Onvervulde kinderwens? Dit zeggen de deskundigen

Door -
kinderloos koppel
©GettyImages
Naar schatting wordt 10 à 15 procent van de koppels in ons land geconfronteerd met een onvervulde kinderwens. Maar waarom is het nog steeds moeilijk bespreekbaar? En waar kun je steun vinden? Wij vroegen het advies van enkele deskundigen.

Shanti Van Genechten biedt steun aan mensen met een onvervulde kinderwens

“Een wensouder is iemand die een vurig verlangen heeft naar kinderen, maar dat verlangen niet kan invullen. Die onvervulde kinderwens is voor veel mensen een verlieservaring, en uit onderzoek blijkt dat er geen emotionele zorg is voor wensouders. Ze komen in een medische mallemolen terecht, worden binnenstebuiten gekeerd, krijgen verschillende behandelingen om hen te helpen hun kinderwens te vervullen. Maar het verdriet, de teleurstelling, de hoop en wanhoop, daar worden ze niet of nauwelijks in ondersteund. En daar wilde ik – zelf een kind van wensouders – met Kinderwens vzw een helpende hand bieden. Het werd voor mij een missie, die me zoveel voldoening geeft.

“Wensouders worden lichamelijk bijna letterlijk binnenstebuiten gekeerd, maar emotioneel worden ze nauwelijks ondersteund”

Met initiatieven als de Kinderwenshuizen – in elke provincie één – een site en de Wensouderdag bieden wij informatie en steun, aan vrouwen én mannen. Ja, ook aan mannen. We merken dat zij het op een andere manier verwerken: ze storten zich bijvoorbeeld vaker op hun job of een hobby. Maar het is niet omdat ze een andere, minder zichtbare rouwstijl hebben, dat het verdriet er niet is. Voor veel koppels is het kinderloos blijven een moeilijk proces waarin ze elkaar verliezen in hun verschillende manier van omgaan met het verdriet. Het is daarom belangrijk om te zoeken naar een nieuwe verbinding met elkaar op een andere manier.

Sowieso moet je je tijd nemen voor het rouwproces dat gepaard gaat met ongewenst kinderloos blijven. Er zijn bepaalde therapieën (zoals schrijftherapie of creatieve therapie) die je hierbij kunnen helpen, er zijn praatgroepen waar je je ervaringen kunt delen met gelijkgezinden onder professionele begeleiding. En hoe moeilijk het ook lijkt: ga op zoek naar nieuwe zingeving in je leven. Dat neemt de droom van een kind, de rouw en de pijn niet weg, maar het kan wel helpen om het een plaats te geven.”

Shanti Van Genechten is oprichtster en directeur van Kinderwens vzw, een organisatie om mensen met een onvervulde kinderwens te ondersteunen en professionelen bij te staan in de begeleiding van deze mensen. Wensouders kunnen er terecht voor een klankbord, een luisterend oor, professioneel advies en persoonlijke begeleiding. Er is een wenshuis in elke Vlaamse provincie. Voor een adres in de buurt: kijk op kinderwensvlaanderen.be

Professor Petra De Sutter over de verschillende behandelingen

“Er zijn verschillende redenen waarom koppels niet zwanger worden. In de helft van de gevallen ligt de oorzaak bij de man en zijn spermakwaliteit, in de andere helft bij de vrouw. De belangrijkste redenen voor onvruchtbaarheid bij vrouwen zijn: problemen met de cyclus of de eisprong, een eileider die dichtzit, of endometriose (verklevingen van de eileiders). Omdat de problemen bij zowel mannen als vrouwen kunnen voorkomen, worden de onderzoeken altijd bij beiden gedaan. Bij tien procent van die onderzoeken komt er niet meteen een verklaring naar boven – onverklaarbare onvruchtbaarheid heet dat – maar vaak blijkt dat, als je dan verder gaat zoeken, er tóch nog een reden bovenkomt. Endometriose is bijvoorbeeld niet altijd zo makkelijk te zien, pas bij een laparoscopie (een kijkoperatie in de buikholte, red.) wordt het duidelijk, terwijl veel vrouwen dat onderzoek niet krijgen. En natuurlijk speelt ook leeftijd mee; bij een 42-jarige vrouw wordt in de helft van de gevallen geen oorzaak gevonden voor onvruchtbaarheid.

