SOS rolpatronen: waarom vrouwen nog steeds meer ‘zorgen’ en mannen meer ‘werken’

Door -
waarom vrouwen meer zorgen en mannen meer werken
Beeld: GraphicaArtis/Getty Images.
De vrouw met de kinderen aan de haard en manlief die uit werken gaat: een archaïsch en achterhaald beeld, denk je? Grotendeels gelukkig wel, maar toch 'zorgen' vrouwen en 'werken' mannen ook in een modern gezin anno 2020 nog altijd meer. Hoe dat komt en kunnen we dat veranderen? Alle factoren even op een rij.

Onevenwicht in de taakverdeling

De tijd dat vrouwen – eens er in het gezin kinderen waren – hun dagen vooral mochten slijten aan de haard of achter de buggy, terwijl hun partner vooral uit werken ging, ligt gelukkig lang achter ons. Toch blijkt er ook binnen het moderne gezin nog steeds een onevenwicht in de taakverdeling te bestaan.

Katrien De Graeve, hoofddocent aan het Departement voor Cultuur en Gender aan de UGent: “In tegenstelling tot wat we misschien zouden verwachten, zijn er genoeg studies die uitwijzen dat vrouwen nog altijd het merendeel van het huishoudelijk werk doen, en zeker van zodra er kinderen in het spel zijn.

Bovendien blijkt ook de verdeling van het ‘soort werk’ dat mannen en vrouwen respectievelijk op zich nemen vaak gender-gebonden: “Terwijl mannen vooral kiezen voor taken die ze flexibel kunnen plannen – bijvoorbeeld na het werk of in het weekend – zoals tuinieren of de auto wassen, voeren vrouwen vooral de routineuze taken uit die op geregelde tijdstippen moeten gebeuren”, legt Ilse De Vooght van Femma uit. “Denk bijvoorbeeld: de afwas of de strijk doen. Bovendien doen vrouwen deze taken in 80 procent van de gevallen uit noodzaak, terwijl mannen hun klusjes in 60 procent van de gevallen dan weer uitvoeren voor het plezier.”

“Terwijl vrouwen vooral het ‘management’ van het huishouden voor hun rekening nemen, zien mannen zichzelf vaker louter als ‘helpers’.”

‘Huishoudmanagers’ vs. ‘helpers’

Daarnaast is de rol die beide geslachten in het huishouden op zich nemen óók nog eens duidelijk verschillend. Katrien: “Terwijl vrouwen vooral het ‘management’ van het huishouden voor hun rekening nemen, zien mannen zichzelf vaker louter als ‘helpers’. In plaats van zelf in de gaten te houden wat er dagdagelijks gedaan moet worden, wachten ze vaker af en doen ze dán wel wat er van hen verwacht wordt.”

“Tot slot mogen we ook niet uit het oog verliezen dat er bij veel middenklasse en hogere klasse gezinnen meestal een deel van het huishoudelijk werk wordt uitbesteed, en dat dat meestal óók nog eens op de hals van vrouwen terechtkomt. Niet zelden vrouwen met een migratieachtergrond, trouwens”, vult ze aan.

Grootste verschil: de zorg voor de kinderen

Op welk vlak is het onevenwicht tussen mannen en vrouwen nog steeds het grootst? Dat is de tijd die beiden besteden aan de zorg voor hun kinderen.

Ilse De Vooght van Femma geeft enkele cijfers:

  • “Het aantal uren dat een gemiddelde man besteedt aan huishoudelijk werk is tussen 1966 en 2013 ongeveer verdubbeld, maar het aantal uren dat hij zich effectief met de kinderen bezighoudt, is maar een klein beetje toegenomen.
  • Ook in de verdeling van het ouderschapsverlof dat wordt opgenomen, zien we eenzelfde onevenwicht: in 2018 namen mannen 31% van het ouderschapsverlof voor hun rekening. Wat wil zeggen dat 69% van die dagen nog steeds door vrouwen wordt gevuld.”

