Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Body & mind
Gender disappointment: “Alwéér een jongen”

Als toekomstige mama in deze tijd van gendergelijkwaardigheid besef je ongetwijfeld dat je in de eerste plaats een mensje krijgt, en niet enkel een meisje of jongen. Toch kan zwanger zijn van een derde zoontje of dochtertje op rij voor een kleine teleurstelling zorgen. Therapeute Vanessa Muyldermans ziet in haar praktijk veel cliënten die worstelen met een of meerdere aspecten van het prille ouderschap. We vroegen haar hoe je je eigen gender disappointment een plaatsje geeft.

Vanwaar komt gender disappointment?

“We zien verschillende scenario’s waarbij gender disappointment (rouwgevoelens omwille van het geslacht van je toekomstige baby’tje) de kop op steekt. Vrouwen met bijvoorbeeld al een of twee zoontjes dromen vaak van een meisje, compleet met jurkjes en poppenwagen. Als het resultaat van de NIPT-test in de bus valt met alweer, jawel, een jongetje valt die droom wel aan diggelen.

Omdat nu een derde jongetje of een derde meisje geboren wordt, besef je dat je verwachtingen moet laten varen. Je wordt geen jongensmama of er komt geen meisje wiens haren je kunt vlechten.

Het was dan in veel gevallen je laatste zwangerschap en ‘laatste kans’. Omdat nu een derde jongetje of een derde meisje geboren wordt, besef je dat je verwachtingen moet laten varen. Je wordt geen jongensmama of er komt geen meisje wiens haren je kunt vlechten.

Wil dat zeggen dat je je kind niet graag ziet? Je zou de dochters of zonen die er al zijn natuurlijk voor geen geld willen missen. Maar die rouwervaring om wat niet komt en de blijdschap om opnieuw een hopelijk kerngezond kind te krijgen, kunnen perfect naast elkaar bestaan. Dat begrijpen veel mensen nog steeds niet, waardoor op gender disappointment toch een taboe rust.”

Na een zwangerschapsverlies

“Daarnaast kan gender disappointment ook opspelen na een zwangerschapsverlies of overlijden van een heel jong kindje. Verloor je jouw dochtertje kort voor of na de bevalling? Dan hopen sommige koppels om daarna absoluut een jongetje te krijgen. Want ze zouden hun dochtertje nooit of te nimmer willen vergeten of vervangen. Daarom zoeken ze niet diezelfde band met de baby.

Het andere scenario bestaat ook: koppels die graag opnieuw een jongen willen nadat ze een zoontje verloren. Voor hen betekent dat een nieuwe, tweede kans om hetzelfde te kunnen doen en ervaren. Het gevoel achter die beide gedachten is eigenlijk hetzelfde: je wilt het kindje dat je verloor eren en helemaal niet vervangen of vergeten.”

Spreek je gevoelens uit

“Je kunt helaas niet altijd rekenen op het begrip dat je echt nodig hebt. Ouders in spe wordt dan verteld dat ze vooral blij moeten zijn om wat ze hebben, zeker als daar bijvoorbeeld een fertiliteitstraject aan voorafging. Belangrijk is om een plekje te zoeken waar je die rouwgevoelens wél veilig mag uitspreken. Ja, je bent blij met je derde dochter, maar daarnaast heeft een stukje in jou toch verdriet om de zoon die er nooit zal komen.

Ik bekijk al die gevoelens soms als een moestuintje met allerlei gewassen. De ene groente groeit wat sneller dan de andere, maar elke plant mag zijn plekje echt hebben, zolang geen enkele gaat woekeren. Elk gewas mag wat licht krijgen. Je mag dolgelukkig zijn met de kinderen die je hebt. Maar het verdriet om de zoon of dochter die je nooit zult hebben, mag ook zijn plekje in je tuintje hebben.”

Geef jezelf de tijd

“Staat er een termijn op dat verdriet? In tegenstelling tot wat veel mensen denken, vind ik dat helemaal niet. In een groepsgesprek vertelde een dame met enkele oudere zonen eens dat ze toch verdriet had om de dochter die er nooit gekomen is. Ze vond het zo moeilijk dat ze dat nooit had mógen voelen of uitspreken. In de groep pikte een andere vrouw daar meteen op in. ‘Ik mag dat in mijn omgeving precies ook niet zeggen.’

Als je een mama in de supermarkt ziet met twee dochtertjes, mag dat je nog altijd pakken en ontroeren, vind ik zelf. Maar opnieuw: dat gevoel mag niet gaan woekeren.

Als je een mama in de supermarkt ziet met twee dochtertjes, mag dat je nog altijd pakken en ontroeren, vind ik zelf. Maar opnieuw: dat gevoel mag niet gaan woekeren. Ik geef aan cliënten de raad om echt ruimte te maken voor dat gevoel. Dat kan door even gewoon in je zetel te zitten en het verdriet toe te laten. ‘Sit down with the feeling’, zeg ik dan.  

Met jonge kinderen in huis is ruimte maken voor jezelf, tout court, soms een hele opgave. Je kunt je dan bijvoorbeeld even afzonderen in een warm bad met dat rouwgevoel, zodat je daarna weer verder kunt. Een dame die graag wandelt met de hond, vertelde me ooit dat ze één specifieke route had voor dat gevoel van gender disappointment. Wanneer ze er nood aan had haar verdriet toe te laten, wandelde ze die route en liet ze haar tranen stromen. Had ze die noodzaak niet, dan deed ze alle andere mogelijke routes, maar nooit die ene. Dat vind ik zelf een heel mooie oplossing.”

Laat je verdriet toe

“Waarom het zo belangrijk is alle verschillende gevoelens toe te laten? Verdriet zoekt altijd zijn weg. Het wegduwen maakt enkel dat het zich opstapelt en een andere manier zoekt: depressieve gevoelens, slecht slapen, chronische rug- en hoofdpijn, migraine, een ‘kort lontje’ hebben op het werk of bij je partner.

Verdriet zoekt altijd zijn weg. Het wegduwen maakt enkel dat het zich opstapelt en een andere manier zoekt: depressieve gevoelens, slecht slapen, chronische rug- en hoofdpijn, migraine…

Dat verdriet vreet simpelweg energie. Zoek dus iemand bij wie je je veilig voelt om dat verdriet uit te spreken. Dat kan een therapeut zijn, vrienden en familie of je partner. Het kan heel actief door samen een koffie te drinken, maar ook passief, gewoon wanneer je ’s avonds naast je partner in de zetel neerploft. Je kunt op zo’n moment een specifieke kaars aansteken. Je hoeft er dan niet meer over te zeggen, niet meer mee te doen om je omgeving te laten weten dat je momenteel wat verdrietig bent.

Die rouwgevoelens moeten helemaal niet volledig verdwijnen. Ook als je kind al een flinke kleuter is, mag je nog steeds dat gender disappointment af en toe een plaatsje geven. Zolang het niet gaat woekeren en je daarna, wanneer je de stop uit je bad trekt, het gevoel ook weer ziet weglopen.”

Ook interessant

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content