Carmen (30) kampte met een postnatale depressie: “Ik zag mijn zoon zo graag, maar kon het niet voelen”

Door -
Wat een spannende, maar heuglijke gebeurtenis had moeten zijn, werd dat voor Carmen (30), psychiatrisch verpleegkundige en ondertussen mama van twee, niet. Na de geboorte van haar eerste zoon werd ze overvallen door een postnatale depressie. "De geboorte was absoluut traumatisch, maar ook voordien sluimerde er al iets."

35 weken: onrust en spanning

Carmen: “In de nacht van 18 op 19 mei 2016 kreeg ik plots enorme last in mijn buikregio. Ik was op dat moment 35 weken zwanger, dus ik maakte me niet te veel zorgen: de baby begon immers goed zwaar te worden, en ook voorweeën zouden kunnen beginnen opkomen. Wel voelde ik me de hele dag onrustig en ongemakkelijk: ik zocht van alles om mezelf bezig te houden: ik ging eens langs mij m’n mama om te wandelen en toen ik daarvan thuiskwam heb ik me als een gek op de doopsuiker gesmeten. Plots moest en zouden alle potjes die dag klaar zijn.

Wat ik op dat moment zelf niet doorhad, maar wat ik achteraf wel ben gaan inzien, is dat ik eigenlijk best met veel angst zat rond bevallen en rond het ‘onbekende’ dat erop je afkomt als je voor een kindje gaat: dingen als ‘ga ik dat kind er wel kunnen uitduwen?’, ‘ga ik wel een goede moeder zijn?’ en ‘ga ik het allemaal wel kunnen?’. Het waren blijkbaar stressfactoren waar ik mee zat, en die zich natuurlijk hoe langer hoe meer begonnen op te dringen nu de bevalling dichter bij kwam.

Pas toen mijn vriend rond een uur of zes thuiskwam van z’n werk, daagde het me dat ik me misschien toch minder goed voelde dan ik dacht: ‘Oei, schat, gaat het wel? Je ziet er maar slecht uit’, was namelijk het eerste wat hij zei. Blijkbaar had ik tegen die tijd ook een rare rode gloed over m’n gezicht gekregen.”

VLIEZEN GEBROKEN: EEN HELS RITJE

Toch is de avond voor Carmen en haar man nog heel gewoon verlopen: ze aten nog wat samen, keken gezellig een beetje tv en zijn niet te laat gaan slapen. Carmen: “Bij het naar bed gaan, zeiden we zelfs nog grappend tegen elkaar: stel je voor dat de baby beslist om nu al te komen. Lang geslapen heb ik die nacht echter niet: om 2 uur ‘s nachts werd ik wakker omdat ik naar het toilet moest: ik voelde een grote druk en kon niet goed ophouden. Eens ik op het toilet zat stroomde alles als een grote stortvloed naar beneden. Ik was een beetje in paniek: ik was immers nog maar 35 weken zwanger, dit was veel te vroeg!

Eens ik op het toilet zat, stroomde het water in een stortvloed naar beneden. Ik was in paniek: 35 weken, dat was véél te vroeg!

Toen ik een beetje gekalmeerd was, maakte ik m’n vriend wakker en zei hem zich niet ongerust te maken, maar dat m’n water gebroken was en dat we – vroeger dan voorzien – dan toch maar naar het ziekenhuis moesten vertrekken. De weg naar daar was zelfs nog ludiek: over elke hobbeltje heen bleef ik immers liters vruchtwater – zo leek het wel – verliezen, wat zorgde voor vrij grappige taferelen.”

Traumatische bevalling

Die ‘liters vruchtwater’ verloor Carmen blijkbaar omdat haar baby in stuit lag. Een vrij ‘kleine’ complicatie, die voor de mama in spe weldra grote gevolgen zou hebben. Carmen: “Eens we in het ziekenhuis aankwamen, zeiden ze mij dat de baby in een erg speciale houding lag en dat hij er zo snel mogelijk uit moest. De gynaecoloog werd gebeld en ik werd als eerste op de lijst gezet om ‘s morgens vroeg meteen een keizersnede te ondergaan. Rond 6u30 kreeg ik weeën en van toen af ging alles heel snel: voor ik het wist lag ik vastgebonden op een tafel met een verdoofd onderlichaam, een team van twaalf mensen om me heen, terwijl ik zelf – goed afgeschermd achter een groen doek – eigenlijk alleen maar wat dingen in mijn buik kon voelen, maar er geen idee van had wat er precies gebeurde.

