Mijn verhaal: Stephanie kreeg na haar bevalling paniekaanvallen en een postnatale depressie

Door -
Stephanie droomde er altijd van om jong mama te worden. Met de komst van Lilly (4) en Amelie (2) werd die droom werkelijkheid. Alleen liepen de eerste maanden anders dan verwacht. Bij Lilly waren er angsten, maar het bleef onder controle. Nadat tweede dochtertje Amelie er kwam, liep het mis. "Onder andere door corona kreeg ik last van paniekaanvallen. Ik voelde me zo angstig dat ik er een postnatale depressie aan overhield."

Stephanie: “Mama worden was altijd al mijn grootste droom, en liefst voor mijn 25ste. Dat is gelukt. Hoewel ik na Lilly op een roze wolk zat, voelde ik ook een dipje: vooral het loslaten van controle beviel mij moeilijker dan verwacht. Het was allemaal zo eng, opeens was ik verantwoordelijk voor een klein wezentje dat volledig afhankelijk van me was. In de eerste plaats had ik vooral schrik dat er mij iets zou overkomen. Ik kon haar toch niet achterlaten, ze kon nog niks.

Carlo, mijn man, en onze omgeving steunden mij en ik raakte er terug door. Na de geboorte van Amelie was dat anders. Normaal gezien zijn er weinig dreigende gevaren. Maar Amelie kwam er op 15 april 2020, de eerste lockdown was net een maand ver en voor mij voelde corona en de pandemie als een grote dreigende factor. Rationeel gezien wist ik wel dat ik als 28-jarige gezonde vrouw weinig kans had om zwaar ziek te worden van een besmetting. Toch kreeg ik kreeg mijn angst niet onder controle. Ik moest maar eens net die ene uitzondering zijn: die 28-jarige die wel stierf aan corona. Dan zouden mijn kinderen alleen achterblijven. Die gedachte verlamde me.

“Naast die roze wolk voelde ik ook veel angst. Opeens was ik verantwoordelijk voor een klein wezentje dat volledig afhankelijk van me was”

Bovendien kwam daar nog eens bij dat de komst van een tweede kindje veel pittiger was: we hadden natuurlijk al een dochter die onze zorg nodig had. Bij Lilly kregen we veel hulp van onder andere grootouders, en er kwam heel wat bezoek langs. Maar door die pandemie was er veel minder steun van buitenaf. De raambezoekjes waren leuk: het was fijn om een lachend gezicht te zien. Maar er was veel minder externe hulp bij de opvoeding en de was en de plas.

Ik durfde Amelie niet naar de crèche te sturen. Stiekem was ik bij dat die een tijd gesloten bleef, zo hoefde ik zelf geen knopen door te hakken, maar werd de keuze voor mij gemaakt. Ik moest er niet aan denken dat er zoveel verschillende kindjes uit verschillende bubbels met elkaar in contact zouden komen.”

“Mijn man Carlo probeerde me gerust te stellen, hij gaf me nooit gevoel dat ik overdreef”

Paniekaanvallen en hyperventilatie

“Door mijn angst kreeg ik paniekaanvallen en hyperventilatie. Mijn lijf simuleerde dan een hartaanval. De aanvallen waren onbeschrijfelijk eng: ik sloeg volledig tilt, mijn hart ging tekeer en ik kreeg pijn aan mijn linkerarm. Op zo’n momenten dacht ik echt dat ik ging sterven. Op andere momenten kreeg ik maag- en darmklachten, had ik ongelofelijk veel rugpijn of was ik duizelig. Er waren veel verschillende fysieke klachten.

Die hyperventilatie komt natuurlijk nooit op een goed moment. Vaak was het ‘s nachts: het moment dat ik rustig ging liggen, sloeg het toe. Carlo probeerde me gerust te stellen, hij gaf me nooit gevoel dat ik overdreef. Meer zelfs: hij gaf me de erkenning die ik nodig had. ‘Dat moet vreselijk eng zijn’, zei hij dan. Het deed deugd dat hij het niet bagatelliseerde.

Ik had schrik van alles en wilde niet meer buitenkomen. Als we een wandeling maakten en toevallig iemand tegenkwamen, sloeg de schrik mij om het hart als die te dichtbij wilde komen om een praatje te slaan. De angst voor besmetting was te groot. Ik sloot mijzelf meer en meer op. Uiteindelijk belandde ik in een depressie.”

“Een mentaal moeilijke periode is niet zichtbaar en daardoor is er minder begrip”

Pijnlijke reacties

“Ik was meteen open tegen iedereen over mijn angsten en mijn verdriet. De helft van mijn omgeving reageerde verrassend goed. Maar er waren ook negatieve opmerkingen. Mensen begrepen niet altijd wat een postnatale depressie betekende of hoe die angstaanvallen voelden. Bovendien kreeg ik een uitkering omdat ik langer thuis moest blijven. Gelukkig maar. Maar niet iedereen had daar begrip voor. Opmerkingen als ‘fijn dat je van wat extra verlof kunt profiteren’ of ‘ga je nu nog ziekenverlof bijvragen?’ hakten er zwaar in. Ik werd door sommigen als profiteur aanzien. Heel jammer. Als ik mijn been zou gebroken hebben, had iedereen dat oké gevonden. Maar een mentaal moeilijke periode is niet zichtbaar. Door mijn postnatale depressie kon ik ook niet werken; mijn werkgever zou niets aan mij hebben gehad.

