Jij en ik

Dag kleintje, lieveke, popje...

Al die jaren hebben we zo naar je uitgekeken, zo lang op je gewacht. Tot je daar was, een plusje op een zwangerschapstest, ergens in de late lente. Eerst nog abstract en ver weg. Later concreet en heel dichtbij. Het gefladder. Getrappel. Gedraai.
De hikjes. De reacties op de zachte duwtjes die ik je gaf. De aaitjes.
Jij en ik. En af en toe een andere hand op mijn buik. Die van je zus of je papa.
Maar voor de rest: jij en ik. De hele dag. De hele nacht. Alleen wij twee.
Negen maanden lang.

Ik dacht dat je er snel zou zijn. Vlotjes. Nóg vlotter dan je zus.
Jij dacht daar anders over. Vlot was het niet. Snel evenmin. Spectaculair des te meer.
Je gezichtje naar boven én een arm naast je hoofd. En ondertussen trappelend en wriemelend. Zo wilde je uit mijn buik.
‘t Lukte me niet alleen. Jou ook niet. ‘t Duurde lang. Was zwaar.
Maar met wat hulp hebben we het toch maar gedaan.
Jij en ik.

Na negen maanden jij en ik is onze veilige cocon weg.
Niet langer enkel jij en ik. Maar de hele wereld.
Papa. Je zus. Anderen.

Ik ben er nog niet klaar voor. Wil je nog niet delen met de wereld.
Wil de wereld nog niet op je loslaten.
Je papa wel. Je zus ook.

Maar de rest is nog wat veel. Te snel. Te groot. Te dicht.
Ik wil nog even langer jij en ik. En de rest van ons gezinnetje.

De rest van de wereld moet nog even wachten.
Tot wij er klaar voor zijn.

Tot dan is het nog even jij en ik.
En papa en je zus.

Lies Cattersel