Mijn verhaal : Olivia werd voor de eerste keer mama in Vietnam

Door -
Mijn Verhaal
getty images
Olivia werd voor de eerste keer mama in Vietnam. Na een lange reis dwars door Zuidoost-Azië, was ze daar blijven plakken door Hao, de liefde van haar leven. Olivia en Hao hadden altijd het idee gehad om samen een nieuw leven in België te beginnen. "Maar je weet hoe dat gaat: ons leven in Vietnam kabbelde stilletjes verder, de verhuisplannen belandden op de achtergrond en mijn biologische klok begon te tikken."

Olivia (32): “Een kleine twee jaar geleden had ik groot nieuws voor mama en papa: ze werden voor het eerst grootouders. Een bijzonder moment. Uiteraard waren ze héél gelukkig, maar het was ook dubbel. De kans was groot dat ze de geboorte van hun eerste kleinkind gingen missen. Ik woonde en leefde namelijk in Vietnam. Drie jaar eerder, na een lange reis dwars door Zuidoost-Azië, was ik daar blijven plakken door Hao, de liefde van m’n leven.

De Vietnamese familiebanden zijn heel hecht, maar mijn schoonouders respecteren onze ‘andere aanpak’

De biologische klok tikte sneller dan de echte

Hao en ik hadden altijd het idee gehad om samen een nieuw leven in België te beginnen. Maar je weet hoe dat gaat: ons leven in Vietnam kabbelde stilletjes verder, de verhuisplannen belandden op de achtergrond en mijn biologische klok begon te tikken. (lacht) Samen besloten we om voor een kindje te gaan, maar wel nog vóór de bevalling de grote oversteek naar België te maken. Omdat de medische zorg in België beter is, je niet extra moet betalen om je kindje op de wereld te zetten en vooral omdat ik graag mijn familie dicht bij me had gehad. Maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Omdat wij nog niet getrouwd waren, kreeg Hao geen visum. Het was of zónder hem bevallen in België, of samen in Vietnam. Uiteraard kozen we voor het laatste. Ik zou het vreselijk gevonden hebben mocht Hao de geboorte van z’n kleine meid gemist hebben.

In vietnam worden mannen niet betrokken bij de zwangerschap.

De Vietnamese aanpak

De keuze om in Vietnam te bevallen, was zeker niet evident. Ik wist hoe anders het zorgsysteem hier in elkaar stak, en dat stelde me niet gerust. Een jaar voor ik zwanger werd, was ik al eens bij de gynaecoloog geweest in het lokale ziekenhuis, voor een gewone controle. Ik was toch wat in shock toen ik zag hoe het daar aan toe ging. Privacy kennen ze daar niet. Terwijl ik op de onderzoekstafel lag te wachten op de gynaecoloog, lagen er nog eens twee andere vrouwen naast mij, in dezelfde kamer, gescheiden met een flinterdun gordijn. Dat voelde best ongemakkelijk.

Wat me toen ook opviel, was dat mannen niet betrokken werden bij de zwangerschap. Als ik al een man in de wachtkamer zag, dan bleef die braaf zitten terwijl de echo gemaakt werd. Achteraf hoorde ik dan ook dat ze meestal niet bij de bevalling zijn, want dat kost geld. Een plekje in de verloskamer kost al snel tien Vietnamese dong, een kleine vierhonderd euro. Zo anders dan in België, en ik kon me er niet in vinden. Je kiest samen voor een kind, dan beleef je toch ook alles met z’n tweeën?

We kozen  voor een privéziekenhuis, dat qua aanpak meer leek op België.

Gelukkig stond Hao helemaal achter mij. Hij wilde niets liever dan de hele zwangerschap van dichtbij meemaken. Daarom kozen we van in het prille begin voor een privéziekenhuis, dat qua aanpak meer leek op België. Ik had een vaste gynaecoloog, en Hao mocht bij elke echo en afspraak gewoon mee binnen. Maar dat had natuurlijk wel een prijskaartje. In Vietnam is alles heel goedkoop en basic. Wil je meer, dan hangt daar een prijskaartje aan. Maar het was me elke cent waard. Juist omdat ik altijd bij dezelfde gynaecoloog terecht kon, vertrouwde ik haar voor de volle honderd procent en kon ik haar zonder schroom alles vragen. Als je voor de eerste keer mama wordt, dan weet je niet wat je te wachten staat. Al besef ik achteraf dat niets je kan voorbereiden op de bevalling. (lacht)

Wat had ik mijn ouders, de familie en mijn vrienden graag meteen laten kennismaken met onze kleine Alice.

