SOS een driftbui! Hoe reageer je best?

Door -
driftbui
©GettyImages
Iedereen kent het horrortafereel: na een stresserende werkdag ga je met je kindje naar de (veel te drukke) supermarkt. Alles verloopt vrij goed, tot je kind dat ene pak koeken wil. Dat jij écht niet gaat kopen. Je anders zo lieve oogappel schreeuwt het uit en verandert in een regelrecht driftkikkertje. Wat doe je dan best? We geven je een paar waardevolle tips.

Een driftbui, wat is dat?

Een driftbui is een heftige manier van reageren en gevoelens uiten. Beangstigend voor sommige ouders, maar volstrekt normaal bij de ontwikkeling van kinderen. Als een peuter zijn gevoelens binnenkort kan verwoorden, verdwijnt dit gedrag vanzelf.

Heeft je kind driftbuien? Één troost: je bent niet alleen. 1 op de 5 kinderen heeft vaak driftbuien.

Niet alleen negatief

Een krijsende peuter in het gangpad van de supermarkt: de nachtmerrie van iedere ouder! We willen allemaal een blij en gehoorzaam kind. Maar zo’n gillende en schoppende dreumes of peuter op de grond is ook goed! Lees hier de negen redenen waarom een driftbui niet per se slecht is.

Zo reageer je het best!

Tijdens een driftbui wordt je kindje helemaal overspoeld door emoties en heeft hij geen controle meer over zichzelf. Na afloop kan het kind helemaal ontredderd en triest zijn, het begrijpt zelf niet wat hem overkomen is.

  • Laat je kind rustig uitrazen.
  • Vastpakken werkt bij sommige kinderen kalmerend, maar de meesten worden er nog kwader van.
  • Probeer zelf zo rustig mogelijk te blijven.
  • Geef nooit toe! Anders denk je kleintje dat een driftbui dé manier is om zijn zin te krijgen. Na de uitbarsting kun je wel begrip tonen voor zijn gevoelens en zijn frustraties proberen te benoemen.

Omgaan met een driftbui: tips van Kind en Gezin

1. Geef je kind aandacht

Een peuter die koppig of driftig gedrag vertoont, krijgt veel aandacht. De ouder of begeleider probeert hem te kalmeren of wordt boos. Als de peuter het op andere momenten met minder aandacht moet doen, leert hij al snel dat lastig gedrag, aandacht krijgen betekent. Schenk dus ook spontaan aandacht aan een kind buiten conflictsituaties.

2. Toon begrip 

Een peuter leert zelfstandig worden. Hij wil van alles bereiken, maar wordt daarbij in zijn ogen gehinderd door anderen of door zijn eigen beperkingen. Daardoor kan hij weleens gefrustreerd zijn:

  • Hij wil iets zeggen, maar kan nog niet precies uitdrukken wat hij bedoelt.
  • Hij krijgt de deur van een kast niet open.
  • Het lukt hem niet om een vormpje in een opening van een blok te stoppen.
  • Hij mag niet aan het leuke speelgoed van grote zus komen.

TIP: Probeer de reden van zijn frustratie te achterhalen.

3. Stel duidelijke grenzen en leer je kind regels te volgen

Het is erg belangrijk om grenzen te stellen en regels aan te leren, al zal een peuter niet altijd begrijpen waarom er een bepaalde grens is. Duidelijke grenzen zorgen voor voorspelbaarheid en dat betekent veiligheid en rust voor je kind. Als je kind vooraf weet wat je gaat doen, weet het waaraan het zich moet houden en wat het kan verwachten.

  • Soms helpt het om regels en grenzen als een uitdaging te verwoorden.
    • ‘Zou jij al helemaal alleen je tanden kunnen poetsen?’
    • ‘Kun jij wel van de kast afblijven terwijl ik even in de keuken ben?’
  • Stel niet te veel grenzen. Je peuter heeft immers nog ruimte nodig voor zijn ontdekkingstocht.
  • Jouw regels moet je consequent toepassen. Wanneer je kind een driftbui heeft, is het wel belangrijk dat jouw ‘nee’ een ‘nee’ blijft.
  • Probeer een machtsstrijd met het kind te vermijden, want die strijd verlies je gegarandeerd.
  • Het kind afleiden kan een goede oplossing bieden.
  • Soms is het nodig om je kind even apart te zetten. Je kunt daar een speciaal plekje voor uitkiezen. Bijv. als je kind iets doet wat erg gevaarlijk is of als het iets doet wat sociaal niet aanvaardbaar is (bijv. in jouw arm bijten).
  • Het gedrag van je kind negeren is ook soms nodig. Door geen aandacht te geven, straf je het kind voor zijn gedrag. Vaak is het immers net die aandacht die de peuter nodig heeft.
  • Als je een kind beloont of straft, is het belangrijk het gedrag van het kind te benoemen, bijv. ‘Ik vind het niet fijn dat je je bord niet leegeet’. Zo benoem je het gedrag dat je afkeurt, zonder de hele persoon af te keuren. Als je zegt ‘Je bent niet flink’, weet het kind misschien niet waarom je dat zegt en denkt het dat je zijn hele persoon ‘afkeurt’.

Met dank aan Kind & Gezin.

Meer weten over driftbuien?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!