Het rouwt in jou: een eerlijk hulpboek bij het verlies van een kind

Door -
Christine Vandenhole, mama van Berre*, vroedvrouw en founder van het Berrefonds, heeft al haar ervaring en kennis gebundeld in een eerlijk hulpboek voor iedereen die van ver of dichtbij te maken krijgt met het verlies van een kind. Wij vroegen haar waarom dit nieuwe rouwboek nodig was en wat we erin kunnen lezen.

Eindelijk een eerlijk boek over het immense verdriet

Christine: “Ons Koesterhuis is een ongedwongen plek in Antwerpen waar elke rouwende welkom is. En daar krijgen we heel wat mensen over de vloer die op zoek zijn naar laagdrempelige antwoorden. Er zijn al heel veel boeken over rouw op de markt, supergoede boeken, maar je moet dan vaak wel hele lange teksten doorworstelen. En ze zijn allemaal geschreven in een hele deftige boekentaal. Ze zeggen bijvoorbeeld nooit dat het gewoon echt rot is, het meest ellendige dat er bestaat. En laat het nu net dàt zijn dat vaak zoveel deugd doet om te horen. Ik ben voor dit boek vooral op zoek gegaan naar dingen die ik de afgelopen 10 jaar hoorde en waarvan ik dacht: ‘oh my god, dat heb ik ook, maar ik durfde het eigenlijk niet hardop te zeggen’. Dingen als: ‘Is dit nog normaal? ‘Mijn omgeving zegt dat ik me moet herpakken, maar dat lukt me niet’ . Eigenlijk willen rouwende ouders gewoon heel eerlijk en to the point over hun verdriet praten. Die dingen én die tone of voice wilden we ook in dit boek brengen. ”

verlies

 

“Humor is vaak nodig om erdoor te geraken. En dan bedoel ik zeker niet lachen met jezelf of het thema, maar humor in de weegschaal leggen tegen het verdriet om terug te balanceren.”

Humor en verdriet

Christine: “’Het rouwt in jou’ is een echt eerlijk boek met een goede dosis zelfrelativering en humor. Want ook dat is vaak nodig om erdoor te geraken. En dan bedoel ik zeker niet lachen met jezelf of het thema, maar humor in de weegschaal leggen tegen het verdriet om terug te balanceren. Wat dat is iets dat werkt. En voor sommige mensen is het misschien te luchtig opgevat, dat kan. Al denk ik dat het wel helpt dat het boek geschreven werd door een lotgenoot. Want wij mogen dat zeggen. En dat geeft best wel een beetje een rare dynamiek, natuurlijk. Wij zijn een beetje een club waarin niet gelachen mag worden, maar waarin het soms verdomd deugd kan doen. Want lachen voelt vaak zo verkeerd. Het kan je zo’n schuldgevoel geven achteraf. Of je bent bang dat mensen dan zullen zeggen: ‘het gaat er toch goed mee, ze kan alweer lachen’. Lachen impliceert vaak een boodschap die je eigenlijk helemaal niet wilt brengen.

Weet je, je kunt heel gewichtig over ons verdriet doen. En dat is het ook. Maar aan de andere kant, het is niet omdat we voor een stuk gestorven zijn, dat het niet eens deugd kan doen om  te lachen met iets dat pijnlijk herkenbaar is. In dit boek gaat het heel erg over ‘in de dezelfde shit’ zitten.”

“We willen zoveel mogelijk over ons verdriet praten en zo samen een toekomst opbouwen waarin voldoende ruimte en begrip is voor verdriet, en vooral: waar er ‘gewoon’ over kan gepraat worden.”

