‘Baby buncher’? 8 goede redenen om je kindjes snel na elkaar te krijgen!

Door -
In veertien maanden tijd beviel journaliste Priscilla (31) van twee kinderen. Ja, dat is druk. En nee, je slaapt nooit genoeg. Maar het heeft ook z'n voordelen. Hieronder vind je acht redenen om je kindjes snel na elkaar te krijgen.

Twee onder de twee: leuk, toch?

“En dan moeten we het nog hebben over anticonceptie …”

Ik zie mezelf nog zitten bij het nagesprek met mijn gynaecoloog. Lachend. Verbaasd ook. Anticonceptie, serieus? Ik was acht weken voordien bevallen, alsof ik daar al mee bezig was!

Je voelt het waarschijnlijk al aankomen: drie maanden na dat gesprek zat ik op diezelfde stoel. Geschrokken en blij, want ik was opnieuw acht weken zwanger. Van een dochter, die veertien maanden na mijn eerste kindje zou geboren worden.

Baby buncher

Twee kinderen binnen twee jaar? Dan noemen ze in Amerika een baby buncher: iemand met een bunch of baby’s onder de twee. Dat kunnen er dus ook méér dan twee zijn. Bijvoorbeeld als je kort na je eerste kind zwanger blijkt van een tweeling. Baby bunchers in Amerika vinden elkaar op speciale sites en blogs, waar ze tips uitwisselen en elkaar oppeppen als je er even doorheen zit.

Want twee kinderen zo snel achter elkaar, dat is toch echt andere koek dan wanneer je een iets groter kind en een baby hebt. Het is rennen, vliegen, voeden, luiers verschonen, wiegen en weer doorgaan.

Maar naast druk is het ook heel leuk om een twee-onder-twee-mama te zijn. Nu vierden we onlangs de tweede verjaardag van mijn zoon, waardoor ik officieel alweer buncher-af ben, maar de voordelen kan ik nog zo opnoemen.

8 voordelen van een twee-onder-twee-mama

1. Ontzwangeren hoeft niet

“Heb jij al een zwangerschapsstreep?” vroeg een zwangere vriendin toen we onze tien-weken-buikjes vergeleken. Wel, ik had ‘m nóg. Uitgerekte buikspieren ook trouwens. Terwijl ik tijdens mijn eerste zwangerschap klaagde dat het pijn deed dat mijn spieren werden opgerekt, stonden ze nu snel weer in de babybuikstand. Hormonale huilbuien? Die blijven gewoon en niemand keek er nog van op. Dat ik geen kans had om te ontzwangeren, pakte eigenlijk goed uit.

2. Je weet alles nog

Na mijn eerste bevalling was ik tot in de puntjes voorbereid. Dacht ik. De eerste dag lag er een notitieblok klaar waarop ik driftig krabbelde wat ik nog moest inslaan. Nu zijn de meeste moeders de tweede keer sowieso relaxter, maar voor mij was het echt héél simpel. Vitamine D? Staat in het keukenkastje. Die onderhandse greep waarmee je je baby in één beweging uit bad tilt? Kon ik nog dromen. Het aanleggen? Inbakeren? Ik deed het alsof ik het gisteren voor het laatst had gedaan. Wat ook bijna zo was. De kraamverzorgster hield tijd over om uitgebreide bordjes fruit voor me klaar te maken. Lekker!

3. Je oogst respect

“Wow, je zult het wel druk hebben met twee van die kleintjes!” krijg ik vaak van wildvreemden te horen op straat. Ik krijg nog net geen schouderklopje. Op zo’n moment ben ik trots, ja. Op die twee van mij die het supergoed doen, maar ook op mezelf. Ik doe het toch maar! Dat doet even deugd als je achter je tweelingwagen in de supermarkt staat.

