Papa talk: “’Ik zie hem, ik zie hem! Hij heeft zwarte haartjes’, huil ik”

Door -
Thomas Detombe (34) is journalist, Libelle Mama-columnist en papa van Lucas (2,5) en baby Theo. Over wat het jonge vaderschap met hem en zijn gevoelsleven doet, schrijft hij voor jullie openhartig en onverbloemd neer.

Drie kruisjes

Op het moment dat Emma voor het eerst iets voelt in haar onderbuik, sla ik een praatje met een voorbijganger op straat. “De laatste dagen begint het door te wegen”, vertel ik de vrouw van om de hoek. “Emma heeft geen zittend gat. Maar tegenwoordig ligt ze meer plat dan haar lief is. Dan foetert ze vanuit ons bed of de zetel dat ze weer niets voor elkaar krijgt.”

“Klinkt me zeer vertrouwd in de oren”, lacht de vrouw. “Ik ben in de weer van 5 uur ’s morgens tot ’s avonds laat.” Pittig dagschema, denk ik. Ze vervolgt: “Toen m’n zoon geboren werd, was ik zelfs in de nachtelijke uren actief. Die jongen sliep overdag, ’s nachts zette hij de boel op stelten. Een jaar lang deed ik geen oog dicht. Soms plakte ik hem bijna achter het behangpapier.” Dit hoor ik liever niet, snel afronden.

15 minuten later ga ik even kijken in de badkamer. Emma noteert iets in een schriftje. Ik zie drie kruisjes. Eén voor elke pijnscheut die ze al voelde, blijkt snel. Mijn hartslag jaagt. Een flinke portie adrenaline stuwt me uit de lome avondmodus. “Het zal wel vals alarm zijn”, sust Emma. “Bij ons laatste gynaecoloogbezoek zat hij nog hoog.”

Alweer een centimeter

10 kruisjes later zitten we samen in de auto, onderweg naar het ziekenhuis. De voorzichtige pijntjes van in het begin zijn intussen getransformeerd tot heuse weeën. Het galmt door m’n hoofd: dit is geen oefening, begeef u zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde verloskamer. Op de verlaten steenweg richting Leuven rijden we een volmaakte rode maan tegemoet. Het lijkt wel alsof de laaghangende reus ons gaat oppeuzelen. Net aangekomen stapt Emma uit en gaat onmiddellijk gehurkt zitten om een lange wee op te vangen. Ze knijpt krachtig in m’n hand.

Een vriendelijke vroedvrouw wijst ons een kamer toe, legt Emma aan de monitor en komt af en toe poolshoogte nemen. Mijn wederhelft doet het uitstekend. De centimeters komen er vlotjes bij. Na vier uur weeën besluiten we om een epidurale te nemen. Een goede zet. Het neemt de pijn weg waardoor Emma (en ikzelf) even kunnen rusten.

“Emma weent zachtjes: ‘Ik ben bang, straks is het aan mij. Ik wil zó graag natuurlijk bevallen, alsjeblieft geen tweede keizersnede'”

Behalve het periodieke gepiep van de monitor en bloeddrukmeter is alles verrassend sereen op de kamer. Ik droom van Cala Goloritzé, een betoverend stukje Sardinië dat we als koppel ontdekten. De lentezon verwarmt m’n hele lichaam. Meeuwen krijsen hoog boven de rotsachtige bergen achter ons. Plots schiet ik wakker en besef dat het geschreeuw uit de verloskamer naast ons komt. Een vrouw geeft alles wat ze in zich heeft, ze giert haar kind de wereld in.
Emma hoorde het geluid ook en weent zachtjes. “Ik ben bang”, snikt ze. “Straks is het aan mij. Ik wil zó graag natuurlijk bevallen, alsjeblieft geen tweede keizersnede.” Ik fluister dat ik trots ben op haar, hoe het ook afloopt straks.

08.13u ’s morgens, 10 centimeter ontsluiting. Onze gynaecoloog wandelt met kordate tred de kamer binnen. Ze begint net aan haar shift. Na een kort onderzoek zegt ze: “Mevrouw, u gaat natuurlijk bevallen vandaag. Uw baby zit nu al veel dieper dan uw eerstgeborene ooit gezeten heeft, en we moeten nog beginnen persen.” Emma kijkt me verbaasd en licht euforisch aan. Misschien toch?

Het verloop van de vorige bevalling ontnam ons lange tijd de hoop op een ‘normale’ tweede keer. Die eerste keer dreef Emma tot het absolute uiterste, en nog verder. Aan het einde van een reeks beestachtige persweeën verloor ze het bewustzijn en ging de gynaecoloog noodgedwongen over tot een spoedkeizersnede.
Dat was lange tijd onze enige referentie. Vanuit die ervaring waren we eerder pessimistisch over de manier waarop nummer twee ter wereld zou komen.

“”U mag de navelstreng doorknippen, meneer’, zegt de gynaecoloog. Een seconde later komt Theo definitief los van de veilige cocon waar hij zich bijna negen maanden geborgen voelde”

Tot dat magische moment, om 09.06 uur in de ochtend, waarop het hoofdje van onze jongste plots op natuurlijke wijze naar buiten komt. “Blijven duwen mevrouw!”, gilt de gynaecoloog. “Ik zie hem, ik zie hem! Hij heeft zwarte haartjes”, huil ik. Met een laatste, welgemikte krachtinspanning duwt Emma de rest van onze zoon, van Theo, uit haar geteisterde bekken. Zijn luide schreeuw doet het laatste schijntje bloedmaan verdampen aan de ochtendhemel.

Even denk ik dat ik opnieuw zal wakker schrikken en Emma naast mij in ons grote bed vredig zal zien slapen. Maar dan zie ik mijn spartelende zoon en Emma innig verbonden bij hun eerste huid-op-huid contact. “U mag de navelstreng doorknippen, mijnheer”, zegt de gynaecoloog. Ik voel hoe de vezelachtige streng dapper weerwerk biedt aan de schaar. Een seconde later komt Theo definitief los van de veilige cocon waar hij zich bijna negen maanden geborgen voelde.

Welkom, jongen.

Meer columns van Thomas:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here