Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Thomas

Papa-talk: “Terug in de klas zette hij het op een schreeuwen. Misschien een hersenschudding?”

Thomas Detombe (35) is journalist, Libelle Mama-columnist en papa van Lucas (3) en baby Theo. Wat het jonge vaderschap met hem en zijn leven doet, schrijft hij voor jullie openhartig en onverbloemd neer.

Op donderdag rond 11.30 uur belt de juf van Lucas. Tussen het lawaai en het gehuil op de achtergrond door (wat een job!) vertelt ze me dat hij op z’n hoofd viel. Iets met een klimrek in de turnles. Eerst leek er weinig aan de hand, maar terug in de klas zette hij het op een schreeuwen. Misschien een hersenschudding?

Emma gaat hem oppikken. Hij is lichtjes ontdaan, maar blijkt verder in goede gezondheid. Op een dikke buil na. ‘Juf Anne heeft me getroost, dichtbij’, vertelt hij. Goed om dat te horen. Onze zoon is een lijfelijk type. Bij het kleinste onheil zoekt hij dekking onder onze oksel of op onze schoot. Absoluut niet kleinzerig, wel een piepklein hartje.

“Tussen het lawaai en het gehuil op de achtergrond door, hoor ik dat hij op z’n hoofd viel.”

De uren daarna verlopen normaal. We zoeken kikkers in de poel, gaan naar de speeltuin en springen op de fiets. Hij althans, ik moet duwen. Enkele oefensessies geleden vond hij plots een soort van evenwicht. Ik kon hem voor het eerst helemaal loslaten. Fier als een gieter was hij. ‘Vandaag fietsen we de brug af, Lucas’, zeg ik. Hij trappelt van ongeduld. ‘Echt waar?’, zie je hem denken ‘Spannend!’

Spannend is het zeker. De eerste keer bolt hij sneller dan ik hem kan bijbenen. Het loopt steiler bergaf dan ik vermoedde. ‘Stop Lucas, remmen! Remmen!’ Aan het einde van de brug volgt er een scherpe bocht naar rechts. Je vliegt er zo uit. Bovendien zie je het opwaartse verkeer niet aankomen.

Net op tijd grijp ik hem bij de kraag en komt zijn fiets tot stilstand. ‘Dat was snel, papa.’ Ik antwoord dat we eerst gaan oefenen op de rembeweging. Misschien is dat logischer.

Vijftien minuten later raast hij opnieuw de brug af. Deze keer hou ik gelijke tred. ‘Remmen!’ roep ik opnieuw, hijgend aan zijn zij. Hij krult zijn handen over de rem en komt op eigen kracht tot stilstand. Stapt vervolgens af en glundert. ‘Remmen is simpel, papa.’

Dezelfde avond klaagt hij over hoofdpijn en misselijkheid. Omdat de namiddag zo vlot verliep, slaan we er weinig acht op. ‘Eens goed slapen helpt daartegen’, sust Emma. Na onze vaste avondliederen en een kus valt hij bijna onmiddellijk in slaap. Ook Theo slaapt al. Een rustige avond ligt voor ons.

“Plots schreeuwt hij het uit, ontroostbaar. ‘Ik moet overgeven’, klinkt het.”

Of toch niet. Tegen 22 uur hoor ik Lucas kreunen in zijn slaap. Ik ga kijken, hij woelt driftig. Er is duidelijk iets mis. Dan wordt hij wakker en klaagt hij opnieuw over hoofdpijn. Die blijkt snel erger te worden. Plots schreeuwt hij het uit, ontroostbaar. ‘Ik moet overgeven’, klinkt het. ‘Overgeven!!’ Met twee handen klemt hij zijn hoofd vast. Het ziet er verschrikkelijk uit. Emma is er ook plots, ze heeft een kleine gele emmer vast en kan haar emoties amper bedwingen. Het is de eerste keer dat we Lucas zó buiten zichzelf zien. De eerste keer ook dat we amper iets kunnen doen om hem te helpen. Gelukkig wijkt de pijn en daarmee het verdriet al na enkele minuten.

‘We rijden naar spoed’, zegt Emma. ‘Dit is niet normaal.’ Ik besluit eerst de dokter van wacht te bellen. Het blijkt Lucas zijn huisarts te zijn die avond: wat een geluk! Hij vraagt ons om eerst even langs te komen voor enkele testjes.

Lucas legt de testjes probleemloos af, hij heeft ‘slechts’ een lichte hersenschudding. ‘Ik maak me geen grote zorgen’, stelt de dokter gerust. ‘Wel wordt het een ietwat vervelende nacht, want jullie zullen hem enkele keren moeten wekken.’ Plots steekt Lucas zijn nachtknuffel in de lucht: ‘Mémé is ook een dokter!’, schatert hij. Het witte schaap blijft er onbewogen bij maar de dokter lacht.

Kort daarop vertrekt Lucas zijn gezicht, hij spurt het dokterskabinet uit. De pijn is terug. Mogen alleen wij zijn verdriet zien? Waarschijnlijk. In de gang, uit het zicht van de dokter, begint hij luid te huilen. Ik pak hem vast en verzeker hem dat ik niet loslaat. ‘Thuis geven we je iets tegen de pijn, Lucas. Nog even volhouden.’ Het helpt niet veel, de pijn overmant hem. Ik kijk machteloos toe.

De dag erop zijn Emma en ik doodmoe van de onderbroken nacht. Maar Lucas lijkt herboren. ‘Goeiemorgen’, huppelt hij vrolijk de keuken binnen. ‘Gisterenavond was het een beetje moeilijk hé’, polst Emma. ‘Ja. Ik wil een boterham met pindakaas’, repliceert hij.

Geen betere meditatieleraar dan je kind. Gisteren was gisteren. Nu wil ik een boterham. Life goes on.

MEER COLUMNS VAN THOMAS:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!