Een bevalling ver van huis

Op 4 juli 2019 brak midden in de nacht mijn water. Hao en ik haastten ons naar het ziekenhuis, want ons kleine meid was op komst. Ik herinner me nog goed dat ik bij aankomst eerst nog heb staan discussiëren met het ziekenhuispersoneel over de rekening. En dat terwijl de weeën elkaar al snel opvolgden. Best apart dat we eerst moesten betalen, en ik dan pas naar de verloskamer mocht. Maar de factuur was op dat moment mijn laatste zorg. Het enige waar ik aan kon denken, was ons dochtertje. Maar ook in het verloskwartier verliepen dingen anders dan ik ze kende uit België: Vietnamese dokters kiezen sneller voor een keizersnede, zeker als het lang duurt. Dat wilde ik liever niet. Maar gelukkig verliep alles vlot en hielde Hao en ik een paar uur later onze kleine meid Alice in onze armen. Al was dat met gemengde gevoelens: enerzijds was ik gelukkiger dan ooit, anderzijds had ik voor het eerst echt heimwee naar huis. Wat had ik mijn ouders, de familie en mijn vrienden graag meteen laten kennismaken met onze kleine Alice.

Nog geen twee dagen na de bevalling stonden mijn schoonouders met hun koffers voor de deur. Hao en ik schoven de tafels en zetels aan de kant, zodat zijn ouders op z’n minst een paar dagen konden blijven.

Een cultuurclash

Nog geen vierentwintig uur na de bevalling zijn Hao en ik met Alice naar huis gegaan. Ik was zó opgelucht dat alles goed was verlopen. Het moeilijkste was achter de rug, dacht ik. Maar de dagen en weken ná de geboorte werd de cultuurclash me pas echt duidelijk. Mijn schoonouders hadden vóór de bevalling al laten vallen dat ze een maand wilden komen logeren. In Vietnam is het de normaalste zaak dat de grootouders zorgen voor hun kleinkinderen. Omdat ze in een dorpje op meer dan honderd kilometer van de hoofdstad Hanoi wonen, konden ze niet even over en weer rijden. Superlief gebaar, en een mooie geste, maar ik zag dat eerlijk gezegd niet zitten. Ik wilde gewoon genieten, samen met ons drietjes.

Bovendien leek het me praktisch ook niet haalbaar, met z’n vijven op een piepklein appartement met slechts één slaapkamer. En toch: nog geen twee dagen na de bevalling stonden ze met hun koffers voor de deur. Al die goede bedoelingen, ik begreep het wel. Als kersverse oma en opa wil je niets liever dan je kleinkind in je armen sluiten. Hao en ik schoven de tafels en zetels aan de kant, zodat zijn ouders op z’n minst een paar dagen konden blijven. 

Bijgeloof

Alice had het in het begin lastig, en huilde vaak. In die periode zag ik mijn schoonmoeder midden in de nacht wierrookstokjes aansteken. Niet één, maar een heel pakje. Volgens haar weende Alice omdat de voorouders aan het spoken waren. (lacht) Ze wilde ook dat ik een bol knoflook én een mes in haar bedje legde, om de boze geesten te verjagen. In een teentje look zag ik uiteraard geen graten. Dat mes heb ik zo gelaten – te gevaarlijk natuurlijk. 

Toen ik buiten kwam, kreeg het oude vrouwtje, dat elke dag thee verkoopt voor ons flatgebouw, me in het vizier. Ze begon te roepen en te schreeuwen. ‘Wat doe je nu?’

