De “lust-ik-niet”-fase: zo eet je kind (opnieuw) met plezier

niet lusten
©GettyImages
Rond de leeftijd van 2 jaar is de kans groot dat je kind in de “lust-ik-niet”-fase terechtkomt. Diëtiste Wendy De Munter geeft je enkele tips om je kind (weer) met plezier te doen eten.

Combineer iets wat je kind niet lekker vindt met iets wat hij/zij wel lekker vindt of maak het op een andere manier klaar. Bijvoorbeeld broccoli in een pastasaus, geraspte wortelen met rozijntjes of een wortelpuree in plaats van gekookte wortelen, … Eten combineren met appelmoes doe je dan weer beter niet, anders proeft je kind de pure smaak niet meer.

Zorg voor een leuke tafelaankleding en sfeer: mooi kinderbestek, een liedje, een kleurrijk bord, … Maar ook het eten zélf mag in een leuke vorm: maak bijvoorbeeld een gezichtje van het eten. Wees creatief!

Laat je kind helpen in de keuken. Als je samen eten klaarmaakt, zal je kind het gemakkelijker proeven. Je kind kan helpen met groenten wassen, een ei pellen, salade mengen, … Laat je kind voordat je samen gaat koken ook eens zelf kiezen welke groente het wil eten.

Als je kind iets niet wil eten, zorg dan dat het bord zo staat dat het er net bij kan. Besteed er verder geen aandacht aan, eet zelf rustig verder en hou de sfeer ontspannen aan tafel. Als je even geen aandacht geeft aan het gedrag van je kind, zal het zelf zijn bord weer pakken. Als dat niet zo is, bied het dan af en toe een hapje aan en prijs je kind zeker als hij/zij dat hapje neemt. Zo wordt samen eten weer een gezellig moment.

Spreek af dat eten steeds aan tafel gebeurt, zélfs iets kleins zoals een stuk fruit. Als je van tafel gaat, dan is het eetmoment voorbij. Ruim de tafel gewoon af, ook al heeft je kind weinig of niets gegeten. Geef het dan ook niets extra tussendoor, want dan heeft je kind geen zin meer bij het volgende eetmoment. Geef geen fles melk ’s nachts, want je houdt het slechte eten op maaltijdmomenten dan in stand omdat je kind weet dat het later toch iets anders krijgt.

Een kind kan iets niet willen eten terwijl hij het eigenlijk wel lust. Iets anders aanbieden omdat je het gedrag moe bent of omdat je bang dat je kind te weinig eet is begrijpelijk. Maar door je kind (later) bijvoorbeeld een boterham te geven, hou je het slechte eetgedrag tijdens de maaltijd in stand. Op lange termijn hebben jij én je kind er meer baat bij als je voet bij stuk houdt en je dus niets anders aanbiedt. Zo geef je je kind duidelijkheid.

Schep kleine porties op, dan kijkt je kind al niet op tegen ‘een berg’ eten. Wat meer opscheppen kan later nog altijd.

Kinderen vinden het leuk om hun ouders te imiteren. Geef dus het goede voorbeeld: eet en drink zelf gezond en geniet ervan! Eet een hap groente, een stuk vis, een aardappel, … met smaak op en vertel je kind ook hoe het smaakt.

Niet toegeven aan je kind kan betekenen dat je kind weleens met honger naar bed gaat of een paar dagen weinig eet. Dat kan geen kwaad, want een gezond kind hongert zichzelf niet uit. Hij/zij gaat vanzelf terug eten.

Een kind eet minder dan een volwassene; hieronder vind je een overzicht van de aanbevelingen. Het is normaal dat periodes dat je kind veel of weinig eet elkaar afwisselen, afhankelijk van de groei.

 

Voedingsmiddel 1-3 jaar
Water 0.5 -1 liter
Brood 1-3 sneden
Aardappelen 1-2 stuk(s) (50 à 100 g)
Groenten 1-2 groentelepels (50 à 100 g)
Fruit 1-2 stuk(s) (100 à 200 g)
Melkproducten 2 à 3 bekertjes (350 à 500 ml)
Vlees(waren), vis, vleesvervangers 25-50 g (rauw)
Smeermargarine 1 koffielepel per sneetje (5 g)
Margarine voor bereiding Max. 1 eetlepel (15 g)

Bron: Kind & Gezin


Je kind dwingen om iets op te eten werkt niet.
Het kan zijn dat het al vol zit, maar dat niet goed kan aangeven waardoor je eigenlijk te veel geeft. Het kind zal zich ook niet goed voelen als hij/zij vol zit: het verstoort zijn ‘verzadigingsgevoel’. De gouden regel: ouders bepalen wat en wanneer er gegeten wordt, het kind hoeveel het eet.

Proeven moet wel gestimuleerd worden; 1 hapje is al genoeg. Het is een kwestie van oefenen, net als leren lopen of fietsen. Soms moet je kind 10 tot 15 keer proeven voordat het aan een smaak gewend is. Dat betekent niet dat je kind alles lekker zal vinden: kinderen ontwikkelen immers persoonlijke smaakvoorkeuren. Straf je kind niet als hij/zij iets niet wil eten. Je mag gerust datgene wat je kind wél lust vaker voorschotelen, maar blijf daarnaast zeker ook andere smaken aanbieden.

Hou een tijdje bij wat, wanneer en hoeveel je kind eet en hoe de maaltijden verlopen als je kind een moeilijke eter blijft. Noteer eventueel ook waar jullie eten, wie zich met je kind bezighoudt en welke maaltijden wél goed verlopen. Zo kun je achterhalen wat goed gaat (je kind at bijvoorbeeld beter toen jullie eerder aten dan normaal of toen je alleen at met hem/haar). In dat laatste geval houdt zich best maar één van de ouders met het kind bezig tijdens de maaltijd.

Als je hulp meer nodig hebt, kun je terecht bij Kind & Gezin. Als dat niet helpt, dan kan je arts je ook doorverwijzen naar een diëtist.

Bron: Voedingscentrum