Minder baby’s geboren in 2017

©iStock
In 2017 daalde het geboortecijfer met 2,2 procent. De daling doet zich voor in alle provincies en in alle leeftijdsklassen. Dit blijkt uit een studie van Kind en Gezin.

In 2017 registreerde Kind en Gezin 65 308 geboorten bij moeders met een woonplaats in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er 1495 minder dan in 2016 of een daling van 2,2%. De daling van het aantal geboorten doet zich voor in alle provincies. De daling is het sterkst in de provincies West-Vlaanderen (-4,5%) en in Limburg (-3,8%). We zien de daling ook in alle leeftijdsklassen maar voor het eerst zien we dat er minder kinderen geboren worden per 100 vrouwen tussen 25 en 30 jaar dan bij vrouwen tussen 30 en 35 jaar.

Het percentage baby’s met een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had, neemt verder toe in 2017, net zoals het percentage baby’s waarbij de taal tussen moeder en kind niet het Nederlands is.

Kenmerken van kinderen die geboren zijn in 2017

  • meer jongens dan meisjes geboren (51,1% versus 48,9%).
  • 44,2 % van de kinderen geboren in 2017 was het eerste kind van de moeder, 35,6% was een tweede geboorte en ongeveer 1 kind op 5 was een derde kind of meer voor de moeder.
  • 71,1% van de kinderen heeft bij geboorte een moeder tussen 25 en 35 jaar. 1,2% heeft een moeder jonger dan 20 jaar, 2,9% van de kinderen heeft een moeder ouder dan 40 jaar.
  • 28,1% van de kinderen geboren in 2017 heeft een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had.
  • Het aantal kinderen dat Nederlands spreekt met de moeder daalt met 1,5 procentpunt in 2017 en bedraagt 71,3%. Bij 28,7% van de kinderen geboren in het Vlaamse Gewest in 2017 is de taal tussen moeder en kind dus niet het Nederlands.

Daling van het geboortecijfer 2017: verklaring?

Over de redenen waarom er per 100 vrouwen minder kinderen werden geboren, kan Kind en Gezin geen uitsluitsel geven op basis van hun data. Het kan gaan om de impact van langere scholing, minder stabiele relaties, arbeids- en inkomensonzekerheid,… maar het kan ook met timing te maken hebben.

Om de evolutie van het geboortecijfer te duiden, kijkt Kind en Gezin naar de evolutie van het aantal vrouwen op de meest vruchtbare leeftijden (20-40 jaar). Daarnaast berekent Kind en Gezin ook de vruchtbaarheidscijfers om na te gaan of en zo ja, welke categorieën vrouwen minder kinderen voortbrachten dan voorheen.

De daling van het aantal vrouwen tussen 30 en 35 jaar vormt één van de verklaringen voor de daling van het aantal geboorten, aangezien er bij vrouwen in deze leeftijdsklasse heel wat kinderen geboren worden.

In elke leeftijdsklasse zien we bovendien ook een daling van het vruchtbaarheidscijfer. Deze is het sterkst bij vrouwen tussen 25 en 30 jaar. Dat mag zelfs historisch genoemd worden, want voor het eerst brengen 100 vrouwen tussen 25 en 30 jaar zelfs minder kinderen voort dan vrouwen tussen 30 en 35 jaar.

Bron: Kind en Gezin

Lees ook:

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here