Hoe het komt dat mannen – ondanks een aantal feministische golven, een zogenaamd aan diggelen geslagen glazen plafond en een ‘nieuwe man’-mentaliteit bij jonge papa’s – blijkbaar nog stééds minder voor de kinderen zorgen dan mama’s? Daar blijken wel een aantal redenen voor te bestaan: sommige zijn historisch gegroeid, andere maatschappelijk ingebakken en nog andere dan weer puur biologisch.

“Vrouwen worden in onze cultuur nog altijd veel meer als ‘zorgzaam’ en ‘zachtaardig’ gezien. En daardoor impliciet ook ‘geschikter’ om kinderen op te voeden.”

Waarom vrouwen meer ‘zorgen’? Enkele oorzaken

  • Huishoudelijk werk wordt ondergewaardeerd

Katrien De Graeve: “Binnen ons kapitalistisch systeem is vooral arbeid, waarmee je een goed of dienst produceert, waardevol geworden. Terwijl privé-arbeid, zoals het huishouden doen en voor de kinderen zorgen, in een chronisch ondergewaardeerde positie is terechtgekomen. Niet alleen worden ‘zorgende taken’ als minderwaardig beschouwd, omdat je er geen geld voor in ruil krijgt. Sterker nog: dat soort taken wordt zelfs niet langer als ‘werk’ beschouwd.”

“Vrouwen werden steeds meer naar de private sfeer verdrongen en verantwoordelijk gemaakt voor huishoudelijk werk. Ook al omdat ze voor betaalde arbeid af te rekenen krijgen met sterke vooroordelen op vlak van ‘genderkwaliteiten’: mannen zijn sterker dan vrouwen of hebben meer technisch inzicht.”

  • Die hardnekkige stereotypes 

Katrien De Graeve: “Zoals hierboven al aangehaald, wordt zorgarbeid vandaag nog steeds ondergewaardeerd. Daardoor is het voor mannen – die volgens onze cultuur nog altijd meer worden geassocieerd met eigenschappen als ‘stoer’, ‘ambitieus’, ‘ondernemend’ en ‘carrièremaker’ – veel minder aantrekkelijk om ‘loonarbeid’ aan de kant te schuiven voor ‘private arbeid of huishoudelijk werk’.”

Vrouwen daarentegen worden in onze cultuur nog altijd veel meer als ‘zorgzaam’ en ‘zachtaardig’ gezien. En daardoor impliciet ook ‘geschikter’ om kinderen op te voeden.

Ilse De Vooght: “Het moeilijke is natuurlijk dat dit een vicieuze cirkel is geworden. Omdat we zorgen als een ‘vrouwelijke’ kwaliteit beschouwen, verwachten we van vrouwen dat ze hun loopbaan terugschroeven wanneer ze kinderen krijgen. Waardoor die traditionele rolpatronen weer versterkt worden. En omdat de man het plaatje van kostwinner opgeplakt blijft krijgen, zijn zorgverloven opnemen en deeltijds gaan werken voor mannen dan weer veel meer taboe.'”

“Dat een jonge vader in ons land maar 10 dagen vaderschapsverlof krijgt, terwijl een mama kan rekenen op ongeveer 3 maanden, zal de ‘gelijke verdeling in zorg’ er ook niet op vooruithelpen.”

  • Onze maatschappelijke structuren zijn niet aangepast

“Dat een jonge vader in ons land nog steeds maar tien dagen vaderschapsverlof krijgt, terwijl een mama kan rekenen op ongeveer drie maanden, zal de ‘gelijke verdeling in zorg’ er ook niet op vooruithelpen. Maar: het blijft natuurlijk maar de vraag of mannen er evenredig meer gebruik zouden van maken mochten die voorzieningen voor hen wél uitgebreider zijn. Kijken we bijvoorbeeld maar naar het verschil in werkstatuten: 44,5% van de loontrekkende vrouwen werkt deeltijds. Bij mannen is dat 11,4%.”

