Een meisje of een jongen? Een cultureel perspectief.

Door -
Nog niet eens zo heel erg lang geleden was het geslacht van de pasgeborene cruciaal voor zijn of haar latere levensgeluk. In sommige culturen, zoals in India, is dat nog steeds zo. Kinderen hebben er een belangrijke functie in het overleven van het gezin en terwijl de oudste zoon het beroep van papa verder zet en de andere zonen de straat op gaan om te werken of te bedelen, worden meisjes uitgehuwelijkt, in een religieuze gemeenschap gedumpt of op de straat gegooid met een bedelstaf. In onze streken was het vroeger niet anders.

In het Nederland en België van vandaag is dat gelukkig niet meer het geval. Toch wordt er nog steeds veel belang gehecht aan het geslacht van de boreling. Het is immers “spannend” om te weten of het een meisje of een jongen wordt. Veel ouders willen dan ook niet op voorhand weten of ze een meisje of een jongen krijgen. Anderen weten het wel maar willen het nog niet aan de familie vertellen. Het is wellicht een overblijfsel van honderden, zelfs duizend jaren cultuur toen het geslacht ook voor onze voorouders essentieel was voor het individuele geluk, de sociale organisatie en de overlevingsmogelijkheden van de familie. Ooit waren de rollen immers duidelijk afgebakend: papa ging jagen, later werken. Mama zorgde voor de kinderen, en het klaarmaken van de buit die papa meebracht, of die nu zelf gevangen was of met zuurverdiende centjes gekocht. En laat ons toegeven: al beweren we vandaag dat geslacht niet belangrijk is en al nemen heel wat mannen en vrouwen taken en rollen op die in primitievere tijden voor het andere geslacht waren weggelegd: we raken niet zo makkelijk van ons zwart/wit, man/vrouw denken af.

Geslachtschromosomen

Het belang van het thema “geslacht” valt ook uit iets anders af te leiden: de massa’s theorieën die de ronde doen over de reden waarom sommige kinderen meisjes en sommige kinderen jongens worden. De wetenschap is vrij duidelijk: het geslacht wordt bepaald door het zogeheten geslachtschromosoom. In de kern van elke cel in het vrouwelijk lichaam zitten twee X-chromosomen. Bij mannen is de combinatie XY. De eicel daarentegen bevat enkel een X-chromosoom. De zaadcel kan dan weer zowel een X of een Y-chromosoom bevatten (slechts één). Het is uiteindelijk dus de zaadcel die bepaalt of een kind later een jongen of een meisje wordt (als de zaadcel een X-chromosoom bevat, wordt het een meisje, als de zaadcel een Y-chromosoom bevat een jongen). Tot daar de theorie. Er bestaan evenwel nog heel wat theorieën die een antwoord zoeken op de vraag hoe je die combinatie van hormonen kan beïnvloeden bij de bevruchting. Zo bestaat er een –eveneens wetenschappelijk onderbouwde – theorie die stelt dat het voedingspatroon van de ouders essentieel is voor de bepaling of het kind een meisje dan wel een jongen wordt. Ook omtrent de vraag hoe je op voorhand weet of je een meisje krijgt of een jongen bestaan heel wat –meestal minder wetenschappelijk verantwoorde – populaire theorietjes: zo menen sommigen dat de vorm van de buik van de mama tijdens haar zwangerschap voorspelt wat het geslacht van de baby kan zijn….

Hoewel het XY-chromosoomverhaal wetenschappelijk verantwoord is, betekent dat niet dat geslacht een vanzelfsprekend gegeven in de natuur is, hoe graag sommigen dat ook willen geloven. Veel antropologen menen dat geslacht eerder een kwestie van “cultuur” is, een resultaat van miljoenen jaren evolutie en sociale organisatie. Er bestaan voorbeelden genoeg die die stellingen ondersteunen: de natuur kent heel wat tweeslachtige wezens en uiteindelijk verschillen de geslachtsdelen van mannen en vrouwen niet veel: ze evolueren gewoon anders (de vrouwelijke clitoris is het equivalent van de penis). Wat te denken bovendien van transseksuelen ? Mensen die man of vrouw zijn en heilig overtuigd zijn dat ze eigenlijk in een verkeerd lichaam zitten en van het tegenovergestelde geslacht zijn. Het is makkelijk hen als afwijkend te bestempelen, maar misschien zijn ze gewoon een illustratie van het feit dat de geslachtelijke tweedeling in de natuur geen vanzelfsprekendheid is. We gaan hier niet uitweiden over de diverse wetenschappelijke theorieën die hierover de ronde doen maar het is belangrijk te weten dat ze er zijn. En hoe graag sommige boeken (zoals “Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen” van Allan & Barbara Pease) ook de nadruk leggen op de essentiële verschillen tussen mannen en vrouwen (de auteurs noemen hen ronduit andere wezens): het onderscheid benadrukken is kijken naar de mens vandaag, zonder het historisch-biologisch perspectief. En net in het benadrukken van de verschillen ligt de kiem van de discriminatie. Het is juist dat de geur, de hersenen, het taalvermogen, het ruimtelijk perspectief, de lichamelijke kracht enzoverder enzovoort bij man en vrouw verschillend zijn. Maar dit betekent niet dat het altijd zo is geweest: een groot deel van onze natuurlijke kenmerken zijn niet meer dan het resultaat van duizenden jaren evolutie.

Dus: of het nu een jongen of een meisje is: het maakt echt niets uit…..