Hardnekkige opvoedfabels ontkracht

Door -
zoete kinderen eten geen suiker
©GettyImages
Van suiker worden ze druk, en in de hoek zetten heeft geen zin. Wetenschapsjournalist Ionica Smeets werd gek van al die gratuite opvoedtips en onderzocht wat er echt van aan is.

Tijdens de voorbereiding van dit interview komt mijn moeder binnen, die even gelet had op mijn zoontje van drie. ‘Hij was drukker dan anders’, zegt ze. ‘Heeft hij misschien veel suiker gegeten vandaag?’ Ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken, want laat dat nu net zijn waar de titel van het boek dat ik in mijn handen heb, naar verwijst: ‘Zoete kinderen eten geen suiker’. Er zijn zo nog wel een hoop waarheden die je naar je hoofd geslingerd krijgt als jonge ouder. Mensen die je vertellen waarom je kinderen moet straffen, of net niet. En dat kinderen dik en lui worden van tv te kijken. Of gewoon, dat dat ‘nu eenmaal gedrag voor een jongetje is’. Bij Ionica Smeets, de auteur van het boek, begon het al toen ze zwanger was van haar eerste kind. Ze wilde vooraf niet weten welk geslacht haar baby had, en dus begon iedereen gokjes te wagen: je draagt rond, dus het is een meisje. Of je hebt een mooie huid, dus het is een jongen. En ja, als je een wiskundige bent zoals zij, dan ga je nu eenmaal wetenschappelijk uitpluizen hoe dat allemaal zit.

Hoe denk je dat het komt dat mensen zo vaak ongevraagd advies geven over kinderen van anderen?

Ionica Smeets: “Dat weet ik niet goed, ik vind dat heel mysterieus. Ik vermoed dat het allemaal vanuit goede bedoelingen is. Ik denk dat mensen soms denken: ‘dat kan beter’. Of dat ze dingen ontdekken die bij hun eigen kinderen goed werken en dat ze die tips met iedereen willen delen. Het is natuurlijk ook iets waar je makkelijk over kunt praten met anderen. Kom je onbekenden tegen, dan heb je elkaar vaak niets te zeggen. Tenzij er een kind bij is, dan gaat de conversatie als vanzelf.”

Betrap je jezelf er ook weleens op?

“Ik probeer erop te letten, ik wil op dat vlak voorzichtig zijn en niet te betweterig overkomen met de kennis die ik intussen heb opgedaan. Behalve als mensen iets zeggen dat écht niet klopt. Ik wil het mensen niet te moeilijk maken. Moeder of vader zijn is op zich al best lastig soms, dus probeer ik af en toe dingen te zeggen die ouders wat geruststelt. Als er iemand bang is voor suiker bijvoorbeeld, zoals je moeder, dan vind ik het wel fijn om mee te geven dat daar in de wetenschap geen snippertje bewijs voor is.”

Waarom leggen zoveel mensen dan toch de link tussen suiker en drukke kinderen?

“Die mythe is waarschijnlijk ontstaan in Amerika, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er was toen een tekort aan suiker en de overheid verspreidde dus allerlei negatieve berichten over het goedje, zodat het volk er minder zin in kreeg. In een van mijn favoriete onderzoeken krijgen kinderen iets lekkers te eten en moeten ze daarna met hun moeders spelen. De helft van de mama’s kreeg te horen dat hun kind net daarvoor suiker had gekregen, terwijl dat helemaal niet zo was. En toch mopperden net die moeders dat hun kind achteraf zo druk was… Het zit dus meer in ons hoofd. Al is het natuurlijk geen slecht idee om je kind meer groenten en minder suiker te geven, maar dat is een ander verhaal.”

Zijn er studies geweest die je liever eerder had gelezen?

“Meestal ging ik het wel redelijk snel uitzoeken als ik ergens tegenaan liep. Toen ik aan het twijfelen was of mijn zoontje wel klaar was om zijn tutje al te laten en iedereen me zei dat ik er beter mee kon stoppen voor zijn tandjes, was ik best onzeker. Maar toen las ik dat het beter was om nog even te wachten omdat hij anders op zijn vingers zou gaan sabbelen, wat nog slechter is voor de tanden. Een hele opluchting: daar moest ik me alvast geen zorgen meer over maken. En hij ook niet.”

Wat is de meest verrassende ontdekking die je hebt gedaan in de wetenschappelijke literatuur?

“Iets waar ik me erg over verbaasde, was de behandeling van valse kroep. Mijn zoontje had daar weleens last van, en ik kreeg van de dokter het advies om elke dag te stomen. Wat ik dan ook trouw deed. Tot een bevriende arts me zei: ‘Ga voor de grap eens kijken in de richtlijnen voor dokters’. En daar stond het dus, zwart op wit: dat stomen niet echt helpt, maar dat het een goede truc is om ouders rustig te krijgen. Het is dus meer een soort ‘opdrachtje’, want de hoestjes van valse kroep klinken heel eng, en dus heb je als ouder graag wat houvast. Ik heb er toen een stukje over geschreven en een halfjaar later kreeg mijn zoon het alweer. Ik belde voor alle zekerheid toch maar even naar de huisarts, en die zei meteen: ‘Heeft u al gestoomd?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘maar ik weet intussen dat dat niet werkt en zoals u hoort, ben ik best rustig.’ ‘Ga anders even wandelen, dat helpt ook’, stelde ze vervolgens voor. En toen ik weer protesteerde: ‘Ik zou toch maar beginnen met stomen.’ Ze ging net zo lang door tot ik helemaal niet meer zo rustig was!”

