De andere oma is leuker!

oma
©GettyImages
Eén op de zes grootouders heeft het gevoel dat de andere opa en oma een beter contact hebben met de kleinkinderen.

Vroeger woonden beide grootouderparen in hetzelfde dorp. Ze kenden elkaar, soms nog voor de kinderen verliefd werden en de kleinkinderen er waren. Ook dat is nu anders. Vaak zien grootouders de andere grootouders pas vaker als die kleinkinderen er zijn en ze blijven toch vreemden voor elkaar. Ook dat heeft een invloed op het grootouderschap: vaak is er sprake van rivaliteit. Eén op de zes grootouders heeft het gevoel dat de andere opa en oma een beter contact hebben met de kleinkinderen.

Nog meer cijfers:

* 60% van de grootouders die rivaliteit ervaren, heeft daar daadwerkelijk last van.

* Oma’s (73%) hebben er meer last van dan opa’s (48%) als de andere grootouders een beter contact hebben met de kleinkinderen.

* 51% denkt dat dit ligt aan het feit dat de andere grootouders dichterbij wonen.

* Volgens 41% speelt het contact met de ouders hierbij een grote rol. Ze zien of horen elkaar meer, dus de band met de kleinkinderen is beter.

* Slechts 8% van de grootouders durft dit met zoon of dochter te bespreken.

(met dank aan ontwikkelingspsychologe Nelleke Rögels)

Tekst: Barbara Claeys

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here