets dat we terug aan het leren zijn. Het gaat met vallen en opstaan, maar ik oefen elke dag. Sinds enkele weken ga ik naar een rouwconsulente. De tocht die we afleggen is te zwaar en ik voel dat ik extra steun nodig heb. Bij Marleen vind ik een luisterend oor voor mijn angsten. Ze heeft zelf twee baby’s verloren, intussen twintig jaar geleden. Het doet deugd om te praten met iemand die mijn angst begrijpt. De eerste keer is Jonas mee geweest, maar het werd snel duidelijk dat de begeleiding vooral mijn vraag is. Jonas heeft er minder nood aan, en dat is prima. Toen Idas net gestorven was, hebben we elkaar meteen gezegd dat we recht hebben op ons eigen rouwproces. We maken hetzelfde mee, maar dat wil niet zeggen dat we er op dezelfde manier mee omgaan. Dat hoeft ook niet, zolang je er maar over kunt praten. Dat doen we, daar zijn we goed in. We gunnen elkaar de ruimte voor ons eigen verdriet. Verdriet dat achter een hoekje schuilt en soms plots tevoorschijn komt. We laten het komen. Tranen mogen er zijn.

20 augustus 2017: Een jaar zonder Idas

Het zijn ‘de Idasdagen’. Het eerste jaar zonder Idas, maar ook mét Idas, is voorbij. We krijgen kaartjes en berichtjes van mensen die aan ons denken, en me geruststellen dat onze zoon bij ons hoort en niet vergeten is. Vandaag organiseerden we een wandeling voor zijn eerste boven-de-wolken verjaardag. Met vrienden en familie wandelden we naar een plek aan de rand van Brussel, waar we tussen de velden even stil stonden. Een vriend speelde muziek, we legden dekens op het gras voor een picknick. Er was taart, en ballonnen die ‘per ongeluk’ de lucht in vlogen. Boven de wolken was het feest, en onder de wolken ook een beetje…

Vragen over het geslacht, of we al kleertjes hebben, op welke datum het geboren zal worden: ze interesseren me niet. Mijn enige wens is dat ons kind leeft.

27 augustus 2017: Steun op moeilijke momenten

Dat zwanger zijn na verlies zo moeilijk zou zijn, wist zelfs ik, mama van een doodgeboren kind, niet. Dat zoveel mensen vragen of we blij zijn dat we opnieuw zwanger zijn, of zeggen dat alles wel goedkomt, wist ik ook niet. ‘Hopelijk is die proficiat over een paar maanden nog geldig’, zeg ik wanneer iemand me voor de zoveelste keer proficiat wenst. Een beetje cynisch, ik weet het. Vragen over het geslacht, of we al kleertjes hebben, op welke datum het geboren zal worden: ze interesseren me niet. Mijn enige wens is dat ons kind leeft.

Om de twee maanden gaan we naar het ziekenhuis voor een echo. Zenuwachtig, maar telkens ook opgelucht wanneer alles goed blijkt te gaan – al duurt dat gevoel nooit lang. We worden goed opgevolgd door onze gynaecoloog en vroedvrouw, die weten dat het voor ons een heftige weg is. Vooral onze vroedvrouw is van onschatbare waarde. Ze is niet enkel vroedvrouw, maar ook psycholoog en vertrouwenspersoon, iemand waar we een heel persoonlijke band mee hebben opgebouwd. Ze is een wijze vrouw die een grote steun voor ons is. Op moeilijke momenten kan ik dus bij haar of enkele lotgenoten terecht, die ik heb leren kennen in de praatgroep van Met Lege Handen. Moeders die net als ik een baby verloren zijn. Bij hen kan ik eerlijk zijn. Om mezelf niet te verliezen in mijn angst, ga ik heel bewust op zoek naar dingen die me rust bezorgen. Met vriendinnen volg ik een workshop ‘tapijtjes knopen’. Bezig zijn met mijn handen helpt om mijn gedachten te verzetten, net zoals Orson, die als energieke kleuter de nodige aandacht vraagt. Naast de tranen zorgde hij het voorbije jaar voor vele lachjes. Zo groot als ons verdriet is om Idas, zo gelukkig zijn we dat Orson bij ons is.

