Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
©CelineWerner

Voor het eerst mama: “Ik sprak hem troostende woorden toe terwijl de anesthesist het masker met stinkend gas boven zijn neusje hield”

Door Celine Werner
Mama-redactrice Celine werd in augustus 2019 voor het eerst moeder, van de überschattige Otis. Wat dat met haar deed en hoe zij nu als prille mama in het leven staat, deelt ze in deze column. Van herkenbare paniekaanvalletjes tot dolgelukkige mama-momenten vol verwondering: welkom in de wereld van Celine!

Een routine-ingreep

M’n zoon heeft van mij een mietje gemaakt. De horror- en bleitfilms waar ik vroeger geen kreet of traan voor liet, maken plots heel wat in me los. En toen ik hem daar in een ziekenhuisschort — mét schattige print om het nog aandoenlijker te maken — in het ziekenhuisbedje zag liggen, voelde ik me verdrietiger dan ooit.

Terwijl het om een banale ingreep ging: zijn poliepen moesten er na ettelijke oorontstekingen uit, en hij kreeg buisjes. Het bijbehorende pruillipje dat hij trok, maakte het emo-plaatje compleet.

Al was hij niet aan het mokken voor de ingreep die naderde. Wist hij veel. Maar wel omdat hij vroeg uit de veren moest en van zijn bed naar de wagen gekatapulteerd werd zónder eerst een melkfles te krijgen. Want wie geopereerd wil worden, moet nuchter zijn. Een mens zou voor minder kwaad zijn.

Toen ik op weg naar het ziekenhuis stiekem in mijn ontbijtkoek probeerde te bijten en zo nu en dan van mijn meeneemkoffie nipte, viel dat niet in goede aarde. “Adi agi”, riep hij dan. Dat zijn z’n uitgevonden woorden om duidelijk te maken dat hij wil mee-eten.

Slaap kindje slaap

In de beddenwacht was hij verdacht rustig en gunde hij me de meest bizarre blikken die ik nog nooit eerder bij hem opgemerkt had. Alsof hij voelde dat er hem iets te wachten stond. Althans, dat maakt mijn mamabrein me wijs.

Toen het zover was, mocht ik Otis eigenhandig op de operatietafel leggen en hem troostende woorden toespreken, terwijl de anesthesist het masker met stinkend gas boven zijn neusje hield.

Ik werd lichtjes misselijk van de geur en zag hoe het mannetje begon tegen te spartelen, zijn ogen wegrolden —  een niet zo fraai beeld als je het mij vraagt — en een snurkend geluid maakte. “Ik denk dat hij vertrokken is mama, u mag in de wachtzaal gaan zitten. We komen u halen wanneer het achter de rug is.”

Dat andere patiënten in de recovery door zijn gehuil op een brutale manier uit hun slaap gehaald werden, kon mij op dat moment niet zo veel schelen

Help, waar ben ik?

Nog geen halfuur later was de klus geklaard en hoorde ik zijn hartverscheurende gehuil. Dat andere patiënten in de recovery zo op een nogal brutale manier uit hun slaap gehaald werden, kon mij op dat moment niet zo veel schelen. Want O’tje was wakker geworden met een infuus in zijn hand, het piepende geluid van de monitor en een groggy gevoel door de narcose. En dat allemaal zonder mama of papa in de buurt.

Met bebloede oortjes huilde en snikte hij ontroostbaar. Zelfs een dikke knuffel en zijn favoriet ‘ik zag twee beren’-lied konden hem niet bekoren. En dat zo’n twee uur aan een stuk. Mijn moederhart brak in duizend stukjes en het schuldgevoel was immens, want ik had hiervoor gekozen. Niet hij.

Geduld is een schone deugd

Liters tranen en een paar gulzige happen van zijn cracottes later, leek hij weer bijna helemaal de oude. Op de vermoeide ogen na dan. Enkel de dokter moest zijn zegje nog komen doen vooraleer we naar huis konden.

Uiteraard besef ik dat we niet de enigen zijn, en dat zo’n neus-keel-oorarts het behoorlijk druk heeft. Maar dat het zeven uur zou duren, had ik hélemaal niet zien aankomen.

De speeltjes uit de luiertas verveelden snel, en hem laten rondlopen in een gedeelde ziekenhuiskamer was geen optie. Stiekem hoopte ik dat er in de wachtzaal op de afdeling pediatrie wat blokken of auto’s zouden liggen. Maar die hadden ze wijselijk weggehaald. Want ja, COVID-19.

Het verplichtte me om creatief om te springen met de zakdoeken en bekers die in onze nabijheid lagen. Een hele uitdaging met een actief kind van twintig maanden, dat alles in een wip en een gauw beu is.

Toch ben ik ben héél dankbaar het dat ‘maar’ was en dat ik op het einde van de rit een gezond kind heb, dat het geritsel van mijn pakje snoep nu nóg beter van mijlenver kan horen.

OOK LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (rechts bovenaan op de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!