Voldoende licht en ademruimte creëren

Christine: “Het is een ‘licht’ boek, zonder de heftigheid van het onderwerp uit de weg te gaan. Dat zit hem niet enkel in de inhoud, ook de vormgeving geeft ruimte. En je hoeft niet alles in één keer van voren naar achteren te lezen. Je slaat het boek open op een plek die je op dat moment iets zegt. En dat is ook de sfeer en strategie die we bij het Berrefonds hanteren. Hier, in ons Koesterhuis, is het ook heel licht en iedereen is welkom. We willen ademruimte creëren, zonder zwaar te worden. We houden bijvoorbeeld geen zware herdenkingsdiensten, maar we gaan samen lopen, naaien en we proberen de mensen en de maatschappij erbij te betrekken. In plaats van muren rond lotgenoten op te trekken en te zeggen ‘niemand begrijpt ons’, hoewel dat soms wel zo is, natuurlijk. Maar net daarom willen we er zoveel mogelijk over praten en zo samen een toekomst opbouwen. Een toekomst waarin voldoende ruimte en begrip is voor verdriet, en vooral, waar er ‘gewoon’ over kan gepraat worden.”

“Het boek is zeker niet enkel voor rouwende ouders. Het geeft ook de omgeving een inkijk in het verdriet en tips over wat je bijvoorbeeld beter niet zegt of doet en wat wel.”

Een boek dat heel wat dingen bespreekbaar maakt

Christine: “Dit boek is trouwens niet enkel voor rouwende ouders geschreven. Het is ook voor iedereen uit de dichte of verre omgeving van die ouders. Want ook zij kunnen veel aan dit boek hebben. Het geeft niet alleen een inkijk in het verdriet van de rouwende ouders, het boek geeft je ook tips over wat je bijvoorbeeld beter niet zegt of vraagt en wat wel. We hebben ook in dat opzicht naar de juiste manieren gezocht om het zo normaal mogelijk te brengen, zodat anderen ook echt zin hebben om het te lezen en zichzelf misschien in vraag stellen. Of rouwende ouders kunnen een vriendin of een grootouder een kleine passage laten lezen over iets wat zij misschien niet zo goed uitgelegd krijgen. En we horen van heel veel mensen dat het boek echt op die manier werkt. Het maakt heel wat dingen wat beter bespreekbaar. En daar doen we het voor.”

” zo vaak willen mensen in de omgeving wel iets zeggen of iets doen, maar ze weten niet wat of zijn zo bang om iets verkeerd te zeggen, dat ze dan maar helemaal niets doen.”

Christine:”Op de Boekenbeurs ontmoette ik bijvoorbeeld een man die ons boek kocht voor een collega van hem. Daar werd ik helemaal stil van. Hij wilde iets doen, maar wist niet goed wat. En dit boek kwam dan als geroepen. Want vaak is het net dat: mensen in de omgeving willen meestal wel iets zeggen, vragen of doen, maar ze weten niet wat of zijn zo bang om iets verkeerd te zeggen, dat ze dan maar helemaal niets doen of zeggen. Daar zijn we met z’n allen zo onhandig in.”

“De rouw om een kind is minder taboe dan vroeger, maar we gaan er wel nog altijd heel onhandig mee om, Met dat verdriet en onze rouwende medemens.”

Christine: “Ik merk ondertussen dat onze rouw minder taboe dan vroeger is. Sterrenkindjes worden al lang niet meer doodgezwegen en er bestaan verschillende organisaties, als de onze, die rouwende ouders ondersteunen. Maar we gaan er wel nog altijd heel onhandig mee om, met dat verdriet en onze rouwende medemens. Er wordt al over gesproken en nu  zijn we toe aan de volgende stap: hoe gaan we erover in dialoog met elkaar? Laat ons het thema vooral normaliseren en bespreekbaar maken. Durf tegen elkaar zeggen: ‘Wat je daarnet zei, dat heeft me pijn gedaan.’ En geef de ander de kans om te reageren: ‘Oh wat heb ik gezegd?’ Veel mensen zijn er zich natuurlijk gewoon niet van bewust, dat ze iets verkeerd zeggen of iets vergeten te zeggen. Daarom wil ik zo graag lotgenoten en niet-lotgenoten samenbrengen. Want als we er niet over praten dan blijven we maar zeggen: ‘ze verstaan ons niet’. Maar hoe kan dat veranderen als we het hen niet vertellen?”

Ellen las ‘Het rouwt in jou’ nadat haar vriendin haar kindje verloor. En dat raadt ze iedereen aan. Lees haar verhaal.

Meer lezen over rouw en verdriet?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here