Maud Vanhauwaert en vriendin over de weg naar hun dochter: “We wilden een donor die op afstand betrokken kon zijn”

Door -
Maud Vanhauwaert dochter holebi-ouders
Foto: Jimmy Kets.
Kiezen voor een kind: voor de meeste koppels is het een logische stap in het rijtje. Niet zo voor twee mensen van hetzelfde geslacht. Dichteres Maud Vanhauwaert en haar Joods-Georgische vriendin lieten hun kinderwens in vervulling gaan met behulp van een bekende spermadonor. "We willen niet dat onze dochter zich later tot in den treure moet afvragen van wie ze afstamt. Er zijn zoveel mooiere vragen in het leven”, klinkt het bij beiden. Dit is het verhaal van hun (bijna) negen maanden oude dochtertje.

Maud Vanhauwaert: “Wij wisten eigenlijk allebei vrij snel en intuïtief dat we ergens wel een kinderwens hadden. Dat we die niet via een anonieme donor van de spermabank in vervulling wilden laten gaan, was ook vrij snel duidelijk. We wilden een donor die dicht bij ons stond en die uiteindelijk ook in het leven van ons kind een rol zou kunnen en willen spelen. Dat zonder een oordeel naar ouders die een andere keuze maken, maar wij zouden het bijzonder jammer vinden als ons kind op een bepaalde leeftijd plots geconfronteerd wordt met een leegte op een van de grootste en meest essentiële vraagstukken uit het leven: wie ben ik en waar kom ik vandaan?”

Die keuze vertrekt bij beide vrouwen vooral vanuit persoonlijke ervaring met hun eigen ouders. Limore: “We hebben beide nogal een sterke en mooie band met onze vaders en merken – nu we wat ouder zijn – hoe leerrijk en troostend het kan zijn om te weten van welk DNA je gemaakt bent. Je genetische afsprong verklaart deels wie je bent: het is een spiegel waarin je jezelf kunt zien en die wilden we ons kind zeker niet ontnemen. Maar anderzijds geloven wij dat een kind niet per se een vader nodig heeft. Wij wilden twee mama’s zijn, en ja, wij zochten iemand die een kindje ‘mogelijk’ kon maken en die op afstand betrokken kon zijn, in de rol van peter.”

Gezocht: donor voor ons kind

En dus gingen Maud en haar vriendin op zoek naar een donor voor hun kind. Die vonden ze in een oude studievriend van hen beiden. “Hij is samen met een man en had in een ver verleden al wel eens grappend laten vallen dat als we ‘later groot waren en een kinderwens hadden’ hij het niet erg zou vinden om daarbij te helpen. Hoewel je natuurlijk niet weet of het wanneer puntje bij paaltje komt, dat ook een effectief ‘aanbod’ is, is dat zinnetje blijkbaar toch altijd een beetje blijven hangen. Toen we hem dan uiteindelijk de vraag wilden stellen hebben we hem – ‘erg officieel’ – een lange handgeschreven brief gestuurd.

“JE EIGEN SOMS CONFRONTERENDE EIGENSCHAPPEN ZIEN TERUGKOMEN IN JE OUDERS, HEEFT VOOR MIJ VAAK EEN TROOSTENDE WERKING GEHAD”

Hij was op dat moment 15 jaar samen met zijn vriend en we wisten natuurlijk ook niet hoe die op de vraag zou reageren. In de weken en maanden die daarop volgden hebben we met z’n vieren verschillende lange en diepe gesprekken gehad over het ‘waarom van een kinderwens’: wat voor ons de ‘functie’ van een kind was, hoe ieders rol er zou uitzien. Uiteindelijk besloten we er allemaal samen voor te gaan.”

Toch duurde het voor Maud en haar vriendin nog zo’n kleine 5 jaar vooraleer ze hun kindje ook effectief in de armen zouden houden: een weg die opmerkelijk veel langer duurt dan het traject dat een ander koppel aflegt. Hoe dat komt? “Bij het concreet maken van onze kinderplannen stootten we als ‘onconventioneel gezin’ toch onmiddellijk op een aantal onvoorziene problemen. We moesten aan den lijve ondervinden dat er in België wat deze ‘nieuwe vormen van ouderschap’ betreft, nog een heel aantal dingen niet op punt staan. Zo is bijvoorbeeld het erfrecht in ons land op dit vlak absoluut niet goed geregeld: het is niet duidelijk welke rechten je als – al dan niet biologische – ouder of als ‘kind van’ hebt en het is zelfs heel moeilijk om daar informatie rond te krijgen.”