Gelukkig hadden we een keizersnede op een of andere manier nog wel voelen aankomen, waardoor we toch een béétje voorbereid waren, maar het blijft een ontluisterende ervaring. Bevallen is allemaal goed en wel als alles normaal verloopt, maar vanaf het moment dat er iets misloopt, is het eigenlijk echt maar ondergaan. Het thema keizersnede wordt in prenatale lessen zelfs maar terloops aangesneden als ‘iets wat bestaat, maar waar je je vooral niet te veel zorgen over moet maken’, want ‘dat zal wellicht toch niet gebeuren’.

Wat ze mij vooral wel eens hadden mogen vertellen, is dat je bij een keizersnede vastgebonden wordt op de bevallingstafel: daar had nog nooit iemand mij met een woord over gerept. Dat is zo’n vies gevoel: het berooft je van al je vrijheid en maakt je als vrouw echt tot ‘lijdend voorwerp’ in een verhaal waar je geen inbreng meer in hebt.”

Skin-on-skin en pijnpompen

Carmen: “Eens de baby eruit was, kwam een dokter vanachter het groene doek piepen met de boodschap: ‘Proficiat, het is een zoon!’, waarop ik de krijsende kreetjes van Lou voor de eerste keer mocht horen. In een toptempo werd het mannetje een paar seconden tegen mijn kaak gehouden, waarna hij werd ‘afgevoerd’ naar de afdeling neonatologie. Hij moest immers zo snel mogelijk in een couveuse. Mijn man mocht mee en ook de hele meute aan verplegend personeel vertrok. Ikzelf werd naar de recovery gebracht: pas als je weer gevoel hebt in je tenen, brengen ze jou ook zelf naar de afdeling neonatologie.

Toen de baby geboren was, kwam een dokter piepen vanachter het groene doek met de boodschap: ‘Proficiat, het is een zoon!’

Pas om 10u was ik op mijn kamer: ik had mijn kind op dat moment nog niet gezien, had een blaassonde steken en hing aan een pijnpomp om bij te duwen wanneer het écht niet meer ging. Ik kon niet lopen, kon me niet wassen en hing volledig af van andere mensen om tot bij m’n kind te geraken. Een keizersnede op zich is niet zo erg, maar het zijn alle onverwachte dingen die erbij komen kijken, die het voor mij tot een traumatische ervaring gemaakt hebben.

Om 14u was het voor mij echt welletjes en heb ik ervoor gezorgd dat ze mij voor de eerste keer met m’n bed tot aan de couveuse van m’n zoon gerold hebben.” Ook in de dagen daarna was het nog heftig: “Slapen – of zelfs maar mezelf omdraaien in bed – ging moeizaam, omdat ik zopas levend opengesneden was. Mijn borstvoeding moest ik op gang brengen met een kolfmachine en ook aan die pijnpomp bleef ik maar hangen. Ik voelde me in die eerste dagen echt een beest. Op dag vier mocht ik naar huis, maar Lou moest nog twee weken blijven. Elke dag kwamen we vier keer op en af om borstvoeding te geven. Terwijl andere kersverse ouders thuis rustig hun eigen ritme kunnen vinden, leefden wij voort op het kunstmatige ritme van het ziekenhuis. Hoewel ik de medische staf uiteraard erg dankbaar ben, voelde het tegelijkertijd allemaal zo tegennatuurlijk.”

Zorgen voor ouders?

