Mijn verhaal: Leven met een huilbaby

huilbaby
©GettyImages
Je hebt een gezonde baby, dus je zou blij moeten zijn. Maar wat als je kleintje continu huilt? Mag je dan wel ongelukkig zijn? Het antwoord is ja, weet redactrice Lisa na een gesprek met vier mama's van huilbaby's.

Als alle baby’s slapen, behalve die van jou

Geen enkele nacht is zo donker als de nacht die je doorbrengt met je huilende baby in je armen. Geen enkele nacht duurt ook zo lang. Minuten lijken uren, uren lijken dagen, dagen lijken weken. Het kost me nog altijd moeite om terug te gaan naar die donkerste nachten uit mijn leven waar de moedeloosheid me volledig in z’n greep had. Nog maar een jaar geleden, eigenlijk. Maar het lijkt een leven.

Ik had niet eens een huilbaby. Ik had eerst een gewone baby die niet graag sliep en erna een baby met reflux die ‘s nachts veel huilde. Kort na elkaar, dat wel. Eén jaar ertussen, wat ervoor zorgde dat ik bij de geboorte van mijn tweede bijna een paniekreactie kreeg toen ik hem voor het eerst hoorde huilen. Het katapulteerde me zo terug naar mijn meest kwetsbare zelf. Naar de eindeloze tochten rond de keukentafel, de uren sussen in de zetel.
Maar mijn baby’s huilden vaker niet dan wel.

“Ik ben een hele dag bezig met troosten en sussen. Als ze eindelijk rustig is, krijg ik stress omdat ik wacht op het moment wanneer het opnieuw zal beginnen”

De baby van Jessica (33) huilt élk wakker moment. En dat zijn er veel. Haar dochter is nu amper zeven weken en ze probeert te moed erin te houden. Ze vertelt dat het al beter is. Dat ze kleine successen koestert. Hoe haar kleine Nell al eens tien minuten in de wipper kan zitten zonder huilen. Niet meer, nee. Als ik haar hoor praten over haar huilbaby, wil ik niets liever dan haar in mijn armen nemen en troosten. Niet de baby, maar de mama. Want die wordt al te vaak vergeten. Jessica: “Nell is mijn tweede kind, en mijn tweede huilbaby. Ik weet dus aan wat ik me kan verwachten. Al helpt dat niet echt. Mijn eerste dochter Jade stopte met dat vele huilen op drie en een halve maand. De gedachte dat ik nu nog maar in de helft zit, stelt me niet gerust. Nóg eens zoveel. Ik voer continu een mentale strijd om positief te blijven. Om vol te houden. In mijn keuken hangt een kalender en daar streep ik de dagen door. Omdat elke dag een dag is die niet meer terugkomt en me dichter bij die drie maanden brengt. Ik vind het heel jammer dat ik nu niet kan genieten van mijn baby, maar vooruitdenken is het enige wat mij nog een beetje gezond houdt.”

Volgens Kind en Gezin huilen pasgeboren baby’s tot anderhalf uur per dag en is er een huilpiek rond 6 weken. Dan kan je kind tot twee en een half uur per dag huilen. Jessica zou dolgelukkig zijn met die cijfers. “Als je geen huilbaby hebt gehad, weet je niet wat het is. Sommige mensen komen op bezoek en spreken dan over het huiluurtje van hun eigen kind, of proberen me gerust te stellen met de woorden dat elke baby huilt. Ik heb fysiek pijn aan mijn oren van het gekrijs van mijn dochter. Ontroostbaar, hysterisch en uitputtend krijsen: dat doet ze. Ik spreek over het soort huilen waar je als moeder alleen maar mee kunt huilen. Een huilbaby gaat voor mij ook samen met moeilijk en onrustig inslapen. Ik ben een hele dag bezig met troosten en sussen. Als ze eindelijk rustig is, krijg ik stress omdat ik wacht op het moment wanneer het opnieuw zal beginnen. Die complete onvoorspelbaarheid weegt.”

