Papa-talk: “Leuk, een uitstapje met ons twee, een vader-zoon-moment! Maar Lucas dacht er anders over”

Door -
zonder broek naar school
©ThomasDetombe
Thomas Detombe (34) is journalist, Libelle Mama-columnist en papa van Lucas (2,5) en baby Theo. Wat het jonge vaderschap met hem en zijn gevoelsleven doet, schrijft hij voor jullie openhartig en onverbloemd neer. Deze week vertelt hij hoe een leuk uitje met zijn oudste zoon eindigde in tranen. En een ijsje, dat ook."

Als een panisch kangoeroejong omklemt hij mijn bovenlijf. Zijn greep is zo krachtig dat ik amper lucht krijg. “Ik wil niet papa, ik wil nie-ie-iet!”, smeekt hij. In een vreemdsoortig gedempt licht opent de bek van het monster zich. Er ontsnappen flarden witte rook uit en een luide brul. Lucas drukt z’n bonkende hoofd in m’n borstkas. Hij gloeit. “Het zijn geen echte dino’s hoor, jongen”, probeer ik hem te bedaren. “Voel maar eens. Deze poot is 100% rubber.”

Het maakt niet de minste indruk. Dat nu ook de ogen van de dino in beweging komen en felrood oplichten, helpt mijn zaak geen centimeter vooruit. We staan voor de bordkartonnen poort van Jurassic Parc maar Lucas weigert nog een voet te verzetten.

Ook de rotsmuren met prehistorische tekeningen spuwen intussen rook. Of is het vuur? In de chaos van het moment kan ik dat onderscheid niet meer maken. Het enige wat ik voel, zie en nu zelfs ruik, is Lucas’ doodsangst. Tijd om te vertrekken. We ontsnappen ongedeerd en heftig ademend – Lucas van de schok, ik van de inspanning – via dezelfde weg waarlangs we 5 minuten eerder de expo binnenwandelden: de voordeur.

“We staan voor de bordkartonnen poort van Jurassic Parc, maar Lucas weigert nog een voet te verzetten. Hij is doodsbang”

De dag ervoor had ik tickets geboekt voor Dino World in Brussel, op de Heizel. Een leuk, zomers vakantie-uitje onder ons twee, een vader-zoonmoment in een mythisch decor dat ons allebei fascineert. Zo dacht ik toen. Euhm, ja…

Ik weet niet meer precies waar ik mijn fascinatie voor dinosaurussen opliep. Feit is wel dat ik ze op de een of andere manier doorgaf aan Lucas. Toegegeven, ik moet niet doen alsof ik niet weet hoe. Al toen Lucas twee jaar oud was, bestookte ik hem met filmfragmenten uit Jurassic Parc.

Niet de scènes met die arme, in bloed gesmoorde geit, uiteraard. Er figureren ook vriendelijke dino’s in Spielbergs oude meesterwerk. En dinokak, grote hopen dinokak. Lucas is sterk geïnteresseerd in uitwerpselen, in de eerste plaats die van hemzelf. Maar ook die van prehistorische reuzen kunnen hem bekoren. Samen keken we al honderdmaal naar de kak van de Triceratops en naar de zachtmoedige Diplodocus die op zijn achterste poten naar het schijnbaar onbereikbare gebladerte reikt. Nog altijd grandioze special effects zijn het, bijna 30 jaar na verschijning.

“Wat betekent dat eigenlijk: een ‘échte’ dino, voor een kind van 3? Nu ja, wat de kat voor een muis betekent, vrees ik. Of de hongerige leeuw voor een malse baby-zebra. Onheil en gevaar tot in het twaalfde kwadraat”

Daarnaast is Lucas ook de trotse bezitter van een 30-tal dinosaurussen. In alle formaten en gewichten. Ze scharrelen op de speelmat, houden hem warm in bed en prijken als foto in de grote dino-encyclopedie die ik hem onlangs cadeau deed. Dat boek is geschikt voor kinderen vanaf 12 jaar. Op de groei gekocht, dus. Als ik het ’s avonds zelf voor de zoveelste keer doorblader, lacht Emma me speels toe. Oké, ik kocht het niet alleen voor Lucas 😊

Maar dus. Wat ik wilde zeggen. De sterren stonden gunstig voor een bezoek aan de ‘echte’ dino’s. Of dat dacht ik toch. Misschien lag mijn overmoed in de omschrijving van de geplande activiteit: ‘Een bezoek aan de echte dino’s’. Want wat betekent dat eigenlijk: een ‘échte’ dino, voor een kind van 3? Nu ja, wat de kat voor een muis betekent, vrees ik. Of de hongerige leeuw voor een malse baby-zebra. Onheil en gevaar tot in het twaalfde kwadraat.

Gelukkig stond er vlak bij de dino-expo een kleurrijke ijskar geparkeerd. De vrolijke deuntjes en foto’s van alle smaken hielpen Lucas de dino’s terstond vergeten. Alleen, en dat was minder gelukkig, had papa geen cash geld bij. Alweer traantjes, en op zoek naar een culinair alternatief. Na even zwerven over een paar loeihete parkings, leek het Atomium, 500 meter verderop, onze laatste hoop. Tot plots opnieuw zo’n bus met ijsjes voor onze neus opdook. Snel ernaartoe. “Hebt u bancontact?”, was mijn eerste logische vraag. De verkoper keek me verbluft aan. “Maar mijnheer, ik ben het. U stond 10 minuten geleden ook al aan mijn toonbank.” Lap! Die snode ijskar had zich verplaatst.

“Een ijsje zou Lucas alles doen vergeten! Alleen, en dat was minder gelukkig, had papa geen cash geld bij”

Lucas begreep wat er aan de hand was. Zijn onderlip begon vervaarlijk te trillen. Tranen welden onhoudbaar op. Goed zo, jongen, toon je emotie, dacht ik wanhopig. De man twijfelde even. Vervolgens keek hij Lucas recht in de waterige ogen en vroeg: ‘Wat eet die arme jongen graag?’

We deelden één bol vanille op een krokant hoorntje (meer durfde ik niet te vragen). Een overwinning op de dino’s konden we daarmee niet vieren, maar het hart van de ijsventer maakte geen schijn van een kans.

Meer columns over het vaderschap:  

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes! 

  

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here