“Bij tien procent van de mensen vinden we geen oorzaak: onverklaarbare onvruchtbaarheid heet dat. Maar vaak kunnen we wél helpen”

Gelukkig kunnen we mensen vaak wél helpen. De behandelingen hangen af van de oorzaken van onvruchtbaarheid die werden gevonden. Is een vrouw te zwaar, rookt ze? Dat zijn dingen die eerst moeten worden aangepakt. Is het sperma van de man van te lage kwaliteit, dan kan het worden gewassen en geselecteerd in ons labo, bijvoorbeeld. Er kan gekozen worden voor ICSI (waar één zaadcel met een naald in de eicel wordt ingebracht, red.), iui (kunstmatige inbrenging van sperma dat in een labo bewerkt is, red.), voor IVF, voor een operatie om verkleefde eileiders te openen … er zijn véél opties.

Ik merk wel dat koppels soms té snel naar een specialist stappen vandaag de dag. Op een gemiddelde leeftijd van 32 jaar heb je per cyclus 15 tot 20 procent kans om zwanger te worden. Na een jaar heb je dus 85 procent kans op een bevruchting. Van de 15 procent die dat eerste jaar nog niet zwanger werd, zal de helft in het tweede jaar spontaan zwanger worden. Je kunt dus gerust nog dat jaar wachten. Want vergis je niet, de medische mallemolen waar je in terechtkomt is niet te onderschatten. Er is niet alleen het financiële aspect – je betaalt altijd een stukje van de behandeling – maar ook het medische en emotionele luik zijn best zwaar. Je gaat van de grootste hoop tot de diepste teleurstelling, in een traject dat lang kan duren en waarin emoties elkaar in sneltempo opvolgen. Daarom vind ik organisaties als Kinderwens vzw zo belangrijk: omdat zij er zijn om die zware emotionele aspecten van een vruchtbaarheidsbehandeling mee op te vangen.”

Petra De Sutter is professor, hoofd afdeling reproductieve geneeskunde UZ Gent en senator.

Professor Lode Godderis verklaart waarom het moeilijk bespreekbaar is

“Op het eerste gezicht lijkt er geen toegenomen onvruchtbaarheid af te leiden uit statistieken. Het aantal mensen met fertiliteitsproblemen in ons land ligt tussen de 9 en 15 procent – dat zijn mensen die langer dan een jaar vrijen zonder bescherming en niet zwanger worden. De cijfers rond kinderloze koppels zijn vrij stabiel als we gaan kijken naar het verleden. Wat we ook zien, is dat koppels steeds later aan kinderen beginnen. De economische crisis heeft daar een impact op, maar ook onze maatschappij is nu eenmaal gegroeid naar een model waarin je eerst studeert, een huis koopt, carrière maakt, reist … voor je aan kinderen begint. Maar er zijn grenzen aan behandelingen. Als je ouder bent dan veertig, is de kans op een succesvolle zwangerschap gewoon kleiner. Daar kan geen enkele dokter iets aan doen, jammer genoeg.

“Onvruchtbaarheid is heel persoonlijk. Voor mannen gaat het over hun viriliteit, vrouwen voelen zich minder vrouw. Dat verklaart deels het taboe”

We kunnen veel uitstellen, maar kinderen niet. En toch plant onze huidige maatschappij graag. We plannen onze studies, onze carrière, ons sociaal leven, ons gezin. Als we dat niet meer onder controle hebben – omdat we niet zwanger raken, bijvoorbeeld – voelt dat als falen. Dat verklaart voor een deel het taboe dat nog altijd rond ongewenste kinderloosheid hangt. Maar het is ook een heel persoonlijke problematiek, en dat maakt het extra moeilijk bespreekbaar. Voor mannen is het bijvoorbeeld vaak direct gelinkt aan hun viriliteit, hun mannelijkheid en daarom ook aan hun identiteit. Maar ook veel vrouwen voelen zich minder vrouw of voelen zich schuldig: allemaal dingen die het moeilijk bespreekbaar maken. Zelfs als je aan je omgeving hebt verteld dat je aan kinderen wilt beginnen, is dat vaak zwaar om te dragen voor koppels met vruchtbaarheidsproblemen. De ‘En? Is het al zover?’-vragen zorgen voor nog meer druk dan de druk die je jezelf al oplegt.”