Samen met haar partner slaat Jessica zich erdoor. Dag per dag. Zonder hem en de hulp van haar moeder en schoonouders zou het hen niet lukken, zegt ze. “Mijn eerste dochter kon ik moeilijk loslaten. Ik was bezorgd om haar, maar nog bezorgder om de persoon die haar een paar uur zou opvangen. Zou die dat aanhoudende krijsen wel aankunnen? Ik ben de moeder, ik moet dat kunnen. Maar iemand anders? Nu weet ik dat het één avondje is voor anderen en dat ik dat gerust mag vragen. Dat doet deugd, al moet ik zeggen dat ik me na één nacht doorslapen nog meer moe voel dan ervoor.” Ondertussen is haar oudste dochter Jade een heerlijke kleuter van 3. Een vrolijk en pienter kind dat de zorgen van haar mama relativeert. “Als ik met een huilende Nell in mijn armen in de zetel zit, voel ik dezelfde twijfels en angst als bij Jade. “Komt dit wel goed?”, vraag ik me af. Maar Jade is het levende bewijs. Ze was geen gelukkige baby en heeft een dik jaar niet goed geslapen, maar vandaag is ze een heerlijk kind. We hebben nooit geweten waarom ze huilde, net zoals we het nu van haar zus niet weten. Reflux? Geen enkele medicatie bracht soelaas. Ik vind het een zwaar vooruitzicht om nog een jaar niet te kunnen slapen, maar ik wéét wel dat het ooit zal stoppen. Dat weten steunt me nu meer dan toen Jade een huilbaby was.”

Vele jaren later

De hel waar Jessica nu in zit, maakte Nicky (40) tien jaar geleden mee. Toen was er nog niet zoveel begrip als vandaag. “Jurre huilde zoveel dat ze me zelfs een dag langer in het ziekenhuis hebben gehouden. Volgens de eerste kinderarts had hij gewoon een moeilijk karakter. “Er zijn nu eenmaal baby’s die meer huilen dan andere”, was zijn verdict. Ook de tweede kinderarts stuurde me wandelen. “Er zijn mama’s die bij me komen omdat hun baby altijd slaapt, die vinden dát dan weer niet leuk.” Mijn buikgevoel zei dat dit niet kon kloppen. Een groot schuldgevoel begon te broeien. Waarom leken alle borelingen uit mijn omgeving alleen maar te slapen? Misschien deed ík iets mis? Op de duur twijfelde ik zo erg aan mezelf dat ik de – vaak goedbedoelde,maar daarom niet minder pijnlijke – commentaren van anderen begon voor waar te nemen. Misschien verwende ik hem inderdaad te veel door hem altijd op te pakken. Misschien leerde ik hem inderdaad verkeerde gewoontes aan en veroorzaakte ik de hele situatie zelf. Als moeder, en zeker als het je eerste kind is, ben je zo kwetsbaar dat je alles in twijfel begint te trekken.

Toen de derde kinderarts ontdekte dat hij verborgen reflux had, viel er een last van mijn schouders. Het was niet mijn schuld. Hij was geen lastig kind, maar een kind met pijn. Zijn hele slokdarm bleek al aangetast door het zuur en ik begon vol goede moed met allerlei behandelingen. Hoger slapen, een osteopaat inschakelen, medicatie: noem maar op. Helaas, het huilen bleef. Maar het was niet mijn schuld.” Twee dingen hebben Nicky er bovenop geholpen. Eén was een vakantie naar Frankrijk. “Op de duur associeerde ik ons appartement met gehuil. Zelfs als hij niet huilde, hoorde ik het nog. Ik schaamde me ook dood naar de buren toe. Wat zouden ze denken dat ik ons kind aandeed?

Onze zomervakantie naar Frankrijk was mijn redding. Ook al was dat heel vermoeiend, want onze baby bleef wel huilen, we waren in een andere omgeving. Toen we terugreden, had ik het gevoel dat we met een schone lei konden herbeginnen. Op 12 weken, zoals iedereen had voorspeld, is het verbeterd. Ik ga het nooit vergeten: het was mijn verjaardag en de eerste avond dat mijn man en ik tegelijk konden eten. Ervoor moesten we om beurten trappen lopen om Jurre te sussen.” Vanaf dan ging het beter met Jurre, maar Nicky moest ook aan zichzelf denken. Daarom is ze opnieuw beginnen te werken, wat haar tweede redding was. “Ik zou nog twee maanden langer ouderschapsverlof opnemen, maar heb mijn werkgever gesmeekt vroeger te mogen beginnen. Ook al was Jurre rustiger, ik moest mezelf terugvinden. Gelukkig kon de crèche ook vroeger starten, en dankzij mijn werk herleefde ik. Na Jurres moeilijke start zei ik tegen mijn man dat ik geen kinderen meer wilde. Intussen zijn we tien jaar en nog twee dochters verder. Onze oudste dochter had last van krampjes, maar niet te vergelijken met het gehuil van haar oudere broer. En onze jongste dochter was de kers op de taart: bij haar zat ik maanden op een fluoroze wolk. Pas dan voelde mijn bevallingsverlof ook echt aan als vakantie. Ze was een droom van een baby die bijna nooit huilde. Het lag wellicht ook aan mij, ik stond wat steviger in mijn schoenen wat het moederschap betreft. Dankzij mijn mooie ervaringen met hen is mijn verdriet om Jurre’s eerste maanden geheeld. Maar vergeten zal ik het nooit doen.”