1 oktober 2017: Je moet niet doemdenken, zeggen ze dan

Het is midden in de nacht en ik ben wakker. Angst houdt me uit mijn slaap. Gisteren zei een moeder aan de schoolpoort opgelucht ‘dat uiteindelijk alles toch altijd goedkomt’, toen ze zag dat ik opnieuw zwanger ben. Goedbedoeld, maar haar uitspraak maakte me boos. Ik ben een kind kwijt. Een nieuw kind maakt dat niet zomaar goed. Mensen willen ons gerust stellen en onze angst wegnemen. ‘Je moet niet doemdenken’, zeggen ze. Een kind verliezen is voor mij geen doemdenken. Het is de realiteit, ik heb het meegemaakt. Mag ik bang zijn, alsjeblieft? Mensen hebben het moeilijk met angst, merk ik. Iedereen verwacht dat we blij zijn. Zelfs in mijn eigen familie durven mensen niet altijd te vragen hoe het met me gaat. Het is veel gemakkelijker om te praten met iemand die vrolijk is, of zijn angsten niet laat zien. Ik kies ervoor om eerlijk te zijn, ook al merk ik dat het veel mensen onwennig maakt. Laat mij maar bang zijn. Het is een gevoel dat momenteel bij me hoort, dat met ons mee aan tafel zit en met ons mee gaat slapen. Een metgezel tijdens onze tocht naar kindje drie. Misschien komt er met vertraging wel een vleugje roze wolk. Graag zelfs.

4 november 2017: Ze beweegt en groeit

Een ‘volhoudrace’, zo noem ik deze zwangerschap. Een maandenlange psychologische marathon. Ik heb het gevoel dat ik al drie jaar zwanger ben. Tegelijkertijd is er de verwondering over dat wezentje in mijn buik. We voelen haar bewegen en groeien. Orson geeft me spontaan kusjes op mijn buik, momenten waar ik van geniet. Orson is zo flink. Soms boos, soms verdrietig, zo heerlijk intens. Het was een moeilijk jaar, maar ook eentje vol liefde. We hebben Orson van in het begin trots verteld over zijn broer die er niet is. Als hij sokken met sterren aandoet, of naar de zon kijkt, zegt hij: ‘Daar, Idas’. In het bos roept hij uit het niets luid zijn naam. Dan maakt mijn hart elke keer een sprongetje. Met ons drietjes vertrekken we voor een paar dagen naar Nederland, de natuur in. We hebben een houten huisje gehuurd in Friesland, tussen de velden. Het is er fris en winderig, maar het doet deugd om samen weg te zijn. Op Instagram post ik een foto waarop duidelijk te zien is dat ik zwanger ben. Het is de eerste foto die ik post met mijn dikke buik. Dertig weken heb ik nodig gehad om dit te durven. Fingers crossed voor baby drie, schrijf ik. Fingers crossed tot het pijn doet… De reacties zijn mooi en warm. Sommige mensen wisten niet dat we opnieuw zwanger zijn – je vrienden op sociale media zijn niet altijd de vrienden die je veel ziet. Iedereen is extra blij en hoopt met ons mee. ‘#rollercoasterzwangerschap’, schrijf ik er nog bij. We zijn blij maar bang maar blij, elke dag opnieuw.

Jonas en ik beleven deze zwangerschap meer dan ooit samen. Het verdriet heeft ons net dichter bij elkaar gebracht

14 december 2017: ‘We doen dit samen’

Ik heb een droom gehad. Ons dochtertje werd doodgeboren. Weer gingen we met een urne naar huis. Ik werd wakker en vertelde mijn nachtmerrie aan Jonas. Hij aaide over mijn haren. Het zijn je angsten, zei hij, enkel maar je angsten. Jonas stelt me gerust, zoals hij vaker doet. Hij voelt zich heel verantwoordelijk voor mij en voor zijn gezin. Hij vraagt vrij op zijn werk om mee naar elke echo te kunnen gaan. Hij brengt en haalt Orson van school, omdat hij liever niet heeft dat ik nog rondfiets in Brussel. ‘We doen dit samen’, zegt Jonas vaak, ook al draag ik ons kind. Hij zorgt voor de nodige schouderklopjes, verlicht het dagelijks ritme waar het kan en masseert mijn rug om me rustig te doen inslapen. Deze zwangerschap beleven we meer dan ooit samen. Misschien heeft verdriet ons net wel dichter bij elkaar gebracht.