“En er bestaat natuurlijk ook nog altijd zoiets als de loonkloof: gemiddeld verdienen mannen in ons land op jaarbasis nog altijd zo’n 20% meer dan vrouwen. Dus als je kijkt naar het loon en moet kiezen tussen de vrouw die minder gaat werken of de man, dan is de keuze in veel gevallen natuurlijk snel gemaakt.”

  • Wat met het biologische verschil? 

Daarin zien zowel Katrien als Ilse het probleem niet liggen. Katrien: “Het klopt: kinderen baren en borstvoeding geven is om fysieke redenen voorbehouden aan vrouwen. Maar er zijn geen baarmoeder of borsten nodig om te kunnen poetsen, koken, strijken en inkopen doen. En ook om een kind te verzorgen.”

“Mannen verschillen onderling enorm, en vrouwen verschillen onderling enorm. Dat vooral vrouwen beter geschikt zouden zijn om voor de kinderen te zorgen, is evenzeer een mythe als dat mannen beter zouden zijn in ‘kaartlezen’ of in ‘zichzelf oriënteren’.”

“Mocht het ‘zorgwerk’ voor de kinderen hoger gewaardeerd worden, dan zouden er vanzelf meer mannen bereid zijn om er ook meer tijd en energie in te steken.”

Hoe krijgen we ‘de zorg voor kinderen’ dan wat beter verdeeld?

  • Door de stereotypes aan te pakken 

Daarvoor zijn volgens Ilse De Vooght concrete strategieën nodig:

  1. “Een eerste strategie richt zich op individuele mensen: je kunt proberen om het handelen van mensen te veranderen door hun manier van denken te beïnvloeden. Door als samenleving te blijven inzetten op sensibiliserende campagnes en opleidingen rond stereotiep denken, creëren we die eerste bewustwording. En hopelijk na verloop van tijd ook een shift in mindset.”
  2. Een tweede strategie is gericht op de omgeving. Het idee daarbij is dat je de routes naar bepaalde keuzes niet alleen mogelijk, maar ook aantrekkelijk gaat maken. Zorg er bijvoorbeeld voor dat mannen meer gebruik van zorgverloven kunnen maken. Wanneer meer mannen dat zorgverlof dan ook effectief opnemen, zal het stereotype dat ‘zorgen iets vrouwelijks is’ uitgedaagd worden. Want: zien is geloven”.
  • Door de status van ‘huishoudelijk werk’ en ‘zorg’ een boost te geven

We willen meer gendergelijkheid in de zorg voor onze kinderen, én aan dat type ‘werk’ ook een hogere status verbinden. Katrien De Graeve: “Mocht dit werk hoger gewaardeerd worden, dan zouden er vanzelf meer mannen bereid zijn om er ook meer tijd en energie in te steken.”

WAT VOOR SAMENLEVING WILLEN WE?

Katrien De Graeve: “Zorg is moeilijk en complex werk dat ontzettend belangrijk is voor een samenleving. Het is niet minder belangrijk dan werk op kantoor of in de fabriek, en het moet ook als dusdanig erkend en gewaardeerd worden. Wat voor samenleving willen we, en welke economische en sociale organisatie hebben we daarvoor nodig? Laat dát iets zijn waar de komende generatie politici en maatschappelijk invloedrijke figuren eens over kunnen nadenken.”

Dat de zorg voor de kinderen wel dégelijk op een ‘meer gelijke’ manier verdeeld kan worden, tonen lezeressen Karolien en Kris. Sterker nog: in beide gevallen zijn het net hun echtgenoten die méér zorg op zich nemen. Benieuwd naar hun verhaal? Lees dan zeker: ‘Mama’s die minder ‘zorgen’ dan de papa’s: het verhaal van lezeressen Kris en Karolien‘. 

Meer lezen over genderrollen en opvoeden:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here