Lode Godderis is professor Enviroment & Health aan de K.U.Leuven én mede-oprichter van Kinderwens vzw

Onvruchtbaarheid is een rouwproces, zegt psycholoog Manu Keirse

Het opbergen van een kinderwens is een heel moeilijk proces, waar mensen vaak een heel leven mee verder moeten. Er is ook niemand die het ziet. Er is geen uitvaart, geen dienst, geen mensen die hun medeleven komen betuigen. Dat maakt het zwaar voor jezelf én voor elke relatie die je hebt. Je viert bijvoorbeeld kerst, en je zus vertelt trots dat ze zwanger is. Dat is moeilijk voor jou, maar ook voor je zus en voor je ouders die blij willen zijn voor hun ene dochter, maar ook meevoelen met jou. Daarom zeg ik ook dat mensen die geen kinderen krijgen óók ouders zijn: ouders van wie de kinderwens nooit in vervulling ging. Mensen zeggen weleens: ‘Je kunt toch geen kind missen als je er nooit een had’, maar dat is wél zo. Je hebt een kind misschien niet in je buik gedragen, maar wel in je hoofd en in je hart. Je ziet overal mensen bij wie hun wens wél wordt vervuld: in de familie, bij vrienden, op het werk. En jij krijgt het gevoel dat je er niet meer bijhoort, dat je geen deel kunt uitmaken van al dat geluk omdat jij zoveel verdriet voelt.

“Je moet afscheid nemen van een kind. Een kind dat je  misschien niet in je buik hebt gedragen, maar wel in je hoofd en je hart”

Dat is een deel van het taboe, het andere deel draait om de ‘mislukking’. Iedereen kan kinderen krijgen, en jij niet. Je voelt je mislukt, en daar loopt niemand graag mee te koop. Alleen met je partner kun je erover praten, maar zelfs dat is vaak moeilijk. De vraag wiens schuld het is, komt boven – terwijl het niemands schuld is, maar het wél voor spanningen kan zorgen. Kinderloosheid raak je nooit meer kwijt. Het is geen fase waar je ‘even door moet’, je kunt het niet opbergen, je wordt er overal en altijd mee geconfronteerd, een leven lang. Het begint met mensen uit je omgeving die zwanger worden, daarna zijn er de verjaardagsfeestjes, de rapporten, de communies, de kinderen die gaan trouwen en zelf kinderen krijgen. Tot en met je sterfbed blijft dat confronterend, en dat kun je niet veranderen.

De omgeving kan er wél iets aan doen; als we ons met z’n allen wat meer bewust zouden zijn van dit verborgen verdriet. Als je op je werk trots vertelt over de schoolresultaten van je kinderen, bijvoorbeeld, dan is een simpele ‘Ik kan me voorstellen dat het voor jou niet makkelijk is, wil je er eens over praten?’ tegen je kinderloze collega een mooi cadeau. Een bloemetje brengen naar een kinderloze vriendin op Moederdag kan zoveel warmte brengen. Ik weet het, we hebben het moeilijk om met verdriet om te gaan. ‘Wat moet ik dan zeggen?’ reageren veel mensen. Maar weet je, je hoeft niets te zeggen. Gewoon luisteren, aandacht, warmte en genegenheid geven. En laat hén praten. Dat is uiteindelijk wat ze bijna nooit kunnen doen …”

Manu Keirse is professor, dokter in de geneeskunde, psycholoog en rouwdeskundige.

Tekst: Frauke Joossen

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here