4. Je wordt goed in multitasken

Alsof je de hele dag Twister speelt. Je weet wel, met zo’n gekleurde stippenmat. Zo voelde het de eerste maanden om twee kinderen onder de twee te verzorgen. Terwijl ik vastzat aan het kolfapparaat, wilde mijn dochter getroost worden en mijn zoontje brulde om zijn tutje. Dit is wat ik deed: rechterhand op kolf, linkerhand aaiend over baby twee en in een vloeiende beweging met mijn voet het tutje pakken voor baby één. Wat ik ook kon: linkerheup tegen keukenkast, peuter met rechterhand op afstand houden, baby twee op linkerarm en linkervoet op gevallen vork op de grond. Echt, je kunt meer tegelijk doen dan je denkt. Nog eentje: naar de wc gaan met mijn dochter op schoot, terwijl ik voor mijn zoon zijn uit elkaar gevallen tractor weer in elkaar zette.

5. Ze zitten in dezelfde fase

Mijn dochter wordt momenteel zo’n acht keer per dag omvergeduwd door haar broer. Gewoon, omdat hij dat kan en zij nog niet. Ik durf dus niet beweren dat ze later hecht worden omdat ze zo weinig in leeftijd schelen. Wel is het zo dat ze ongeveer in dezelfde fase zitten en daarom iets aan elkaar hebben. Kijkt mijn dochter naar de Teletubbies op de iPad, dan zet mijn zoon zich er gezellig bij. Wordt er nieuw speelgoed gekocht, dan ontvangen beide partijen dit onder luid gejuich. Gaan we naar de indoorspeeltuin? Ze duiken samen de ballenbak in en klimmen achter elkaar dezelfde glijbaan op. Dat maakt het leven een beetje makkelijker voor mij.

6. Je leert relativeren

Toen mijn dochter enkele maanden oud was, werd ze ziek: oorontsteking. Eens weer opgeknapt, bleek mijn zoon verkouden en die besmette zijn zusje weer. Er vond een constante kruisbestuiving van snotneuzen plaats, die niet minder dan een maand duurde. Toen mijn dochter na drie koortsvrije dagen een norovirus meenam van de crèche, en mijn man en ik na een nacht diarreeluiers verschonen bijna omvielen van vermoeidheid, konden we niet anders dan hysterisch lachen. Elf luiers in één nacht, we moesten het even verwerken. Dat deden we door er hard om te lachen en tegen elkaar te zeggen: “Hé, weet je nog toen ons zoontje zo ziek was? Toen was hij nog alleen, maar lekte hij ook eens zes keer in zijn slaapzak.” En op een zondag, waarop we twee hyperactieve kinderen in de woonkamer hadden rondkruipen, hebben we TLC’s ‘Kate plus eight’ aangezet. Kate heeft er geen twee, maar acht. In haar eentje! Wat mopperden wij? Relativeren kan wonderen doen en wij zijn er supergoed in geworden.

7. Ze leren van elkaar

Meteen een kanttekening: dit hoeft niet altijd een voordeel te zijn. Zo roept mijn dochter van krap één jaar al vol overtuiging: “NEEN!” Netjes gekopieerd van haar peuterpuberbroer. Maar dat leren van elkaar werkt soms ook in mijn voordeel. Zo wil mijn dochter al op het potje zitten en eet ze zelfstandig: ook die kunstjes heeft ze afgekeken van grote broer.

8. De tijd vliegt voorbij

Toen ik mijn dochters babyalbum maakte, heb ik bovenstaande zin minstens tien keer herhaald. Toch is dat ook een voordeel. Want tijdens die maanden, toe we er ‘s nachts meerdere keren uit moesten, dacht ik vaak: wordt dit ooit beter? Ga ik ooit weer slapen? Maar het werd beter en snel ook, want voor ik het doorhad, was ze zes maanden en nog een keer met mijn ogen knipperen en ik zag een kleuter en een peuter door het huis rennen. Time flies when you’re a baby buncher!”

Tekst: Priscilla Borgers voor Libelle Mama

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here