Allergie en intolerantie

Allergie en intollerantie
De verzamelnaam voor allergie en intolerantie is voedselovergevoeligheid. Voorbeelden van een allergie zijn koemelkeiwitallergie of een notenallergie. Voorbeelden van intolerantie zijn lactose-intolerantie en coeliakie (glutenintolerantie).

Bij een voedselallergie maakt het afweersysteem antistoffen aan tegen eiwitten in de voeding. Eiwitten die allergische reacties kunnen opwekken noemt men allergenen. 4 tot 8% van de kinderen tot 3 jaar heeft een voedselallergie. De kans is groter als een ouder, broertje of zusje ook een allergie heeft.

Bij niet-allergische voedselovergevoeligheid of intolerantie speelt het afweersysteem geen rol.

Het is niet eenvoudig om een voedselovergevoeligheid vast te stellen omdat er veel verschillende klachten bestaan (die een andere oorzaak kunnen hebben) en van persoon tot persoon verschillen: bvb. overgeven, diarree, verstopping, eczeem, darmkrampen, veel huilen en onrust en niet willen eten of drinken…

Als je een voedselovergevoeligheid vermoedt, ga dan altijd naar een pediater, experimenteer nooit zelf met andere voeding. Klachten kunnen immers ook een andere oorzaak hebben dan voedselovergevoeligheid.

Preventie van allergie

Geef bij voorkeur borstvoeding tijdens de eerste 6 maanden en volg geen preventief dieet als mama.
Als het niet lukt om borstvoeding te geven, wordt hypoallergene kunstvoeding op basis van een partieel eiwithydrolysaat niet algemeen aanbevolen om een allergie te voorkomen. Intensief gehydrolyseerde kunstvoeding wordt zelfs afgeraden.

Het risico op het ontwikkelen van een voedselallergie is lager als de vaste voeding tussen 4 en 6 maanden wordt geïntroduceerd (niet eerder dan 4, niet later dan 6 maanden).

Voedingsadvies

Als de arts een voedselovergevoeligheid vaststelt, neem je best contact op met een erkend diëtist: www.vbvd.be. De diëtist geeft aan hoe bepaalde voedingsmiddelen kunnen worden vermeden zonder dat er een tekort aan voedingsstoffen ontstaat.

Omdat de gevolgen van een allergie zeer ernstig kunnen zijn, is het af te raden te proberen of de allergie nog steeds aanwezig is. Dit kan alleen door de behandelde arts worden gedaan onder gecontroleerde omstandigheden.