Discriminatie en ziekenhuizen

Ook wat de rechten van de vader betreft, zijn er duidelijk hiaten: “Zo zou de donor in ons geval het kind gedurende het volledige eerste levensjaar nog kunnen opeisen als zijn kind. Een goede verstandhouding hebben met je ‘donor’ is dus écht van levensbelang. En dan nog: volledig ingedekt ben je als holebi-ouders eigenlijk nooit.”

“In belgië staan er nog een heel aantal dingen rond zulke ‘nieuwe vormen van ouderschap’ als die van ons, niet op punt”

Ook wat de ivf-procedure zelf betreft, zijn er veel onduidelijkheden: “Toen we er effectief aan wilden beginnen en een ziekenhuis zochten waarin de ivf-procedure van start zou kunnen gaan, werden we een tijdlang van het kastje naar de muur gestuurd. Elk ziekenhuis houdt er op dat vlak blijkbaar een andere werking en wetgeving op na. Er is niet één richtlijn die alle ziekenhuizen moeten volgen, waardoor de ziekenhuizen het elk voor zich een beetje mogen bepalen. Op zich is dat niet erg, maar dat maakt het wel erg moeilijk én omslachtig om er op voorhand al de juiste informatie over te vinden.”

Limore: “Zo kwamen we zelf bijvoorbeeld aanvankelijk in UZ Gent terecht, maar daar geldt dat je na een eerste afname van eitjes en de bevruchting daarvan, eerst al die embryo’s op moet gebruiken alvorens er van eiceldonor gewisseld kan worden. Dat maakt dat je er als lesbisch koppel niet zo makkelijk voor kan kiezen om eerst de ene mama ‘biologische moeder’ te laten zijn en dan die kans door te schuiven naar je partner.”

“Klaar voor het ouderschap?”

Ook het screeningstraject waar een koppel dat kiest voor ivf door moet, beleefden de twee niet erg positief: “Het was héél vermoeiend: keer op keer moesten we komen opdraven om opnieuw onderworpen te worden aan dezelfde weinig interessante en soms echt overbodige vragen. Voortdurend moesten we onszelf verantwoorden omdat we een kind wilden en moesten we aantonen dat we ‘goed voorbereid waren op het ouderschap’, maar ouderschap kun je nu eenmaal niet ‘onder de knie hebben’ voor je kind er is. Ik vroeg me dan ook vaak af: zijn dit wel vragen die jullie ook aan een heterokoppel zou stellen?”

“De screenings tijdens de ivf-procedure voelden voor ons vrij discriminerend aan: ik vroeg me voortdurend af of heterokoppels wel dezelfde vragen voorgeschoteld kregen”

Limore: “Elke dag worden er bij heterokoppels kinderen geboren waarover misschien veel minder diep is nagedacht, gewoon omdat dat dat kan. Een ivf-proces daarentegen is heus niet simpel, dus geloof me vrij: elk koppel dat de moeite doet om heel die procedure te doorworstelen, heeft echt sowieso wel een grote en oprechte kinderwens en een gegronde motivatie.”

Maud: “Maar we hebben de moed nooit opgegeven, want we hielden ons vast aan onze droom. Ook de vriend van onze donor is nu trouwens peter. Ons dochtertje wordt dus gedragen door twee mama’s, twee peters, een meter, vier grootouders en nog zoveel andere mensen die haar graag zien.”

Dansen rond een ‘bolletje chaos’

Waarom het moederschap hen zo aantrok én wat het – met het kind in de schoot – nú voor hen betekent om ‘mama’ te zijn? Maud: “Het was voor mij niet zo dat ik per se een kind ‘nodig had’ om een bepaald gevoel van vervulling te krijgen in mijn leven. Er was geen ‘leegte’ die ik wilde opvullen met een kind: ik was vooral heel nieuwsgierig. Ik en mijn vriendin zijn al elf jaar liefdevol samen, en het voelde alsof we samen een rijke ondergrond hadden gevoed om samen iets moois op te laten groeien.

Ik wilde ook wel eens weten hoe het voor ons zou zijn om zo’n klein bolletje chaos toe te laten in ons leven, om er met z’n tweeën rond te dansen en zien wat dat met ons zou doen. Hoe we het onvoorspelbaar bolletje chaos uiteindelijk met z’n tweeën zouden kunnen laten uitgroeien tot een warm mens.”

Daar lijkt ook Limore het gedeeltelijk mee eens: “Bij mij was het verlangen naar een kind en naar ‘mama zijn’ heel instinctief. Ik hou ervan om voor iemand te zorgen. Al heel vroeg in mijn leven had ik een soort verlangen naar een warm nest, een gezinnetje in mijn leven, dat ik liefdevol kon dragen.”