Pas ’s avonds geeft Jonas toe dat hij dezelfde droom heeft gehad. Hij wou het me niet vertellen. Gek hoe in onze hoofden, naast elkaar in bed, dezelfde angstige film afspeelde. Het zijn onze angsten die een uitweg zoeken in onze dromen, zeggen we tegen elkaar. We beslissen om samen te hopen.

1 januari 2018: Dag Idas, je bent zo dichtbij

Dag Idas. Mag ik jou een gelukkig nieuwjaar wensen daarboven? Of doet dat er allemaal niet toe? Het is nu 1 januari en je mama is al van vier uur wakker. Je papa en broer slapen – en snurken allebei een beetje. Zou jij ook zo’n snurkertje geweest zijn? Ik ben nu 38 weken en één dag zwanger. Jij werd op exact 38 weken in alle stilte geboren. Sommige mensen noemen jou een miskraam, maar dat woord zou ik liever uit het woordenboek geschrapt zien. Mijn zoon heet Idas, niet miskraam. Weinig mensen hebben jou gezien, maar je bent er echt geweest. Zo kort, maar zo liefdevol hebben we jou in onze armen gehad. Je bent altijd dichtbij, maar deze week was je heel aanwezig. Plots besef ik dat ik je helemaal voldragen heb. Je was echt helemaal af, een baby met alles erop en eraan. Je was 50 centimeter groot en fysiek helemaal klaar om eraan te beginnen. Toch ben je voor de buitenwereld zo onzichtbaar. Ik weet niet of ik klaar ben voor de bevalling. We hebben een heerlijke vroedvrouw die er alles aan doet om het ons zo aangenaam mogelijk te maken. Toch zou ik de bevalling liefst aan iemand anders willen overlaten. Ik wil vluchten uit mijn eigen lichaam, maar zo werkt het niet. Voor de derde keer zal ik een kind ter wereld brengen. Jouw zus moet er hoe dan ook uit. Mijn grootste wens is haar horen huilen en zien bewegen. Een geboorte die deze keer geen stille film is.

9 januari 2018: Eén brok spanning

Ik ben op. De angst die zich in mijn lijf heeft genesteld, is te groot geworden. Ook voor Jonas is de spanning stilaan ondraaglijk. Ik wist dat de tocht zwaar zou zijn, maar toch heb ik deze zwangerschap schromelijk onderschat. De laatste dagen heb ik last van een verschrikkelijke jeuk. ’s Nachts word ik wakker terwijl ik mezelf aan het krabben ben. Volgens de vroedvrouw wordt de jeuk veroorzaakt door de stress, die een invloed heeft op mijn lever en nieren. Ik ben één brok spanning, zo heb ik mezelf nog nooit gekend. De gynaecoloog heeft, na lang overleg met onze vroedvrouw, beslist om de bevalling in te leiden. Ik was veel liever spontaan bevallen, maar ik moet toegeven dat ik niet meer verder kan. Ergens ben ik opgelucht dat de keuze voor mij gemaakt is. Ik denk aan de baby’s die in onze familie verwacht werden, en intussen bijna allemaal gezond en wel geboren zijn. Mijn zus hoorde ik praten over de champagne en bekertjes die ze nog moest kopen voor in het ziekenhuis. In onze koffer zit geen champagne maar hoop, enkel hoop.

Coco, onze regenboogbaby. Met een broer boven en een broer onder de wolken. Er zijn nog tranen, maar er is ook zon. En dat is goed zo

12 januari 2018: Ze is er! En ze is oké!

Coco, onze dochter, is geboren. Coco Blue Simone. Ze kwam op de wereld zonder huilen, wat me even in paniek deed slaan. ‘Is alles ok?’ heb ik meerdere keren gevraagd. Ze krijste niet, maar ze was er wel. Ze opende haar ogen en keek me aan. Alles was oké, zeiden de artsen. Na de bevalling van Idas was iedereen in de verloskamer muisstil. Zijn geboorte zit haarscherp in mijn geheugen. Ik wist dat ik hem maar heel kort zou zien, dus probeerde ik elke seconde in me op te slaan. Tijdens de bevalling van Coco heb ik mijn gedachten uitgeschakeld. Ik dacht dat ik zou snotteren en huilen op het moment dat ze op mijn borst werd gelegd, maar de ontlading is pas uren later gekomen. Ik was te overdonderd.

