De mola-zwangerschap: wat is het en hoe herken je het?

Door -
mola-zwangerschap
©GettyImages
Een mola-zwangerschap (ook wel druiventroszwangerschap genoemd) is een zeldzame aandoening die ontstaat door een fout tijdens de bevruchting. Wat is het, hoe herken je het en welke gevolgen heeft het?

Wat is een mola-zwangerschap?

Uit een bevruchte eicel ontstaat normaal gezien een embryo (het toekomstige kind) en een placenta (de moederkoek). Bij een mola-zwangerschap gebeurt dat niet. Tijdens of vlak na de bevruchting gaat er iets mis en ontwikkelt enkel de placenta zich. Er wordt dus geen embryo gevormd. In plaats daarvan ontstaat een groeiende massa weefsel in de baarmoeder die bestaat uit vochtblaasjes die ‘mola-blaasjes’ genoemd worden.

In sommige gevallen (een zogenaamde incomplete mola-zwangerschap) ontstaat er wél embryoweefsel, maar dat is doorgaans niet levensvatbaar.

Wat is de oorzaak?

Bij een mola-zwangerschap gaat er tijdens de bevruchting iets mis met de genetische informatie (de chromosomen) in de bevruchte eicel. Normaal gezien bevat een bevruchte eicel 23 chromosomen van de vader en 23 chromosomen van de moeder. Bij een mola-zwangerschap kloppen deze aantallen niet. De oorzaak daarvan is nog niet helemaal duidelijk.

Er lijkt een verband te bestaan met de leeftijd (vrouwen jonger dan 15 of ouder dan 40 lopen een hoger risico), en ook vrouwen uit Zuid-Oost-Azië hebben meer kans op een mola-zwangerschap. Mogelijk spelen erfelijke factoren ook een rol.

In tegenstelling tot een ‘gewone’ miskraam komt een mola-zwangerschap heel zelden voor: zo’n 1 op de 2000 zwangerschappen is een mola-zwangerschap.

De klachten?

De placenta, die dus blijft groeien, blijft ook het zwangerschapshormoon hCG produceren. De vrouw voelt zich dan ook gewoon zwanger met de welbekende zwangerschapsklachten tot gevolg.

De placenta groeit echter sneller dan normaal en ook de hCG waarden zijn hoger dan bij een normale zwangerschap. Je buik groeit hierdoor sneller en naarmate de zwangerschap vordert, neemt de kans op vaginaal bloedverlies toe. Ook hyperemesis gravidarum (veel braken tijdens zwangerschap) kan een symptoom zijn van een mola-zwangerschap.

Het belangrijkste gezondheidsrisico voor de vrouw bestaat uit het verspreiden van de cellen uit de moederkoek naar andere organen waar ze verder kunnen groeien.

Hoe wordt het ontdekt?

Bloedverlies of het niet horen van een hartje kan een aanleiding zijn voor een echo, maar een mola-zwangerschap kan dus ook per toeval ontdekt worden bij het gebruikelijke echo-onderzoek. In plaats van een vruchtzakje met een embryo en een kloppend hartje worden vele kleine blaasjes gezien die de baarmoederholte opvullen.

Als echoscopisch onderzoek laat zien dat er sprake is van een mola-zwangerschap, wordt er een longfoto gemaakt om te zien of de mola-blaasjes zich verspreid hebben naar de longen.

In het laboratorium wordt onderzocht hoeveel zwangerschapshormoon (hCG) in het bloed aanwezig is. Hoe hoger het hCG-gehalte, hoe meer placentaweefsel er aanwezig zal zijn en hoe actiever de mola ook is.

Behandeling?

Een mola-zwangerschap eindigt altijd in een miskraam. De gynaecoloog doet dit door middel van curettage. Hierbij wordt, onder verdoving, het mola-weefsel met een dun buisje uit de baarmoederholte weggezogen. Na de behandeling kan er nog een paar weken sprake zijn van een bloederige of bruinige afscheiding.

Bij een curettage probeert men altijd zoveel mogelijk mola-blaasjes te verwijderen, maar er blijven altijd blaasjes achter. Normaal ruimt het lichaam deze resten uit zichzelf op. Om te controleren of de achtergebleven blaasjes goed verdwijnen, wordt regelmatig het bloed onderzocht. Daarin wordt het zwangerschapshormoon hCG gecontroleerd. De hoeveelheid van dit hormoon geeft informatie over de activiteit van de achtergebleven mola-blaasjes. Soms daalt het hCG onvoldoende of blijft het te hoog. In dat geval is er verdere behandeling nodig.

Ook kan de mola zich via het bloed naar de longen uitbreiden of, in erg uitzonderlijke gevallen, naar andere organen. In deze situaties spreekt men van een persisterende trofoblast (aanwezig blijvend mola-weefsel). Er kunnen dan klachten van hoesten en kortademigheid zijn. Ter controle wordt sowieso een nieuwe longfoto gemaakt. Zo’n persisterende trofoblast kan gezien worden als een voorstadium van een kwaadaardige aandoening; daarom is chemotherapie noodzakelijk. De kans op volledige genezing is uitstekend. Als er geen kinderwens meer is, kan in plaats van chemotherapie ook een baarmoederverwijdering overwogen worden.

Een nieuwe zwangerschap?

Na een mola-zwangerschap is het beter een tijd te wachten met een nieuwe zwangerschap, omdat het achtergebleven mola-weefsel opnieuw actief kan worden. Je gynaecoloog zal je de pil adviseren. Een spiraaltje wordt afgeraden in verband met de mogelijkheid van bloedingen. Als het hCG-hormoon gedurende enkele maanden volledig uit het bloed verdwenen is, kun je ervan uitgaan dat de mola-zwangerschap verdwenen is en mag je in principe opnieuw zwanger proberen te worden. In sommige gevallen kan het echter nodig zijn een jaar te wachten.

Na een mola-zwangerschap is er geen verhoogde kans op onvruchtbaarheid, gezondheidsproblemen of complicaties tijdens een volgende zwangerschap. Wel is er een licht verhoogde kans (1%) op een tweede mola-zwangerschap. Daarom is het zinvol om bij een volgende zwangerschap tamelijk vroeg een echo-onderzoek te laten doen om te zien of alles normaal verloopt.

Bronnen: uzleuven.be & gezondheid.be 

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here