Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Kind & Gezin lanceert ‘babbelkousen’: “Taalkansen krijgen en kansrijk opgroeien gaan samen”

Kind & Gezin lanceert vandaag de campagne ‘Word een babbelkous’ bij ouders van jonge kinderen, grootouders en kinderopvanginitiatieven. Want taal leren doet je baby samen met jou. Al vanaf de geboorte babbelen tijdens het knuffelen en verluieren, liedjes zingen voor je kleine uk, hardop zeggen wat je doet of ziet … Veel jonge mama’s doen dat al instinctief, maar het belang kan niet genoeg onderstreept worden.

Kansrijk opgroeien met babbelkousen

Onderzoek bewijst namelijk dat jonge kinderen vooral taal leren door veel met hen te praten. Op die manier herkennen ze klanken en woorden en leren ze nieuwe woorden. Hoe meer je met je kind praat, hoe meer taalkansen je hem of haar geeft.

Tinne Rommens, expert taal bij Opgroeien (van Kind & Gezin): “Kansrijk opgroeien heeft heel veel te maken met taalkansen krijgen. Dat inzicht willen we graag delen met ouders en professionals. Met de campagne #wordeenbabbelkous moedigen we aan om vanaf het prille begin heel veel te praten met je baby, heel de dag door, eigenlijk.

Enkel samen kun je taal leren: samen word je een paar (babbelkousen)! We willen heel graag voor eens en voor altijd van ‘babbelkousen’ een positief en warm woord maken. Want wie kan praten, kan zich uiten en dat is het begin van verbondenheid en zelfvertrouwen.

Babbeltips vanaf de geboorte

Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van je kindje dan?

  • Praat niet alleen ‘tegen je baby’ maar ook ‘met je baby’. Voer echte gesprekjes door te reageren op geluidjes, bewegingen en de glimlach van je kindje.
  • Kijk je baby aan en lach, trek gekke bekken of imiteer zijn of haar geluidjes. Kijkt je baby weg? Probeer dan te achterhalen wat zijn of haar aandacht trekt en reageer. ‘O, ben je naar de poes aan het kijken? Ja, daar is de poes!’
  • Fluister in je baby’s oortjes en speel met intonaties. Je baby begrijpt de betekenis van jouw woorden nog niet, maar reageert wel op de manier waarop je woorden uitspreekt. Zo ontdekt je baby ook de mogelijkheden van zijn of haar eigen stem en leert hij of zij de klanken van taal kennen.
  • Wacht geduldig op de reactie van je baby. Dat doet hij door te lachen, geluidjes te maken of armen en benen te bewegen. Naar iets wijzen is of lachen is voor je baby ook praten. Hij vindt het fijn als je hierop reageert.
  • Teken gezichtjes op je vingers of gebruik vingerpopjes met felle kleuren en laat de vingerpopjes een voor een rijmpjes vertellen en zelf gesprekjes voeren met je baby.

Babbeltips met je peuter

Wordt je baby iets groter? Dan kun je wat meer taaluitdaging bieden:

  • Laat je kind nieuwe woorden ontdekken door dingen te benoemen. Onderweg naar de kinderopvang, bij het fruitkraam op de markt of in het postkantoor … kun je spontaan vertellen: ‘de tram komt eraan’, ‘de deur van het postkantoor is dicht, ‘de politieauto maakt veel lawaai’ …
  • Begin met korte zinnen en maak ze langzaam langer. Bijvoorbeeld: ‘Kijk, een paard!’ – ‘Daar staat een paard in de wei!’ – ‘Dag paard! Gaan wij zwaaien naar het paard in de wei?’
  • Lok spontane reacties uit door zelf iets ‘geks’ of ‘fouts’ te zeggen.
  • Wees proactief: als je kind naar iets wijst of zelf naar iets probeert te grijpen, zeg je bijvoorbeeld “O, je wilt de kiwi hebben?”. Op deze manier zal je kind leren dat dit woord bij dat voorwerp hoort.
  • Stel vragen en maakt het heel concreet. Vraag bijvoorbeeld niet ‘hoe was het bij oma vandaag?’ maar ‘heb je vandaag met oma gespeeld?’ Vraag ook door, bijvoorbeeld ‘wat hebben jullie gespeeld?’ Vraag naar meer details of nieuwe aspecten. Zo toon je je interesse en vergroot je de spreekkansen voor je kind.
  • Probeer synoniemen te bedenken voor woorden die je kind al kent. Zo leert je kind veel nieuwe woorden en leert hij of zij dat eenzelfde ding meer namen kan hebben: een kat is ook een poes, een zetel is ook een bank, een tas is ook een zak, …

Enkele taal-wist-je-datjes:

  • In de hele wereld verloopt taalverwerving op dezelfde manier. Een baby kan de eerste maanden alle mogelijke klanken maken, maar imiteert na een tijdje de klanken en melodie die hij of zij vaak hoort en ‘vergeet’ de andere.
  • De ideale afstand om met een baby te praten is 20 cm. Zo lekker dichtbij ziet een baby goed en geniet hij of zij van de expressie op je gezicht terwijl je praat, lacht of zingt.
  • Kinderen maken taalfouten. Maakt je kind een taalfout? Dan hoef je je kind niet op een directe manier te verbeteren. Je gebruikt dan best het woord zelf correct in je antwoord. Als je kind bijvoorbeeld ’toel’ zegt, kun jij zeggen: ‘Ja, wij gaan zitten op de stoel.’
  • Hebben meertalige kinderen een grotere kans op taal- of leerachterstand? Dat is een mythe. Of anderstalige kinderen anders presteren op school, hangt af van de verwachtingen van leerkrachten, eventuele discriminatie en materiële bronnen thuis. Ben jij of is je partner anderstalig? Aarzel dan niet om verschillende talen thuis te spreken. Kind & Gezin voorziet brochures rond meertalig opvoeden. Weet dat meertaligheid net kan leiden tot betere prestaties op school.

Werk jij als kinderbegeleider of wil je actief bezig zijn aan de (meertalige) taalontwikkeling van je kindje? Je vindt de info over de babbelkouscampagne hier.

Wie met zijn kindje naar het consultatiebureau van Kind & Gezin gaat, krijgt daar een paar babbelkousen cadeau én een kaartje met babbeltips.

Bronnen: Kind & Gezin, EXPOO.be

Alles over de taalontwikkeling van kinderen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!