Wat Carmen in heel haar bevallingsverhaal het meest gemist heeft? De zorg voor ouders: niet op fysiek of medisch vlak, maar wel mentaal. Carmen: “In al die weken heeft er niet één keer iemand aan mij of mijn vriend gevraagd hoe wij ons bij de hele situatie voelden. Of het geen rare ervaring is om je zoon meteen na de geboorte te moeten afstaan en geen verhaal te hebben? Of hoe het voelt om na een heikele bevalling alleen in een kale kamer achtergelaten te worden: pas moeder maar dan zonder kind? In onze gezondheidszorg primeert nog steeds het medische: je bent maar een nummer en zolang jij en je baby maar fysiek gezond zijn, is alles ‘goed’. Voor de psychische kant van de zaak is vreemd genoeg – zelfs binnen een super-intense en erg emotionele aangelegenheid als ‘een kind krijgen’ – geen aandacht en dat zou echt wel eens mogen veranderen.”

Om jonge mama’s en papa’s mee voor te bereiden op het ouderschap – en vooral ook om daarbij hun eigen welzijn niet uit het oog te verliezen – richtte Carmen in samenwerking met verschillende gespecialiseerde instanties ondertussen dan ook VZW De Veilige Driehoek op: een psychosociaal vangnet in de vorm van een lotgenotengroep, waar (wens)ouders al van in de perinatale periode terecht kunnen voor praatgroepen, lezingen en vormingen of voor een consultatie bij een perinataal ervaringsdeskundige.

Wolk in je hoofd

Want, voor wie z’n eigen welzijn en eigen gevoelens niet goed genoeg in het oog houdt, zou het wel eens desastreus kunnen aflopen, zo weet Carmen uit eigen ondervinding. Carmen: “Toen ik na de bevalling terug thuiskwam, kreeg ik te horen dat mijn contract bij mijn werkgever niet verlengd werd. Ik ging dus onmiddellijk op zoek naar een nieuwe job. Die vond ik overigens ook vrij snel, en om niet te moeten omgaan met alle moeilijke gevoelens die zich sinds de bevalling in mij hadden opgestapeld – en ook al een beetje in de aanloop ernaartoe – begon ik vrij snel vrij hard te werken.

Ik was voortdurend uitgeput, voelde me altijd opgejaagd en kon niets meer verdragen van de mensen om mij heen

Vanaf dat moment zijn ook de zaadjes voor de postnatale depressie die volgde duidelijk geplant: ik was voortdurend uitgeput, had geen fut meer, kon niks meer verdragen van de mensen om mij heen, was voortdurend opgejaagd en rusteloos en ik kreeg zelfs een afkeer van m’n eigen kind, want dat kind confronteert je immers elke keer met de moeilijke emoties die ergens wel ‘in jou’ zitten, maar waar je zo hard van probeert weg te lopen.

Het toeval wil dat we in die maanden eigenlijk ook nog zouden trouwen. Omdat alles afzeggen een heel gedoe was, besloten we het uiteindelijk maar gewoon te laten doorgaan, hoe slecht ik mij ook voelde. Die trouwstress was blijkbaar de druppel: een week na ons huwelijk ben ik letterlijk én figuurlijk gecrasht. Ik ben fysiek in elkaar gestort: ik ben onophoudelijk beginnen te wenen, ik moest vergeven, kon niks meer binnenhouden, ben zes kilo vermagerd en ben uiteindelijk helemaal gedehydrateerd via de spoed in het ziekenhuis opgenomen. Die crash heeft gevoeld als het absolute nulpunt van mijn depressie: ik had mentaal zo lang alles op slot gezet dat het mijn lichaam zelf is geweest dat mij uiteindelijk een halt heeft toegeroepen en dan maar alles zelf naar buiten heeft gebracht.”

Fysieke crash: braakbal aan woorden

“En zo gaat het altijd met mentaal leed denk ik: dat vindt altijd wel zijn weg en komt bij wie niet kan of wil luisteren ooit op een of andere ‘harde’ manier naar buiten, zij het dan in de vorm van een postnatale depressie, of in die van een eetstoornis of een psychose bijvoorbeeld. Het is ook vanaf dat moment dat mijn gedachten mee een switch gemaakt hebben: plots moest ik alles naar buiten brengen. Ik ben dan – in het ziekenhuis nog – mijn verhaal beginnen neerpennen als was het een braakbal die nu er absoluut en eindelijk uit moest. Ik ben ook naar een dokter gestapt en ben begonnen met psycho-therapeutische begeleiding en met meditatie. Van die dag af aan is het stilaan beter beginnen te gaan: stap voor stap natuurlijk, maar wel weg van de absolute bodem. In totaal heeft de helse periode voor mij in totaal één jaar geduurd.”

In haar weg omhoog, is ‘praten’ voor Carmen de absolute sleutel tot beterschap geweest. Carmen: “Durven toegeven dat het moederschap voor jou niet is zoals je je het op voorhand had ingebeeld, dat je je kind zo graag ziet, maar dat je het niet kan voelen – hoe graag je dat ook zou willen – en dat ook de bevalling voor jou niet bepaald ‘naar wens’ is geweest: het zijn allemaal dingen die er mógen zijn en die je ook mag vertellen. Ik denk dat veel mama’s daar nog een groot taboe op voelen, waardoor de verwerking van iets wat al erg moeilijk is, nog eens zoveel zwaarder wordt.

De enige manier om een traumatische bevalling te verwerken? Praten, praten en nog eens praten! Je plaat grijs draaien, de pijn laten bovenkomen en hem zo stukje bij beetje ook weer voelen wegebben

Maar de oplossing is absoluut praten: deel je ervaringen, laat je pijn bovenkomen en zoek desnoods een platform van lotgenoten of mensen die een soortgelijke ervaring meemaakten: je plaat grijs draaien, dat is het enige wat ik vrouwen in mijn situatie kan aanraden. Je verhaal keer op keer opnieuw vertellen en desnoods opzoek gaan naar nieuwe mensen om te luisteren, om de pijn zo stukje bij beetje voelen wegebben; het is volgens mij de enige manier.”

Praten en ‘bonding’

Carmen: “Ook mijn band met Lou is van dat moment af aan veel beter beginnen worden. Nog steeds draag ik ergens in mij wel een soort van schuldgevoel mee: het gevoel dat ik er in die belangrijke eerste maanden niet voor hem heb kunnen zijn, omdat mijn eigen gevoel zo in de knoop zat. Ik weet objectief gezien wel dat het mijn schuld niet is, en dat het trauma in de weg zat, maar dat ik hem niet heb kunnen geven wat ik hem wel had willen geven knaagt nog altijd. Gelukkig was mijn man er in die maanden wel altijd voor ons: hij heeft de zorg voor Lou in de periode waarin ik het diepst zat eigenlijk volledig overgenomen en hield ook het huishouden draaiende. Daar ben ik hem nog altijd zó ongelofelijk dankbaar voor.

Omdat ik als mama weinig emotioneel beschikbaar was in de eerste maanden, heeft hij ook de rol als hechtingsfiguur voor Lou een tijdje helemaal op zich genomen. Iets wat zeker ook zijn weerslag vond in het gedrag van mijn zoon toen: omdat er bij mij geen plek was, richtte hij zich voor liefde en aandacht veel meer naar z’n papa dan naar mij. Dat is pijnlijk, maar op zich is het ook goed: dat een kind en de ouderrollen zo flexibel zijn dat dat ook mogelijk is. Toch heeft Lou door mijn postnatale depressie ook een kleine frictie in zijn emotie-regulatie systeem ontwikkeld, maar inmiddels is ook dat – dankzij therapie en goede begeleiding – ook wel weer vrij goed rechtgetrokken.

Ik ben al bij al héél dankbaar dat ik vrij snel dan toch nog de juiste begeleiding heb gevonden, en ook dat ik heb kunnen rekenen op zo’n groot en mooi sociaal vangnet. Ik ben blij dat – mede daardoor – voor ons gezin het uiteindelijk alles toch nog mooi op z’n pootjes gevallen is.”

Meer lezen over postnatale depressie en bevallen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here