Je schrijft in je boek ook: ‘Je baby huilt ’s nachts om te voorkomen dat z’n mama weer zwanger wordt.’

“Dat lijkt een gekke theorie, maar toch is er iets van aan. Het is een idee dat afstamt van de oude evolutietheorie, toen er nog geen kunstvoeding was. Wanneer een baby toen ’s nachts huilde, moest z’n mama dus sowieso borstvoeding geven. En terwijl je dat doet, ben je minder vruchtbaar, omdat je menstruatie langer uitblijft, en duurt het dus ook langer eer er een tweede kind komt.”

En waarom wil een baby dan geen broer of zus?

“Daar heeft hij best een goede reden voor. In Senegal bijvoorbeeld sterven vier procent van de kinderen voor hun tweede verjaardag. Maar bij de jonge Senegalese kinderen die nog een broer of zus kregen, is dat zestien procent. Dat is vier keer zo veel! Dus diep vanbinnen weet zo’n baby dat hij veiliger is zonder extra kleintje erbij. Dat is toch wel een troost bij die gebroken nachten: baby’s huilen niet voor niets.”

Ook grappig: naar Dora kijken is volgens de wetenschappers beter voor kinderen dan naar Spongebob kijken.

“En dat terwijl ik Dora ver-schrik-ke-lijk vind! Maar die vervelende herhalingen en verhaaltjes van Dora zijn blijkbaar begrijpelijker en educatiever voor kinderen dan Spongebob, dat heel fantasierijk is, maar daardoor ook heel verwarrend, zeker voor jonge kinderen, die dat nog niet echt kunnen plaatsen. Toch maar Dora, dus.”

Soms leg je bewijzen ook naast je neer. Dat mensen zonder kinderen gelukkiger zijn, klopt voor jou niet.

“Nee, daar begrijp ik echt niets van. Ik voel me net wél veel gelukkiger met kinderen. Maar goed, ik ben een heel rationeel iemand, maar je kunt nu eenmaal niet alles berekenen en verklaren.”

Hebben je eigen kinderen je ook van bepaalde vooroordelen afgeholpen?

“Ik wilde altijd maar één kind, dat leek me voldoende en het was beter te regelen met ons werk. Ik twijfelde soms wel of dat niet een beetje zielig was, zo’n enig kind, en of dat later geen antisociaal iemand zou worden. Dat ben ik dus gaan uitzoeken en uit onderzoek blijkt dat er amper verschillen bestaan tussen kinderen die alleen of met broers of zussen zijn opgegroeid. Behalve dan dat enige kinderen het net iets beter doen op school. Perfect, dus! Maar na een paar jaar begon het toch te kriebelen en uiteindelijk is mijn dochter Rifka erbij gekomen. En ik sta er echt van te kijken hoe léuk die twee het hebben samen. Ze komen voor elkaar op en hebben een enorme band, en dat is voor mij een cadeautje waar ik niet op had gerekend. Dat hebben zij me echt bijgebracht, want ik had het voordien totaal niet verwacht.”

Je boek is eigenlijk een samenvatting van korte columns. Is het voor een wetenschapper niet moeilijk om niet uit te weiden over al die verschillende thema’s?

“Dat heb ik wel moeten leren, ja. Want hoe leg je dingen uit, zodat mensen die niets van wetenschap kennen het toch graag lezen, en zonder dat wetenschappers boos worden, omdat het niet klopt? Hoe krijg je de grote lijnen helder en welke details laat je weg? Da’s moeilijk, want over elk item uit het boek kun je een heel proefschrift maken. Maar ik kan er inmiddels wel mee leven. Ik heb liever dat een brede groep een kern van de zaak meekrijgt, dan dat de helft van die mensen alle details lezen. En zo leest mijn schoonfamilie eindelijk ook eens een van mijn publicaties!” (lacht)

Welk effect wil je dat het boek heeft op al die mensen?

“Dat ouders wat zekerder worden van zichzelf. In mijn omgeving merk ik dat mensen zich gek laten maken door al die adviezen, dat veel ouders op zoek zijn naar dé perfecte opvoeding en denken dat het leven van hun kind meteen verpest is wanneer ze iets verkeerds doen. Wat ik wil laten zien, is dat het niet zo zwart-wit is. Er is geen stappenplan dat je kunt volgen om van je kind een goed opgeleide, gelukkige volwassene te maken die de wereld aankan. Veel dingen die mensen je aanpraten zijn nergens op gebaseerd, en kun je dus gewoon negeren.”

Ben je zelf als moeder ook wat geruster geworden?

“Oh ja! Ik had soms het gevoel dat ik fout bezig was als ik het anders aanpakte dan wat er altijd zo stellig werd geroepen. Het was fijn om te merken dat er niet per se iets honderd procent verkeerd of goed is. Je kunt onder bepaalde omstandigheden wél naar de sauna gaan als je zwanger bent. Ook een klein beetje stress kan echt niet zo veel kwaad voor een ongeboren kind: het kan daardoor zelfs beter tegen een stootje later. En als je al eens iets minder hygiënisch bent – een gevallen tutje in je mond stoppen in plaats van hem onder de kraan af te spoelen of weleens dingen opeten die op de grond zijn gevallen – dan heeft je kind minder kans om allergieën en eczeem te krijgen. Heel opbeurend voor iemand als ik, die niet altijd even goed is in schoonmaken. Zo zie je maar. Als de basis goed zit, een liefdevolle omgeving en voldoende aandacht, dan doen al die details er eigenlijk niet zo toe.”

Meer lezen?

‘Zoete kinderen eten geen suiker’ van Ionica Smeets – € 19,99.

Tekst: Lore Callens

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here