Over dichter én mama zijn

Nét in dat stuk lijken de twee mama’s dan ook lichtjes van elkaar te verschillen. Maud: “Voor Limore leek het moederschap onmiddellijk iets wat haar natuurlijk afging: het past ook zo mooi in haar zachte en zorgende karakter om voor zo’n kwetsbaar en hulpeloos hoopje dat een baby de eerste maanden is, te zorgen. Ik had daar in het begin iets meer moeite mee. Je moet niet vergeten: in die allereerste maanden is een baby eigenlijk weinig meer dan een wezentje dat schreeuwt om zorg, in een taal die je nog moet leren kennen, en dat van meet af aan je volledige aandacht naar zich toe zuigt.”

“Voor mij voelde een kind niet per se als iets wat ik ‘nodig had’: ik was vooral erg nieuwsgierig: wat zou zo’n klein bolletje chaos met ons doen?”

Vooral in combinatie met haar werk heeft de schrijfster-dichteres het onvoorspelbare opsplitsen van die aandacht moeten leren plaatsen: “Als schrijver en dichter is mijn werk voor mij nooit een last geweest, integendeel: het is iets wat ik moet doen, iets wat ik nodig heb om me compleet en mezelf te voelen. Door iets creatiefs te maken breng ik niet alleen iets van mezelf naar buiten, maar bouw ik voor een stuk ook mee aan m’n eigen identiteit.

Ontneem me de tijd en de mogelijkheid om in te gaan op het jeukende verlangen om rustig te schrijven en ik voel me uit m’n eigen centrum geduwd. Daar plots toch een hele knauw aan moeten inboeten, op de meest onvoorspelbare momenten, omdat daar plots een klein mensje alle aandacht vraagt, was voor mij ontwrichtender dan ik had verwacht. Mijn hoofd zat al zo vol, hoe moest ik dit er nog bij krijgen?”

De man, de vrouw en het kind

“Door me (zoals dat in veel Scandinavische landen wel het geval is) tien maanden ouderschapsverlof cadeau te doen, zou je mij dan ook duidelijk geen plezier doen”, zegt Maud al lachend. “Bij Limore ligt dat anders: het zit veel meer in haar karakter om alles aan de kant te schuiven voor een ander, om te zorgen vóór en om ook daar haar passie en voldoening uit te halen. Ook al is ook zij heel ambitieus in haar werk. Maar zij kan kan haar werk en haar privé makkelijker scheiden. In mijn hoofd loopt alles door elkaar.

Soms vraagt men ons wie bij ons thuis de broek draagt. Letterlijk? Wij allebei. Maar het is absurd om te vragen wie het meest mannelijk is. Ik kan me ergens wel voorstellen dat we in de opvoeding van onze dochter waarschijnlijk twee duidelijk verschillende rollen zullen opnemen: ik ga degene zijn die met haar aan het schilderen slaat, die een vloer vol wit blad legt om haar daar eens goed te laten smossen en Limore zal degene zijn die het achteraf allemaal komt opruimen. Eigenlijk is zij de man én de vrouw en wij het kind.” (lacht)

Twee mama’s, één navelstreng

Of ze de zwangerschap en het ‘mama worden’ anders hebben beleefd omwille van dat ene nu eenmaal onvermijdelijke verschil: die biologische band? Maud: “Oorspronkelijk was het de bedoeling dat ik eerst zwanger zou worden, maar omdat ik net voor twee jaar het Stadsdichterschap gekregen had, was dat vrijwel onmogelijk. Er zal natuurlijk een verschil zijn – al is het alleen al op puur fysiek vlak in de eerste hectische maanden na de geboorte: de adrenaline en de hormonen die ervoor zorgden dat Limore ‘s nachts bijna als vanzelf kon opstaan om pampers te verversen en voeding te geven, die ontbraken bij mij volledig. Voor mij waren die eerste maanden en vooral nachten dan ook één wazige roes van mistflarden en moeheid.

Maar voor de rest heb ik – denk ik – alles wel even intens beleefd: zo was er tijdens de zwangerschap bijvoorbeeld een moment waarop we dachten dat we een miskraam hadden. Die slag kwam bij zowel fysiek als mentaal even hard binnen als bij Limore. Het verdriet voelde even rauw en hard.”

“Ik VOND HET MOEDERSCHAP BEST ZOEKEN: PLOTS IS DAAR EEN WEZENTJE DAT SCHREEUWT OM ZORG IN EEN TAAL DIE JE NOG MOET LEREN KENNEN”

Het eerste moeilijke moment op vlak van ‘niet-biologisch ouderschap’ kwam er voor Maud eigenlijk pas toen het jonge gezin een paar dagen na de bevalling het ziekenhuis mocht verlaten: “Omdat ons eigen huis toen nog in volle renovatie was, moesten we ‘als twee maria’s’ op zoek naar een plek waar we even konden blijven. De eerste weken brachten we door bij de ouders van mijn vriendin. Dat zijn erg warme mensen die op zich een goede band hebben met hun dochter, maar die door hun Joodse religieuze en Georgisch culturele achtergrond tot op het punt van onze zwangerschap wel altijd een probleem hebben gehad met onze relatie: ‘Twee vrouwen, die kunnen toch niet gelukkig zijn samen?’

