Elk kind laat zich anders te slapen leggen

De eerste maanden brengt je kindje voornamelijk al slapend door. Helaas komt zijn of haar slaappatroon in het begin niet bepaald overeen met het jouwe. Stilaan echter stelt dat ritme zich op dat van de rest van het gezin af, maar elke baby en elke slaap heeft immers zijn eigen wetmatigheden.

Elke baby heeft zo z’n eigen slaapbehoeften

Een pasgeborene slaapt ongeveer 20 uur op 24. Eens hij een 5-tal weken oud is, bedraagt de slaaptijd nog ‘slechts’ 16 uur per etmaal. Zodra hij zo’n 12 weken oud is, heb je met wat geluk een baby die ‘s nachts doorslaapt en per dag een 3-tal dutjes houdt. Toch bestaan er geen muurvaste slaappatronen waar je kind ten allen prijze aan moet beantwoorden. Net als voor volwassenen geldt voor baby’s dat de slaapbehoeften variëren. Waar het ene kindje voldoende heeft aan 12 uur, is het andere pas tevreden met een goede 18 uur slaap.

Slaap, kindje, slaap: ‘s nachts of overdag, een wereld van verschil

Al drijft het je regelmatig tot wanhoop, je pasgeborene kan echt niet vanzelf het onderscheid maken tussen dag en nacht. Tracht hem of haar van in het begin het onderscheid duidelijk te maken tussen de dag, wanneer jullie knuffelen en spelen, en de nacht, wanneer het hele gezin rust. Overdag kan je je kind bijvoorbeeld in je buurt te slapen leggen, temidden van de vertrouwde huishoudelijke geluiden. Het slaapt dan ook in een ruimte die verlicht is, zoals de living. ‘s Nachts leg je de boreling best terug in zijn donkere, rustige kamer. Als je hem ‘s nachts de borst of de fles geeft, doe je er goed aan geen fel licht aan te steken. Praat ook niet te luid tegen je kind, om het niet helemaal klaarwakker te maken. Stilaan zal je kind zo de dag associëren met spel, verzorging en communicatie, terwijl de nacht een moment van kalmte en rust zal blijken.

Hoe baby’s slaap stimuleren?

Elk kind mag zich dan anders te slapen laten leggen, als algemene stelregel geldt dat je baby nood heeft aan een vast slaapritueel. Doe steeds dezelfde handelingen na elkaar, in steeds dezelfde volgorde en hij zal sneller in slaap raken. Je kan je kindje bijvoorbeeld eerst eten geven, dan baden, een pyjama aandoen, in bed of in de wieg leggen, steeds hetzelfde slaapliedje toezingen… Daarna doe je het licht uit en is het tijd voor de nachtrust. Begin onmiddellijk met het aanleren van dat slaapritueel, ook al wordt je pasgeborene nog heel vaak wakker. Na een 2-tal maanden zullen deze goede gewoontes hun vruchten afwerpen. Ziehier een paar tips om je kind een vast slaappatroon aan te leren:

  • Probeer onmiddellijk te reageren als je kindje tekens van vermoeidheid vertoont: het begint te zeuren, wordt een beetje lastig, wrijft over ogen en neus… Tijd om baby in bed te stoppen. Zo associeert hij de zin om te slapen met het naar bed gaan.
  • Sommige kindjes slapen beter als ze warm ingestopt zijn. Men beweert dat dit hen aan de veilige periode in de baarmoeder herinnert.
  • Een muziekdoos, dat steeds hetzelfde melodietje afspeelt, zal je kindje associëren met het slapengaan.
  • Om je kind te helpen slapen, kan je de wieg zachtjes heen en weer bewegen.
  • Keer niet onmiddellijk terug naar je baby’s wieg indien hij begint te huilen van zodra je de slaapkamer uitgaat. Wacht een kleine 5 minuutjes. Huilt je baby dan nog, dan kan je alsnog proberen hem opnieuw in slaap te wiegen of in je armen te nemen. Je kind is beslist niet grillig, maar kan echt nood hebben aan je aandacht.