Als kersverse mama mag ik in Vietnam in principe de eerste maand niet naar buiten. Vietnamezen geloven sterk dat het kind en de moeder dan ziek worden. Omdat de vrouw nog te zwak is van de bevalling, en het kind nog niet sterk genoeg is. Maar dertig dagen lang opgesloten zitten in een appartement, bij dertig graden? Dat kon ik niet aan. Na drie dagen ben ik toch snel even naar de supermarkt gegaan. Toen ik buiten kwam, kreeg het oude vrouwtje, dat elke dag thee verkoopt voor ons flatgebouw, me in het vizier. Ze begon te roepen en te schreeuwen. ‘Wat doe je nu? Je mag niet naar buiten! En als je het dan toch doet, trek dan op z’n minst lange mouwen aan en zet een hoed op zodat de zon niet op je huid brandt. En steek stoppen in je oren, voor de wind.’

Ik stond aan de grond genageld. Alle voorbijgangers keken me afkeurend aan, alsof ik net iets vreselijks had gedaan. Ik wist dat de Vietnamezen, en dan vooral de ouderen, heel bijgelovig zijn, dus uit respect excuseerde ik me en maakte me snel uit de voeten. Maar hoe pijnlijk de confrontatie ook was, een paar dagen later ging ik toch naar de koffiebar om de hoek. Niet om te provoceren, maar omdat ik me gevangen voelde in mijn eigen huis. 

Hao werd niet erkend als de vader

Het moeilijkste van alles was uiteindelijk de geboorteakte in orde krijgen. Omdat Hao en ik niet getrouwd waren, konden we officieel geen kinderen krijgen. Toen we naar het gemeentehuis gingen, werd Hao niet erkend als vader. Om zijn naam wél op de akte te krijgen, moesten we een DNA-test doen, om te bewijzen dat hij de échte vader is. Achteraf bleek ook dat niet voldoende. In Hanoi weigerden ze de akte op te maken omdat Hao daar niet geboren was, en in het dorp honderdveertig kilometer verder stuurden ze ons gewoon weer terug naar de hoofdstad. Pas na vijf maanden was de akte in orde, nadat we een ambtenaar hadden ‘omgekocht’. Niet zo’n fijne ervaring. Kort erna hebben we de Belgische nationaliteit aangevraagd, en kon ik eindelijk met ons baby’tje naar mijn familie en vrienden in België.

Eindelijk naar België

Mijn papa had zijn kleindochter al in Vietnam gezien. Meteen ontpopte ook hij zich tot lieve, zorgzame opa. Een paar dagen na z’n aankomst zijn we met z’n allen naar het geboortedorp van Hao gegaan. Mijn schoonouders hadden een groot feest georganiseerd, omdat Alice één maand oud was en ik – zonder afkeurende blikken – de deur weer uit kon. Een mijlpaal! De hele buurt werd opgetrommeld, vrienden en familie kwamen van mijlenver om mee te feesten. Heerlijk om iedereen zo gelukkig te zien om ons kleintje. 

Als we nog een tweede kindje krijgen trekken we voor de bevalling vermoedelijk  terug naar Vietnam. Dan heeft ook ons tweede kindje de dubbele nationaliteit.

Intussen zijn we bijna anderhalf jaar verder en is de rust een beetje teruggekeerd. In het begin zat Hao’s familie erg dicht op ons gezin, vol goede bedoelingen en zot van dat nieuwe kleintje. Ze wilden haar continu in de armen houden of een flesje geven terwijl ze nog maar net had gegeten. Het was sowieso mooi om te zien en te voelen hoe hecht de Vietnamese familiebanden zijn. Dat maakte het des te moeilijker om nu en dan ‘neen’ te zeggen, maar ik deed het wel. Het heeft me als mama sterker gemaakt. Ik durf te vertrouwen op mijn moederinstinct, en dat geeft me rust. Mijn schoonouders respecteren onze ‘andere’ aanpak, en daar ben ik hen ontzettend dankbaar voor.

Momenteel zijn we alle papieren in orde aan het brengen om definitief naar België te verhuizen. Of we graag een tweede kindje willen? Heel graag! En jawel, vermoedelijk keren we voor de bevalling terug naar Vietnam. Dan heeft ook ons tweede kindje de dubbele nationaliteit. Ze groeien op in België, maar Vietnam zal altijd hun tweede thuis zijn.

Tekst: Diny Thomas

Wil jij jouw mama verhaal vertellen? Mail naar leila.kandil@libelle.be

LEES OOK DEZE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here