Een ambtenaar van de burgerlijke stand komt ons vertellen over de geboorteaangifte. Het is dezelfde vrouw die ons na de geboorte van Idas kwam vertellen dat we niet naar het gemeentehuis moesten gaan. Jonas is Orson gaan ophalen bij mijn moeder, die voor het eerst naar zijn zusje komt kijken. Hij is verwonderd over haar kleine voetjes en haar zwarte haardos. Hij geeft haar kusjes en streelt over haar hoofdje. Hij is zo fier als een gieter. Daar in mijn ziekenhuisbed, met Orson en Coco op mijn schoot, voel ik voor het eerst wat ik al lang niet meer gevoeld heb: intens geluk.

14 januari 2018: Het geluk is groter dan het verdriet

De koffers staan klaar, onze dochter ligt warm ingeduffeld in de maxi-cosi. We gaan naar huis. Tijdens de route van de materniteit naar de parking zie ik hoofden omdraaien om een glimp op te vangen van ons kindje. Ik zie mensen glimlachen bij het zien van nieuw leven. Ik voel tranen. Vorige keer zag niemand dat wij weer mama en papa geworden waren. Bij het verlaten van de parking zie ik een lijkwagen staan. Ook daar komen alle herinneringen komen terug. Zo werd Idas naar het crematorium gebracht, terwijl wij met lege handen achterbleven. Nu pas besef ik hoe bikkelhard het was om anderhalf jaar geleden niet met onze pasgeboren zoon, maar met een urne terug naar huis te keren. Vandaag is het geluk groter dan het verdriet. Tijdens de rit naar huis kijk ik achterom, waar ik twee van onze drie kinderen op de achterbank zie zitten. Over mijn wang rolt een traan. Niet van verdriet deze keer, maar van ontroering.

17 januari 2018: Coco, onze regenboogbaby

Coco ligt te slapen in haar wiegje. Het voelt nog steeds als een droom. Onze baby, onze dochter, ze leeft. Mensen wensen ons proficiat. Dat is fijn, maar het voelt dubbel. Bij de geboorte van Idas wenste bijna niemand ons proficiat, ook al waren we opnieuw vader en moeder geworden. Ik ben opgelucht dat de bevalling voorbij is, maar de angst is nog lang niet uit mijn lijf. Ik denk aan lotgenoten die hun baby tien dagen na de geboorte verloren zijn. Als Coco lang slaapt, ga ik voelen of ze nog ademt. Ik hoop dat die ongerustheid nog slijt. Vroeger was het makkelijker om niet aan de dood te denken, en gewoon te leven. Sinds Idas is alles anders. Ik mis de zorgeloosheid.

De nachten met Coco zijn vermoeiend, maar we klagen niet. Na de dood van Idas had ik niets liever gewild dan ’s nachts wakker gemaakt te worden door een huilende baby. Coco drinkt veel, maar daar ben ik blij om. Word maar groot en sterk, fluister ik in haar oor. Soms sluit ik mijn ogen en zie ik Orson en Idas, samen naast de wieg van Coco. Onze drie kinderen. Tegelijkertijd besef ik dat Coco er misschien niet was geweest als Idas niet was gestorven. De kans is groot dat we een gezin met twee zonen gebleven waren. Ik neem Coco uit haar wiegje. Heerlijk, zo’n klein wezentje op mijn schoot. Wat kijk ik er naar uit dat ze kan lachen, dat ze meer doet dan slapen en drinken. Ik kan niet wachten om haar te zien groeien. Coco, onze regenboogbaby. Met een broer boven en een broer onder de wolken. Er zijn nog tranen, maar er is ook zon. En dat is goed zo.

Wanneer ben je klaar voor een nieuwe zwangerschap?