Vooroordelen en ‘mama mogen zijn’

Ook al voelde ik, nu er een kindje was, in alles dat ze deden heel sterk de wil om onze situatie te aanvaarden, toch bleef er impliciet een afstand. Ik denk dat elke moeder wat moet wennen aan haar nieuwe rol, maar omdat ik geen biologische band met ons kindje heb, voelde ik me in het begin extra onzeker. Het voelde alsof ik mij nog moest bewijzen. Alsof ik nog geen moeder was, maar het nog moest worden. Net op dat kwetsbare eerste moment terechtkomen in een omgeving die je toch niet helemaal als ‘moeder’ bekijkt, was vrij verwarrend. In plaats van me hardnekkig te bewijzen, heb ik dan de neiging mij een beetje terug te trekken en wat in stilte te mokken.

Anderzijds: op momenten dat we omringd zijn door mensen die onze situatie als helemaal normaal zien, voel ik mij op en top moeder, en valt alles in de plooi. Dan voelt ons gezinnetje aan als een stulpje van puur eenvoudig geluk. Ik heb het geluk om over mijn gevoelens, ook over mijn twijfels, heel goed te kunnen praten met Limore en met vrienden. Ik geloof heel sterk in de kracht van taal. Op het moment dat je je twijfels aan de taal kunt geven, word je er zelf al grotendeels van verlost.”

Ouderschap: to lead by example

Wat ze hun dochter graag zelf zouden meegeven in dit leven? Maud: “Ik denk vooral dat ouders hun kind niet te veel moeten willen vormen naar hun eigen beeld en verwachting: een kind is een compleet nieuwe persoon die vooral van zichzelf is. Je kunt als ouder wel opportuniteiten en mogelijkheden aanreiken, maar je kind mag het zelf doen. Als ouder mag je al getuige zijn van een unieke groeiproces en dat is al heel wat.”

Het beste dat ze als moeder volgens hun dan ook voor hun dochter kunnen doen is er zijn, het een liefdevol en warm nest bieden waar er aandacht is voor haar en waarbij beide ouders vooral ook niet vergeten om zichzelf te zijn en blijven. Maud: “Als ik mijn manier van ‘ouderschap’ dan toch in woorden zou moeten vatten, dan zou ik to lead by example zeggen: liever dan ons dochtertje zeggen hoe het precies allemaal moet of wat ze moet doen, laat ik haar de weg naar een mogelijk waardevol leven zien door zelf het goede voorbeeld te geven.

“Ik denk dat ouders hun kinderen vooral niet te veel moeten willen vormen naar een bepaald beeld: je kunt opportuniteiten aanreiken, maar je kind is vrij om te kiezen”

Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik altijd per se de ouder zal zijn die eindeloos lang mee zal kleuren en kleien en schommelen, maar dat ik haar evenveel kan bijbrengen door haar dag in dag uit te laten zien hoeveel deugd mensen ervan hebben om hun passie te volgen en die te leven in hun werk. Door haar te tonen hoeveel ik heb aan poëzie en taal, kan ik haar hopelijk stimuleren om ook op zoek te gaan naar zo’n drijvende kracht in haar leven en de durf om op dat buikgevoel af te gaan. En stiekem kijk ik ook wel uit naar het samen kleuren en kleien en schommelen!”

Nieuwe ogen en schoonheid zien

Op dat vlak zien beide ouders de ‘goede invloed’ van hun eigen ouders ook weer terugkomen. Maud: “Zo heeft mijn vader het ook altijd gedaan voor mij: hij was voortdurend bezig met literatuur en heeft me zo de poëzie met de papa-lepel bijgebracht.”

Die openheid voor het schone en het ruimdenkende lijkt dan ook zowat de essentie te zijn van wat het tweetal wél graag aan hun kind zou doorgeven: “Als ik dan toch één ding voor haar mag hopen, dan is het dat ze een gevoel voor schoonheid ontwikkelt. Dat ze leert om zichzelf kwetsbaar op te stellen, open te staan voor die kwetsbaarheid in anderen en oog leert hebben voor de ultieme schoonheid die daarin verborgen ligt. Mensen zijn niet gemaakt om als botte bijlen door het leven te gaan. Bij alle mensen die ik zelf in mijn leven ontmoet, vind ik die openheid voor wat tegelijk droef én schoon is, de mooiste eigenschap die er bestaat.”

Meer lezen over mama zijn, papa zijn en opvoeding:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here