Ik heef geslaapt! Alles over de taalontwikkeling van je kleuter

Door -
taalontwikkeling kleuter
© Getty Images
Je hebt het vast al gemerkt: nu je kleuter op school zit, gaat zijn taalontwikkeling met grote sprongen vooruit. Het onverstaanbare gebrabbel is overgegaan in steeds langere zinnen, al sluipt er ook weleens een schoonheidsfoutje in.

De eerste twee jaar

​​Je kleuter heeft er qua taalontwikkeling al een indrukwekkend parcours opzitten. De eerste woordjes kwamen rond z’n eerste verjaardag. Daarbij liet hij soms moeilijke klanken weg (‘school’ werd ‘sool’), of koos hij voor een ander woordje om het zichzelf makkelijker te maken (‘auto’ werd ‘vroem’).

Het aantal woordjes nam snel toe: rond de twee jaar gebruikte je kleine taalwonder er al zo’n tweehonderd! Die werden soms zelfs gecombineerd tot zinnetjes van twee woorden, zoals ‘jas aan’.

Zinnen van drie à vier woorden

Nu je kind op de kleuterschool zit, lukken die moeilijke klanken steeds beter. Alleen de ‘s’ en de ‘r’ blijven soms lastig. Niets om je zorgen over te maken! Andere mensen begrijpen nu trouwens ook beter wat je zoon of dochter zegt. De zinnetjes worden steeds langer. Rond de leeftijd van drie jaar kan je kleuter al zinnen maken met zo’n drie à vier woorden. Hij begint ook zinnetjes aan elkaar te plakken met ‘en dan… en dan… en dan…’. Op vierjarige leeftijd bevatten de zinnetjes al vier à vijf woorden.

Ook met het aantal gekende woorden gaat het pijlsnel. Waar een driejarige nog ‘maar’ van duizend woorden de betekenis kent, weet een vijfjarige dat al van drieduizend woorden. Je kind zal nu ook veel meer spelen met taal. Hij vertelt verhaaltjes en stelt vragen.

Schoonheidsfoutjes

Doordat de taalontwikkeling zo hard gaat, is het niet meer dan normaal dat je kleuter weleens de mist in gaat. Veel voorkomende ‘foutjes’ zijn bijvoorbeeld:

  • meervouden: ‘zwembatten’
  • werkwoordstijden: ‘ik heb al gedrinkt’
  • lidwoorden: ‘de boek’
  • zelf verzonnen woorden: ‘uitslikken’

Hoe verbeter je je kleuter?

Zegt je kleuter: ‘Ik heef vannacht bij papa geslaapt’, dan heeft het weinig zin om hem rechtstreeks te verbeteren door te antwoorden: ‘Nee, je moet zeggen: ik heb bij papa geslapen’. Je kind leert hier niet van en kan op den duur het gevoel krijgen dat hij voortdurend gecorrigeerd wordt, waardoor hij zich geremd voelt om nog iets te zeggen. Bovendien is je kleuter nog te klein om te snappen dat je de vorm van het werkwoord hebt veranderd. Hij zal zich eerder op de inhoud van je zin richten.

Beter is het om zijn foutje onrechtstreeks recht te zetten door zijn formulering verbeterd terug te kaatsen. Je antwoordt bijvoorbeeld: ‘Ah, heb jij bij papa geslapen? Hoe kwam het?’ Door heel vaak de juiste vorm te horen, zal je zoon of dochter het op den duur wél juist doen. Bovendien hou je het gesprek op gang door er nog een vraag achteraan te plakken, wat je kind extra motiveert om verder te vertellen.

Hoe stimuleer je je kleuter?

Goed leren praten is vooral een kwestie van héél veel oefenen. Hier zijn enkele tips om de taalontwikkeling van je kleuter te stimuleren:

  • Praat veel met je kind, over van alles en nog wat. Je zoon of dochter leert zo een heleboel nieuwe woorden.
  • Stel gevarieerde vragen: ‘Hoe kwam dat?’ ‘Wat gebeurt er als…?’ ‘Wat heb je daarvoor nodig?’
  • Lees regelmatig voor of vertel een verhaaltje.
  • Herhaal wat je kind zegt en kijk het nieuwsgierig aan. Je toont zo aan dat je geluisterd hebt en stimuleert je kind om verder te vertellen.
  • Bied veel boekjes aan. In de praktijk is de woordenschat van kinderen die veel lezen in het algemeen vier keer groter dan die van kinderen die zelden of nooit lezen.

Nog meer over de taalontwikkeling van je kleuter

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here