Tips als ‘probeer jezelf te herpakken’ of ‘ga wandelen’ waren aardig bedoeld, maar kwamen niet goed over. Ik wilde niets liever dan mezelf herpakken en gewoon zorgeloos zijn, die depressie geen bewuste keuze.”

Hulp van de psycholoog

“Gelukkig kon ik terecht bij de psycholoog. Die leerde me dat er geen simpel trucje was om van mijn angsten af te raken, maar dat ik ze moest leren aanvaarden en een plekje geven. Ze vertelde me dat het oké is om bang te zijn, maar ook dat het niet hoeft te verlammen. En ze liet me inzien dat een angstige mama niet leuk is voor de kinderen.

Gelukkig heb ik altijd voor mijn kinderen kunnen zorgen en was ik dol op ze. Mensen denken weleens dat mama’s bij een postnatale depressie hun kinderen niet kunnen verzorgen of ze zelfs niet in hun buurt kunnen verdragen, maar dat is zeker niet altijd het geval. Ik wilde ze net liefst de hele tijd bij me in de buurt hebben.

Net omdat ik zo gefocust was op de kinderen, was al de rest te zwaar, ik kreeg het niet meer getrokken. Ongeveer tien maanden na mijn diagnose raakte ik gefrustreerd: ik ging naar de psycholoog, volgde tips, kreeg ongelofelijk veel steun van Carlo, maar ik voelde mij nog steeds niet goed. Wat kon ik nog meer doen? Ik voelde dat ik niet terug kon naar mijn vroegere job, ik zou er ongetwijfeld te veel paniekaanvallen krijgen. Maar ik wilde niets liever dan terug aan de slag kunnen. Dat gevoel van willen maar niet kunnen, is vreselijk.

Iets meer dan een jaar na de geboorte van Amelie vond ik een job die echt bij me past. Ik ging aan de slag als sales marketeer bij een tof bedrijf met een jonge bazin. Ik was op dat moment niet volledig genezen, maar ik heb open kaart gespeeld tegenover haar, en ze gaf me een kans. De job heeft mij zeker geholpen bij mijn herstelproces: ik vond op carrièrevlak eindelijk een plekje waar ik me echt goed voelde.

En er was Carlo natuurlijk, altijd heel geduldig. Hij bood steeds een hand aan om te helpen, maar zat niet te trekken, hij liet me op mijn eigen tempo terug recht krabbelen.”

“Ik kon gelukkig voor mijn kinderen zorgen. Meer zelfs: ik wilde liefst van alles dat ze de hele tijd bij me in de buurt waren”

Deeltje van mijn leven

“Ondertussen gaat het goed met mij, ik heb al veel grote stappen gezet. Toch blijft het soms nog vechten. Als ik veel stress heb, gaat mijn lichaam terug in een kramp. Ik heb ook nog niet het gevoel dat alles volledig terug in zijn plooi is. Angst zal altijd een deeltje van mijn leven blijven. Alles draaide zo rond de kinderen, dat er veel is blijven liggen. Die achterstand wegwerken is moeilijk. Als ik de berg aan taken in het huishouden zie, zakt de moed me weleens in de schoenen. Wanneer ik ‘s avonds thuiskom van het werk, heb ik geen energie meer om bergen werk te verzetten. We krijgen veel steun van ouders en schoonouders. En ik doe mijn best om te leren loslaten. Toch voel ik blinde paniek als we mensen over de vloer krijgen, de perfectionist in mij wil dat het huis prima in orde is.

“Carlo bood steeds een hand aan om te helpen, maar zat niet te trekken, hij liet me op mijn eigen tempo terug recht krabbelen”

Weg met het taboe

“Ik ben altijd heel open en eerlijk over mijn depressie. Ik weiger om het weg te steken. Er moet net over gebabbeld worden. Toen ik zelf besloot mijn verhaal te vertellen, kwamen er heel wat reacties van mensen die gelijkaardige dingen hadden meegemaakt. En er zijn tegenwoordig zoveel mensen met burn-outs, depressies of andere mentale klachten. Waarom zouden we elkaar niet helpen?

Daarnaast ga ik nog steeds naar een psycholoog, ik wil dat graag blijven doen. Ik raad het iedereen aan, zeker als je snel piekert. Veel mensen denken dat je enkel naar een psycholoog moet als je het niet aankunt, maar het is net goed om te gaan op goede momenten, die objectieve persoon zorgt voor structuur in je hoofd waar er anders chaos is.

MEER VERHALEN VAN MAMA’S:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!