“Dat is heel persoonlijk”, zegt rouwconsulente en ervaringsdeskundige Marleen Vertommen. “Je kunt niet zeggen ‘wacht zoveel maanden’. Op de eerste plaats moet je natuurlijk rekening houden met het medisch advies van de gynaecoloog. Daarnaast is het vooral belangrijk om te luisteren naar jezelf en naar elkaar. Is er, naast al het verdriet, ook ruimte om een nieuw kindje te verwelkomen en lief te hebben? Kan de kinderwens standhouden naast de angst om opnieuw hetzelfde mee te maken? Ik zal nooit adviseren om te wachten tot de angst minder groot is, of tot het rouwproces voorbij is. Dat moment zal er misschien nooit komen, en dat hoeft ook niet. Je kunt rouwen om het verlies van een kind en tegelijkertijd een goede moeder of vader zijn voor een nieuwe baby. Zorg dat je als koppel op één lijn staat. Dat wil niet zeggen dat je hetzelfde moet denken of voelen, wél dat je samen voor hetzelfde doel wilt gaan.”

 2 belangrijke tips

  • Erken je angst

“Het is oké om bang te zijn en verdriet te voelen, ook al ben je opnieuw zwanger. Angst hoort nu eenmaal bij rouw en verdriet. Probeer die gevoelens niet te onderdrukken of te negeren: dat is zo mogelijk erger dan ze toe te laten en aandacht te geven. Durf de hechting met dat nieuwe kindje aan te gaan, ook al is dat niet vanzelfsprekend. Voor sommige ouders is een minder intense hechting de enige manier om overeind te blijven tijdens die nieuwe zwangerschap. Ook voor die keuze moet begrip zijn.”

  • Praat met je omgeving (als je wilt)

“Karolien heeft de keuze gemaakt om trouw te blijven aan wat ze voelde en geen rolletje te spelen. Voor haar was dat de beste manier om voor zichzelf en haar ongeboren kind te zorgen. Dat is een dappere keuze, maar zeker niet de gemakkelijkste, omdat op die manier spanningen met je omgeving kunnen ontstaan. Familie en vrienden proberen vaak troost te bieden met woorden als ‘kijk nu maar vooruit’, terwijl veel koppels tijdens die nieuwe zwangerschap net veel nood voelen om met hun overleden kindje in verbinding te blijven. Het is een heel complexe realiteit die voor de omgeving soms moeilijk te begrijpen is. Een nieuw kind doet het vorige kind niet vergeten, integendeel. Voel je de behoefte én krijg je de ruimte om je gevoelens te benoemen voor je omgeving, doe dat dan. Hou je ze liever onzichtbaar om kwetsende reacties te vermijden, is dat ook prima. Volg je gevoel daarin.”

Vaker dan je denkt

Hoewel de cijfers de voorbije halve eeuw gigantisch gedaald zijn, sterven er nog steeds baby’s, ook in ons land. In 2014 waren er in België 596 doodgeboren kinderen, en stierven er 423 kinderen jonger dan één jaar. “Onze maatschappij schetst graag een rooskleurig beeld van zwangerschap”, zegt Marleen Vertommen. “Ik wil er geen doemverhaal van maken, maar dat beeld klopt niet. Het is een wonder van de natuur dat vrouwen zwanger kunnen worden, maar het is ook de natuur die beslist over leven en dood. Dat besef zijn we gaandeweg verloren. De medische evolutie geeft ons soms het idee dat het leven maakbaar is en we alle problemen kunnen oplossen. Wanneer er toch iets misloopt, zijn we totaal het noorden kwijt. Daarom is het nodig dat we openlijk over de dood en rouwen blijven praten. Het leven is niet enkel geluk. Het is even vaak zoeken naar een balans tussen vreugde en verdriet.”

Meer informatie over de rouwbegeleiding van Marleen vind je op rouwenverliesconsulent.wordpress.com

 Op zoek naar lotgenoten?

Marleen is voorzitter van de vzw ‘Met lege handen’, een vereniging van en voor ouders die een baby verloren voor, tijdens of na de geboorte. Met Lege Handen organiseert praatgroepen in Leuven (Wijgmaal), Antwerpen (Wilrijk), Gent en Roeselare. Ze biedt ook een digitaal forum en een Facebookpagina aan waar je lotgenoten kunt vinden.

Tekst: Lien Lammar

MEER STERKE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here