In een zwak moment

Verhalen van moeders die een wanhoopsdaad hebben gepleegd zijn de meest gruwelijke berichten in de krant voor moeders van huilbaby’s. Omdat ze, hoe sterk ze ook zijn, er ook zelf dichtbij hebben gestaan. Dat toegeven is niet simpel, maar Mieke (35) komt er eerlijk voor uit hoe moeilijk zij het heeft gehad. “Ik ben de meest positieve vrouw die je zult vinden, maar toen onze dochter een week of zes was, heb ik heel donkere gedachten gehad. Ik was op. Mijn man en ik sliepen om beurten en Fleur krijste uren aan een stuk. De kinderarts had gezegd dat ze verborgen reflux had en ik me moest voorbereiden op 15 maanden huilen. Dat ik ‘op mijn tanden moest bijten’. Ik stond boven aan de trap en dacht: als ik mij nu naar beneden gooi, zijn we alle twee dood. Dan heeft zij geen pijn meer en ben ik van het huilen af.” Gelukkig heb ik ongelooflijk lieve ouders en een geweldige partner die me door dat moment hebben getrokken. Ze namen haar over en ik heb mogen praten. Over mijn onzekerheden, over de uitputting. Ik heb mijn verhaal veel gedaan. Aan hen, maar ook bij Kind en Gezin toen ik met onze dochter op controle ging. ‘Mevrouw, dat verhaal horen we niet veel’, zeiden ze. Ze bedankten me voor mijn eerlijkheid. Die erkenning, dat ik mocht zeggen hoe zwaar het was, was belangrijk voor mij. Ik heb anderhalf jaar alles afgezegd. Met een huilend kind naar een feestje gaan is voor niemand een pretje, dus bleef ik thuis. Toen ze vijftien maanden was, is ze gestopt met wenen, zoals de dokter voorspelde. Ik droomde van een groot gezin, maar dat is er niet meer gekomen. Mijn man en ik durfden het niet meer. Fleur is nu een geweldige, goedlachse en lieve meid. En ik ben de gelukkigste mama die er kan zijn. Ze heeft geen peuterpuberteit gehad en we trekken nu met ons zesjarig meisje de wereld rond. Ik ben nog altijd geen fan van baby’s. Als ik er eentje hoor huilen, komt mijn haar recht en als ik pasbevallen ouders bezoek, voel ik vooral medeleven. Nu moeten zij door die hel…”

Allesoverheersende liefde

Nordine (40) overleefde twee huilbaby’s op anderhalf jaar tijd. Vandaag zijn haar zonen flinke tieners. De ene is hooggevoelig, de andere hoogbegaafd en heeft een autismespectrumstoornis. Of dat de reden is dat ze zoveel huilden, wil ze niet gezegd hebben. Wel dat het nu heel goed gaat met hen. “Op onze eerste zoon hebben we vier jaar moeten wachten en toen hij een huilbaby bleek te zijn en zelfs ik, zijn moeder, hem niet getroost kreeg, dacht ik dat ik gewoon nooit moeder had mogen worden. Dat ik het niet kon. Tegen iedereen die nu een huilbaby heeft, zou ik willen zeggen dat je het wél goed doet. Jij bent voldoende, jij doet je best. En zorg voor jezelf: je verdient het, je hebt het nodig. Aan de mensen in de omgeving zou ik willen zeggen: zorg voor de mama. Ik had zoveel nood aan iemand die het even van me wilde overnemen. Maar als mama van een huilbaby durf je het zelf niet te vragen. Toen onze zoontjes naar school gingen, ben ik gecrasht. Gewoon omdat ik vergeten was voor mijzelf te zorgen. En de meest cliché woorden die ik gehoord heb, kloppen wel: ooit gaat het voorbij. Je komt hier door. Onze zonen waren heerlijke peuters, vrolijke kleuters en zijn geweldige tieners nu. Na die huilperiode is het alleen maar beter gegaan. Dus het betert. Hou vol.”

Tekst: Lisa Gabriëls

LEES OOK:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

 

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here