Waarom boodschappen doen met een peuter zo vermoeiend is

Door -
boodschappen peuter
Er komt ooit een moment dat je boodschappen gaat doen met je peuter. En dat zal je geweten hebben! Jij probeert je boodschappenlijstje rustig af te werken, maar je peuter denkt daar meestal anders over...

Boodschappen doen met een peuter in 13 stappen

Wie zegt dat boodschappen doen met een peuter een eitje is, heeft het vast nog nooit gedaan. Sommige mama’s zijn gezegend met een wonderkind dat braafjes doet wat je vraagt, maar in de meeste gevallen gaat het als volgt:

1) Het begint thuis al: Je peuter fatsoenlijk in dat kinderstoeltje krijgen zonder gekrijs. Succes!

2) Aankomen bij de supermarkt: Rondrijden tot je een parkeerplaats vindt die dichtbij de ingang en de winkelkarretjes is om je aankomst en vertrek zo vlot mogelijk te laten verlopen.

3) Je peuter in het kinderzitje van de winkelkar krijgen: Opnieuw met bijhorend gekrijs tot je je dood schaamt, maar na tien minuten zit hij ein-de-lijk en geef je hem je telefoon als afleiding.

4) Je kijkt nog één keer op je boodschappenlijstje in de hoop alles te onthouden zodat je snel je ronde in de winkel kunt doen. Doe geen moeite. Echt.

5) Wie heeft er in hemelsnaam die kleine winkelkarretjes aan de ingang gezet? Natuurlijk heeft je peuter ze gespot en begint het gekrijs opnieuw. Dus je haalt hem uit het zitje en je hebt er al meteen spijt van. Nadat hij tien keer met dat ding tegen je enkels rijdt, probeer je uit te leggen dat hij moet oppassen maar eigenlijk weet je dat het een verloren zaak is.

6) Omdat je het boodschappenlijstje toch niet kon onthouden: Je haalt het opnieuw boven en gaat het lijstje af. Ondertussen heeft je peuter besloten om zelf alles maar uit het rek te halen omdat het niet snel genoeg gaat.

7) Plots merkt je peuter de proevertjes op in de winkel: Hij laat zijn karretje achter en rent er naartoe, met als gevolg dat jij achter hem aan moet rennen met een grote én een kleine winkelkar.

8) Je besluit dat het genoeg is geweest en overloopt je lijstje om de dingen te halen die je nu écht nodig hebt. De niet dringende boodschappen doe je volgende keer wel.

9) Je begeeft je naar de kassa en probeert te voorkomen dat je peuter alle snoepjes mee op de band gooit. Uiteindelijk laat je hem één snoepje kiezen omdat je nu al weet dat je die strijd niet gaan winnen.

10) Je verontschuldigt je bij de cassière terwijl je peuter boodschappen in en uit de kar laadt, met zijn – nog onbetaalde – snoepje stevig in de hand. Als je trouwens dacht dat je het snoepje ‘gewoon even kunt laten scannen en dan weer terug kunt geven’ heb je het goed mis.

11) Eindelijk kun je afrekenen maar nog voor je kaart het apparaat zit, gaat je peuter ervandoor. Snel ga je erachter aan (want hij luistert toch niet wanneer je roept) en met een peuter onder de arm toets je de pincode in, gooi je het bonnetje en je portemonnee in de kar en ga je richting de auto.

12) Inderdaad, je gaat ‘richting’ de auto, want eerst moet je je peuter nog terug in dat kinderzitje van de winkelkar krijgen. Wanneer het niet lijkt te lukken besluit je om je peuter dan maar te laten stappen, maar een winkelkar besturen met één hand is toch moeilijker dan gedacht. Je hoopt gewoon dat je het overleeft tot aan de auto.

13) Aangekomen bij de auto laat je de winkelkar voor wat het is en probeer je eerst je peuter in het autostoeltje te zetten. Wanneer hij eindelijk zit en jij op het randje van een zenuwinzinking staat, laadt je alle boodschappen in, zet je de kar terug en vertrek je richting huis. Je hebt het overleefd!

Meer over peuters: