De geboorte in drie fases

Door -
geboorte
© Getty Images
Traditioneel wordt de geboorte in drie fases opgedeeld. Naast de bevalling zelf zijn dat ook de fase van de ontsluiting van de baarmoederhals en de fase van de nageboorte (de geboorte van de placenta of moederkoek). Wij geven tekst en uitleg.

De drie fases van de geboorte

Op het einde van de zwangerschap geeft een aanhangsel van de hersenen bepaalde stoffen af aan het bloed, die de geboorte op gang brengen. Aan het begin van de bevalling is de baarmoederhals (ook ‘cervix’ genoemd) nog te nauw, maar geleidelijk aan wordt ze groter zodat de baby erdoor kan.

De eerste fase: de ontsluiting

Die fase waarbij de baarmoederhals groter wordt noemt men ook de ontsluiting. Het is de eerste fase van de geboorte. Ze wordt vooral gekenmerkt door weeën die worden veroorzaakt doordat de spieren van de baarmoeder en van de buik samentrekken. Zo opent de baarmoederhals en wordt de baby door het geboortekanaal geduwd.

Ook deze fase van ontsluiting zelf wordt vaak opgedeeld in drie stadia.

1. In de eerste fase zijn de weeën nog relatief licht en onregelmatig. Vaak voelt een mama ze dan zelfs nog niet.

2. In de tweede fase worden de weeën krachtiger en volgen ze elkaar steeds korter op. Men spreekt dan van de actieve fase.

3. De derde fase wordt gekenmerkt door zeer hevige weeën die doorgaan tot de volledige ontsluiting.

Als je voor de eerste keer bevalt, gaat het verkorten van de baarmoederhals vooraf aan de ontsluiting zelf, bij een volgende bevalling gebeuren de verstrijking van de baarmoederhals en de ontsluiting zelf op hetzelfde moment.

De tweede fase: de eigenlijke bevalling

Wanneer de weeën om de paar minuten komen, is de eigenlijke bevalling begonnen. Een wee wordt vaak omschreven als een golf. Aan het begin van de wee wordt de baarmoeder harder. Geleidelijk aan groeit de wee tot een climax, waarna ze weer afneemt en de baarmoeder weer zacht wordt. Tijdens de ontsluitingsfase breken ook de vliezen. Dit kan zowel tijdens deze fase als aan het einde ervan. Soms gebeurt het breken van de vliezen zelfs voordat de weeën zijn begonnen. Als de vliezen niet zelf breken, kan het verplegend personeel een handje helpen.

De moeder helpt de natuur bij de bevalling door de techniek van het persen. Je mag pas beginnen met persen bij volledige ontsluiting. Vroeger verstond men onder ‘persen’ het zolang mogelijk de adem inhouden en meepersen tijdens een wee, maar tegenwoordig raadt men meestal aan om verschillende keren te persen tijdens een wee en dan nog liefst tijdens het inademen.

De baby wordt meestal geboren met het hoofdje eerst, maar soms komt z’n achterwerk eerst: we spreken dan van een stuitbevalling. Bij een stuitbevalling – en soms bij een eerste geboorte – krijgt de mama meestal een ‘knip’ waarbij de doorgang vergroot wordt.

Als de eigenlijke geboorte om een of andere reden snel moet gebeuren of niet via de ‘normale’ weg kan gebeuren, kiest de gynaecoloog samen met de moeder soms voor een keizersnede, een ingreep onder lokale verdoving.

Derde fase: de nageboorte

Van de derde fase zul je misschien zelfs niets meer voelen: je vreugde (en verluchting) zijn dan waarschijnlijk al te groot. De derde fase is de zogenoemde nageboorte. Hier worden de moederkoek en de vliezen ‘geboren’. Je kunt hierdoor ook wel nageboorteweeën voelen, maar op dat moment zul je waarschijnlijk al met heel andere dingen bezig zijn.

Als je baby pasgeboren is, wordt het laatste eindje navelstreng verzorgd en zullen een aantal basisfuncties nagekeken worden (zoals lengte, gewicht). Er wordt ook snel een hele korte medische check-up verricht en je kindje krijgt een Apgar-score.

En dan is het tijd voor het eerste intieme samenzijn en vooral … welverdiende rust.

LEES OOK:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!